de Zilverbank - Zilverfeiten    
 
de Zilverbank
   06 - 11 480 930
   info@zilverbank.nl
Zilverfeiten

Er valt over zilver veel te vragen, variërend van karaat tot reparaties. In de loop van de jaren hebben wij veel vragen beantwoord. Niet alleen over zilver, maar ook over aanverwante onderwerpen die in tijdschrift Cachet bijvoorbeeld aan de orde kwamen: over juwelen, porselein, damast, glas, gero-zilver.

“Waar moet ik beginnen?” hoorde de Zilverbank regelmatig. En hoewel er veel informatie online beschikbaar is, valt het voor beginners niet mee om daarin hun weg te vinden.

Daarom vindt u een reeks antwoorden op dit soort vragen op deze website. Deskundige antwoorden van experts op het gebied van zilver, juwelen, porselein, glas en damast. En wie nog meer wil weten, verwijzen we door naar het ultieme informatiepunt: de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.
  Mickey de Rooij  
 
Algemeen
Waar moet ik beginnen?
 
"Waar moet ik beginnen?"
Een simpele vraag, die ons vaak bereikt. Eenvoudig te beantwoorden is hij echter niet, want wie zich wil verdiepen in de vakgebieden die in Cachet aan de orde komen komt een berg informatie tegen, waaruit het voor de beginneling lastig kiezen is. Daarom geeft ons panel van experts een aantal boeken- en informatietips.


De Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag De Koninklijke Bibliotheek
De Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag is een van de grootste bibliotheken van Nederland en daarmee een schatkamer aan informatie. In 1998 vierde de KB haar 200-jarig bestaan, met onder meer de drukbezochte tentoonstelling 'Het wonderbaarlijk alfabet' in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

De collectie van de KB omvat naast boeken en tijdschriften ook cd-roms, micromateriaal en elektronische documenten. Voor een deel is de collectie (taal- en letterkunde, kunsten, geschiedenis, geografie, theologie, fitheekwetenschap) opgesteld in de - naar vakgebied ingerichte - leeszalen, waar u de werken kunt raadplegen. Materiaal dat niet op de leeszalen staat, kan op verzoek uit de magazijnen gehaald worden.

Zoekt u een boek of tijdschrift dat na 1974 in Nederland uitgegeven is, dan is de kans groot dat de KB het in huis heeft. In 1974 werd namelijk het Depot van Nederlandse Publicaties opgericht en hiermee kreeg de KB officieel tot taak om alle in het Nederlandse taalgebied en elders over Nederland verschenen publicaties te verzamelen. De Depotcollectie is alleen ter plekke te raadplegen.

In de KB is het verder mogelijk om gebruik te maken van Internet, fotokopieerapparatuur, cd-roms en online catalogi.

Het kan voorkomen dat het door u gezochte boek of tijdschrift niet in de KB aanwezig is. De hoofdafdeling Publieksdiensten zoekt graag voor u uit waar het zich bevindt en kan het ook voor u aanvragen bij bibliotheken in binnen- en buitenland.

De KB is toegankelijk voor iedereen vanaf 17 jaar op vertoon van een KB-pas. De KB-pas is een jaar geldig en biedt u de mogelijkheid om materiaal aan te vragen en - voor zover het uitleenbaar is - te lenen. Voor het verkrijgen van deze pas wordt u verzocht een geldige legitimatie en een recente adreslegitimatie mee te nemen. U kunt ook een weekpas aanschaffen. Daarnaast is er nog een gratis leeszaalpas (een jaar geldig) en een eveneens gratis dagpas voor het raadplegen van materiaal dat op de leeszalen staat.

Adres: Prins Willem-Alexanderhof 5  |  postbus 90407, 2509 LK Den Haag,
E-mail: info@kb.nl;
Internet: www.kb.nl.
Telefoon: 070-3140911 (algemeen)  |  070-3140310 (boeken)  |  fax: 070-3140279.
Openingstijden: maandag t/m vrijdag van 9-18 uur  |  dinsdag t/m 20 uur  |  zaterdag van 9-13 uur.

Carien Rövekamp

Vragen over zilver
Wat is Gero-zilver?
 
Gero-zilver "Wij hebben een zilveren cassette geërfd en zoeken aanvulling, heeft u die?" Dat is vanzelfsprekend een veelgestelde vraag bij de Zilverbank. Maar vaak zien we aan de fotokopieën dat het om verzilverd tafelzilver gaat, en dan dikwijls om het bekende 'Gero-zilver'. Een misleidende naam! Er staan dan ook helemaal geen zilverkeuren in deze voorwerpen maar de aanduidingen 'gero-90' of 'gero-100'. Vaak is de teleurstelling groot. "Waarom", vraagt men zich af, "staat Gero-zilver op de dozen, terwijl er geen echt zilver in zit?" Hoe is dit Gero-zilver ontstaan? En waarom noemen ze het zilver en niet verzilverd?

De rijke geschiedenis van Gero
Ter gelegenheid van de geboorte van Prinses Beatrix in januari 1938 ontwierp beeldhouwer Gerrit Jan van der Veen - dezelfde Van der Veen die weinig jaren later zou omkomen als verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog - een verzilverde lepel voor de Gerofabriek te Zeist. Het was zijn enige ontwerp voor deze fabriek. Het was in deze periode gewoon dat een fabriek ontwerpers van buiten aantrok om voor speciale gelegenheden ontwerpen te maken. Waarschijnlijk viel de keus op Van der Veen omdat hij onder meer al een portretbuste van Koningin Juliana had gemaakt en dus bekend was met de koninklijke familie.

Naast ontwerpers voor deze soort 'gelegenheidswerk', trokken verschillende bedrijven, waaronder de Glasfabriek Leerdam, bekende kunstenaars aan om voor hen te ontwerpen. Dergelijke namen gaven de fabriek status. Bovendien werkte Gero samen met kunstenaars om "… aan de eischen van den ontwikkelden Nederlandschen smaak [te] voldoen". De Gerofabriek heeft dan ook een rijke geschiedenis, waarin namen als Chris van der Hoef, Andries Copier en Jan Eisenloeffel als freelance ontwerpers de collectie allure gaven. Daarnaast waren er ook vaste ontwerpers in dienst, van wie Georg Nilsson en Dick Simonis de bekendste zijn.

Gero en Sola
De Gerofabriek is voortgekomen uit de in 1909 opgerichte 'M.J. Gerritsen & Co' en heette vanaf 1912 'Eerste Nederlandsche Fabriek van Nieuw Zilverwerken, voorheen M.J. Gerritsen & Co'. Na een conflict tussen beide directeuren H. Simonis en M. Gerritsen verliet de laatste in 1922 de fabriek en richtte het huidige Sola op. Hoewel de naam Gerofabriek al langere tijd werd gebruikt, werd dit pas in 1925 de officiële naam van het bedrijf.

Het doel van de Gerofabriek was het fabriceren van goede verzilverde tafelcouverts. Dit diende bereikt te worden door massaproductie zodat de sociale middenklasse ook tafelcouverts kon aanschaffen. In 1912 was dit niet vanzelfsprekend. In Nederland werden toen voornamelijk zilveren couverts geproduceerd.

'Nieuw zilver'
Aanvankelijk vervaardigde Gero alleen bestek, voornamelijk lepels en vorken in de modellen glad, parel en filet. Maar al snel kwam er een grote diversiteit aan producten op de markt. Gero maakte haar voorwerpen van het zogenaamde 'nieuw zilver', alpacca genoemd en wanneer dit alpacca verzilverd werd kreeg het de naam Gero-zilver.

Alpacca bevatte in het geheel geenzilver het bestaat namelijk uit een legering van koper met nikkel en zink maar had een groot nadeel; het vertoonde snel aanslag waardoor het dagelijks gepoetst diende te worden. De naam Gero-zilver werd vanaf 1917 gebruikt voor verzilverde producten, ze werden vervaardigd van alpacca en langs elektronische weg verzilverd. Het getal 90 staat voor 90 gram zilver neergeslagen op 12 tafelcouverts (12 lepels en 12 vorken). Dit getal komt als merk voor op alle Gero voorwerpen.

Laagje chroom
Naast dit Gero-zilver bestonden ook gromalca producten. Men verzilverde het alpacca niet maar voorzag het van een laagje chroom. In 1931 werd het Gero zilmeta, edelstaal, op de markt gebracht ter vervanging van het alpacca. Na de Tweede Wereldoorlog werd de naam Gero-zilver vervangen door Gero zilvium, met een hoger verzilvergehalte namelijk 100 in plaats van 90. Naast de productie van deze verzilverde en edelstaal producten heeft Gero ook veel voorwerpen in tin vervaardigd.

Copier
Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog kreeg de fabriek na haar oprichting te kampen met toevoerproblemen, maar ze hield het hoofd boven water. Direct na de oorlog steeg de vraag naar Gero producten enorm. Vooral grote orders van scheepvaartmaatschappijen waren van belang. Het ging vooral in de jaren twintig erg goed met de fabriek en er werden verkoopkantoren in België, Engeland en Italië geopend.

Massaproductie
De vraag naar bestek was zo groot dat er naast de al bestaande en goed lopende modellen ook door kunstenaars ontworpen modellen in massaproductie konden worden genomen. De kunstenaars Chris van der Hoef en Jan Eisenloeffel werden aangetrokken. De laatste heeft in 1929 een succesvol bestek, model 70(0), ontworpen. Het model was zo succesvol dat het tot in de beginjaren vijftig is geproduceerd.

Ook sierkunstenaar Chris van der Hoef heeft een bestekmodel, no. 688, ontworpen. Dit kenmerkende Art Deco bestek met gehamerde steel is waarschijnlijk alleen in de jaren dertig en vlak na de oorlog geproduceerd. Van der Hoef werd in 1923 door de fabriek aangetrokken om ter gelegenheid van het regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina een tinnen herinneringsbord te ontwerpen. Vervolgens ontwierp Van der Hoef verschillende tinnen voorwerpen allen in een traditionele vormgeving. Later werden deze ook in Gero-zilver uitgevoerd. Zijn ontwerpen werden moderner en er zijn invloeden van de Art Deco en het Bauhaus waarneembaar.

Wereldwijde crisis
Vanaf 1929 kreeg de Gerofabriek, net als vele andere bedrijven, te maken met de wereldwijde crisis als gevolg van de beurskrach in Amerika. De vraag nam af. Wel ontstond er vraag naar nog goedkopere voorwerpen. Zilmeta , edelstaal, werd op de markt gebracht. Toch introduceerde Gero in deze moeilijke economische periode nog nieuwe verzilverde producten en wel naar ontwerp van Andries Copier, die al vanaf 1914 werkzaam was bij de Glasfabriek Leerdam.

Zijn ontwerpen voor de Gerofabriek sluiten qua vormgeving aan bij zijn bol- en cilindervormige Leerdammodellen. Hij ontwierp niet alleen kandelaars, fruitschalen en vazen van Gero-zilver, maar ook houders voor zuur-, peper-, zout-, olie- en azijnstellen en decoreerde glazen en twee likeurflessen met Gero-zilver. Het glas dat hiervoor gebruikt werd kwam zeer waarschijnlijk uit Leerdam.

Deense invloeden
In 1922 nam de Gerofabriek een fabriek in Kopenhagen over. De Deen Georg Nilsson, die zijn opleiding had genoten bij de belangrijke Deense zilversmid Georg Jensen, gaat begin jaren twintig voor de 'Gerofabriken' te Kopenhagen werken.

Deze fabriek produceerde voornamelijk voor de Deense markt, maar Nilsson's tinnen ontwerpen werden ook in Nederland verkocht. In 1933 wordt wegens de verslechterde economische omstandigheden de 'Gerofabriken' gesloten. Georg Nilsson kwam met zijn gezin naar Zeist en bleef tot zijn pensioen in 1954 één van de belangrijkste vaste ontwerpers van de Gerofabriek.

Een krantenartikel uit 1927 bericht over de Gerostand op de Jaarbeurs te Utrecht: de Deense tinnen voorwerpen zouden een "eigenaardig" gehamerd oppervlak hebben. Dit is naast de strakke vormgeving typerend voor Deense voorwerpen. Nilsson's ontwerpen worden gekenmerkt door deze hamerslagstructuur en hij is hierin zeker beïnvloed door Jensen. Zijn ontwerpen werden begin jaren dertig in Nederland in Gerotin vervaardigd terwijl deze in Denemarken in Gero-zilver werden geproduceerd.

Nilssons Juslepel
Tot 1940 heeft Nilsson zes Gero-zilveren bestekmodellen ontworpen. Enkele hiervan waren een commercieel succes, model 692, 455 en 56 werden in 1958 nog geproduceerd. Veel van zijn modellen zijn vanuit Denemarken mee naar Nederland gekomen. In Denemarken zijn dan ook nog Geroproducten te vinden. Een vriendin vond voor mij vorig jaar in Denemarken een juslepel naar zijn ontwerp.

Nilsson heeft ook vele gebruiksvoorwerpen ontworpen. Na de Tweede Wereldoorlog ging hij zich meer richten op het vervaardigen van bestek en in 1954 werden modelnummers 235 in Gero zilvium en 515 in zilmeta op de beurs 'Triënnale' te Milaan met een gouden medaille bekroond.

Dick Simonis
Een andere belangrijke ontwerper was Dick Simonis die in 1944 als vast ontwerper voor de Gerofabriek kwam werken. Hij had zijn opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheid te Amsterdam genoten en was daarna naar Denemarken en Zweden gegaan.

Simonis ontwierp voornamelijk bestekmodellen en voorwerpen van roestvrij staal en heeft tevens veelvuldig deelgenomen aan tentoonstellingen. Met een tafelcouvert en een set roestvrijstalen pannen verwierf hij in 1960 op de tentoonstelling "Stainless Steel Design" een Canadese onderscheiding.


Naast de hier besproken ontwerpers hebben ook anderen ertoe bijgedragen dat de Gerofabriek goed en mooi vormgegeven ontwerpen leverde en dat maakte haar belangrijk voor de Nederlandse industriële vormgeving.

Drs. Rosalie van Egmond

Vals zilver?
 
"Hoe vals kan een zilveren voorwerp zijn?"

Deze vraag kan men beantwoorden als men nauwkeurig voorwerpen heeft bestudeerd die gedateerd zijn, hetzij door hun merken of door aanwezigheid van bijbehorende archieven. Het vergt oefening. Men moet het zelf gedaan hebben en ook blijven doen om echt van vals te kunnen onderscheiden.

De term vals kan op drie manieren worden gebruikt: voor een imitatie, een kopie of een echte vervalsing. In het laatste geval is er zeker sprake van boze opzet aan de kant van de maker, die ofwel de keurtekens vervalste, d.w.z. zelf een reeks nieuwe, op oude gelijkende, keurtekens sneed, ofwel een reeds gekeurd voorwerp vermaakte tot een volledig ander voorwerp. Daarbij doet zich het probleem voor dat de keurtekens authentiek zijn, maar het voorwerp stilistisch niet in de tijd past. De term vals slaat echter nooit op de kwaliteit van het zilver, dat na toetsing ingedeeld kan worden in eerste (0,934), tweede (0,834) en derde (0,800) gehalte zilver.

Keurmerken Een imitatie is een stijlkopie, waarbij teruggegrepen wordt op oudere stijlvormen, niet noodzakelijkerwijze tot in het kleinste detail nagemaakt, maar wel in grote lijnen. Veel stijlkopieën zijn op galvanoplastische* wijze vervaardigd en daardoor te ontmaskeren.

Een kopie is tot in het kleinste detail gelijkend op een bestaand voorwerp, vaak met de hand vervaardigd, maar bij de maker hoeft geenszins de intentie aanwezig te zijn geweest om de koper te misleiden. Hij kan een kopie immers voorzien hebben van zijn eigen meesterteken en de in zijn eigen tijd geldende waarborgtekens.

Het betreffende voorwerp is dan duidelijk herkenbaar, maar laat zich eigenlijk niet als vals omschrijven. Zou ditzelfde voorwerp nagebootste keuren dragen, dan spreken wij van pseudomerken en is het voorwerp derhalve vals. Het is in dit laatste geval niet juist om te spreken van 'dragende de keurtekens van bijvoorbeeld Haarlem', daar er geen enkele relatie hoeft te bestaan tussen deze vervalste stadskeuren en de werkelijke plaats van vervaardiging. 'Dragende pseudomerken' is dan een eerlijker manier van beschrijven.

Jacob J. Roosjen

*) Galvanotechniek houdt zich bezig met het aanbrengen van een laagje zilver of goud op een voorwerp, meestal met behulp van elektriciteit.
Bij galvanoplastiek gebruikt men een dikke laag, deze laag hecht zich door bepaalde werkwijzen niet aan de ondergrond, maar kan daarvan afgehaald worden. Zo verkrijgt men een spiegelbeeld van het model. Ondergaat dit spiegelbeeld vervolgens ook zo'n galvanische bewerking dan heeft men een kopie verkregen van het eigenlijke voorwerp.


Wat betekent 'corpuswerk'?
 
De heer Smit vroeg ons om uitleg van de term corpuswerk.
"Voor mij is de vertaling van corpus lichaam en begrijp ik niet dat daar ook een theepot mee bedoeld wordt?"


Het gebruiken van benamingen voor objecten of vormen in de kunstwereld of voor andere zaken kan soms tot onduidelijkheden leiden als de benaming een afgeleide is van een niet Nederlandse taal.

Bekend is natuurlijk dat het chique was in de late 19e en begin van deze eeuw om veel Franse woorden te gebruiken. Ook nu worden vaak nog de Franse termen gebruikt als we het over de Lodewijk stijlen hebben.

De vroegere hoofdconservator van het Rijksmuseum te Amsterdam, Jan Verbeek, was een warm pleitbezorger om vooral de Nederlandse namen te gebruiken in plaats van de Franse (zie J. Verbeek, Nederlands Zilver, 1723-1780, Lochem, 1998, pag.7). Het woord corpuswerk is afkomstig van het Latijnse corpus materiai, hetgeen zoveel betekent als 'hoofdbestanddeel van een zaak'.

Natuurlijk is corpus ook de vertaling van 'lichaam'. De zilversmid gebruikt nog steeds het woord lichaam wanneer hij van een theepot de bolle buik wil aanduiden. Zo zegt hij bijvoorbeeld:'de tuit opnieuw solderen aan het lichaam, mevrouw, is meer werk dan u denkt, 't hele lichaam moet verhit worden', etc. U kunt zich voorstellen dat als men net iets netter wil spreken het corpus van de theepot beter klinkt. Corpuswerk is dus een verzamelnaam van voorwerpen zoals potten en pannen, voorwerpen die als het ware een lichaam hebben. Vaak wil men tegenwoordig het verschil aanduiden met klein- en groot-zilverwerk.

Voorzover ik weet, en ik spreek uit uitvaring, spreken de zilversmeden nog steeds over 'het corpuswerk', een naam die tot het zilversmedenjargon behoort en naar mijn mening de lading dekt zolang het gaat over potten en pannen.

Jacob J. Roosjen

Boeken over zilver
 
"Waar moet ik beginnen?"
Een simpele vraag, die ons vaak bereikt. Eenvoudig te beantwoorden is hij echter niet, want wie zich wil verdiepen in de vakgebieden die in Cachet aan de orde komen komt een berg informatie tegen, waaruit het voor de beginneling lastig kiezen is. Daarom geeft ons panel van experts een aantal boeken- en informatietips.


Zilver leren kennen betekent: veel en zorgvuldig kijken. Want alleen dan kan boekenwijsheid omgezet worden in echte kennis. Daarvoor is een goede loupe onontbeerlijk, terwijl een nauwkeurige weegschaal handig is voor het vaststellen van het materiaalgewicht. En boeken dus, maar welke boeken?

Oude veilingcatalogi zijn van onschatbare waarde; beter nog zijn veilingcatalogi van courante veilingen, bij een bezoek aan de kijkdag. Bij mijn werk zijn enkele boeken nog steeds mijn geduldige leermeesters.

Goud- en Zilvermerken van Voet Goud- en Zilvermerken van Voet,
L.B. Gans, Martinus Nijhoff Uitgevers.

Elias Voet jr. maakte omstreeks 1890 in Nederland een begin met het rubriceren van de namen van goud- en zilversmeden, meestertekens en gildestempels. Hij publiceerde verschillende boeken over zilver afkomstig uit Amsterdam, Den Haag en Friesland.

De eerste druk van "De Kleine Voet", zoals dit boek in het vak wordt genoemd, met als titel Nederlandsche Goud- en Zilvermerken 1445-1935 verscheen in 1937. Elias Voet jr. overleed in 1940. Zijn werk werd voortgezet door ir. P.W. Voet . In het boek van L.B. Gans krijgt u zeer overzichtelijke informatie over de keursystemen van de Middeleeuwen tot heden, zodat u de verschillende merken kunt determineren.

ISBN 90-68903632


Nederlandse verantwoordelijkheidstekens sinds 1797 Dutch Goldsmiths' and Silver-smiths' Marks and Names prior to 1812
K.A. Citroen, Primavera Pers, Leiden.

In dit boek vind u meestertekens van Nederlandse zilversmeden tot 1812, de meestertekens ingedeeld naar tekens gevormd door letters , tekens met herkenbare figuren en huismerken. Hierna volgt een lange lijst van zilversmeden zonder geregistreerde merken, en tenslotte de merken en jaarletters van de steden. Dit boek is een onmisbaar naslagwerk, het eerste waar je naar grijpt bij onderzoek van antiek zilver. Al staan de tekens niet afgebeeld, je komt op een spoor, van waaruit je in andere boeken verder kunt gaan zoeken.


Valse Zilvermerken in Nederland
K.A. Citroen, De Tijdstroom, Lochem.

Er zijn sinds omstreeks 1860 vele oude voorwerpen gekopieerd en van quasi-oude zilvermerken voorzien. Bij onderzoek of een fraai stuk zilver inderdaad oud is moet men bedacht zijn op mogelijke falsificatie. In dit boekje heeft de heer K.A. Citroen 661 merken afgebeeld, waarvan het merendeel werd aangetroffen op in ons land gemaakte nabootsingen van oud zilver.*


International Hallmarks on Silver International Hallmarks on Silver
collected by Tardy, Parijs.

In dit kleine dikke boekje vind u de zilvermerken van zo'n zestig landen.


Nederlands Klein Zilver en schepwerk 1650-1880 Nederlands Klein Zilver en schepwerk 1650-1880
B.W.G. Wttewaall, Uitgeverij Uniepers Abcoude.

Een heerlijk naslagwerk met uitgebreide informatie en duidelijke illustraties van Nederlands kleinzilver. Heel leuk om in te snuffelen en in te herkennen. Voor verzamelaars een must.

Modern zilver 1880-1940 ISBN 90-6825-148-1


Modern zilver 1880-1940,
Annelies Krekel-Aalberse, Meulenhoff/Landshoff.

Een zeer toegankelijk boek, waarin zilver uit de periode 1880-1940 per land wordt besproken en met foto's wordt geillustreerd. Zilvermerken en meestertekens staan achterin.*

Mickey de Rooij

*) Deze boeken zijn uitverkocht en slechts verkrijgbaar bij antiquarische boekhandels.
Vragen over Juwelen
IJzeren juwelen uit de 1e Wereldoorlog?
 
"Tijdens onze vakantie in Zwitserland hebben wij een sieraad gekocht in de vorm van twee trouwringen met de tekst 'Gold gab ich für Eisen'. In boeken kom je hier bijna niets over te weten, behalve dat het iets te maken heeft met de Eerste Wereldoorlog. Kunt u ons meer hierover vertellen?"

Juwelen van ijzer
Helaas ontbreekt een foto van uw ringen, wat het beoordelen altijd moeilijker maakt. Uit uw brief meen ik echter te kunnen opmaken dat uw ringen zijn vervaardigd van ijzer. Daarmee bent u in het bezit vanuit kunsthistorisch oogpunt gezien interessant object.

IJzer werd - evenals staal - vanaf het eind van de achttiende eeuw regelmatig toegepast in juwelen vanwege de schaarste van edele metalen. De in Berlijn gevestigde Koninklijke IJzergieterij die in eerste instantie gespecialiseerd was in de vervaardiging van balkon- en tuinhekken en gebruiksvoorwerpen, begon in 1804 met de productie van sieraden onder de naam 'Berliner Kunsteisenguss' of het meer gebruikelijke 'Fer-de-Berlin'.

'Fer-de-Berlin'
De laatste benaming werd overigens ook gebruikt voor sieraden die ontstonden in de ijzergieterijen in Gleiwitz in Silezië, in Trier aan de Moezel en in Ilsenburg. Na Napoleons inname van Berlijn in 1806 werd een groot aantal modellen naar Frankrijk vervoerd. De productie in Parijs begon pas in 1828 en ook daar sprak men toen over 'Fer-de-Berlin'.

De modellen werden gevormd in was en afgedrukt in uiterst fijn zand. De zo verkregen mallen werden gevuld met het gesmolten ijzer en dit resulteerde in kantachtige motieven, die vervolgens met de hand werden afgewerkt, zwart gelakt en door middel van metalen ringetjes aan elkaar bevestigd tot bijvoorbeeld colliers en armbanden.

Rouwsieraden
De kleur leende zich bij uitstek voor rouwsieraden, maar dit gebruik ontstond pas in 1810, na de vroege dood van de bijzonder geliefde koningin Luise, de echtgenote van Frederik Willem III van Pruisen. De zogenaamde 'Luiseanhänger', sieraden met de beeldenaar van de betreurde vorstin, zijn dan ook nauwkeurig te dateren. Vanaf dat moment werden gietijzeren sieraden in een aantal Europese landen ook voor persoonlijke rouw gebruikt, waarbij de symbolische betekenis van ijzer, namelijk standvastigheid en volharding, een extra dimensie gaf.

De grootste productie van gietijzeren sieraden vond echter plaats in 1813 en 1814, toen Pruisen met Frankrijk in oorlog was. In beide jaren werden méér dan 11.000 stuks vervaardigd, waarvan bijna de helft uit kruisvormige hangers bestond. De Pruisische koning riep zijn onderdanen op om goud in te leveren waarmee de oorlog kon worden gefinancierd. En wie zo patriottisch was kreeg een gietijzeren sieraad als dank.

Dit betekende niet dat elk ingeleverd juweel exact in ijzer werd nagemaakt. Men hanteerde een paar standaard modellen, waaruit waarschijnlijk een keuze kon worden gemaakt. Naast de kruishanger waren dat in ieder geval een bepaald model broche en een ring. Maar altijd waren deze - meestal zichtbaar - voorzien van de tekst: 'GOLD GAB ICH FUR EISEN, 1813' of 'ZUM WOHL DES VATERLANDES, 1813'.

Eerste Wereldoorlog
Dit systeem is voor ringen eveneens toegepast in 1915 tijdens de Eerste Wereldoorlog. De meeste vroege gietijzeren sieraden vertonen de invloed van de neogotiek, die onder leiding van de architect Schinkel in Duitsland eerder merkbaar was dan in Frankrijk, waar men later sprak van de 'Style à la Cathedrale'. Drie- en vierpassen, acanthusbladmotieven en pinakels zijn regelrecht overgenomen van gotische kerkgebouwen.

Na ongeveer 1830 werden steéds meer blad- en bloemmotieven toegepast. Zo komt het kastanjeblad vanaf dat moment opmerkelijk vaak voor in 'Fer-de-Berlin'.Gietijzeren sieraden zijn dikwijls gesigneerd..
De firma's Lehmann, Hossauer, Geiss en Devaranne uit Berlijn en de firma Schott uit Ilsenburg voorzagen hun ontwerpen vrijwel altijd van hun naam. De twee laatste firma's exposeerden zelfs nog gietijzeren sieraden tijdens de Wereldtentoonstelling van 1851 in Londen.

Datering
Maar over het algemeen is het moeilijk om te bepalen tot wanneer ijzeren juwelen zijn gedragen. Dat komt ook omdat ze op portretten weinig voorkomen. Het lijkt erop dat de interesse voor ijzeren juwelen gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw snel afnam. En in verband met de geringe waarde van het materiaal zal er toen ook wel veel vernietigd zijn. Daar komt nog bij dat gietijzer poreus en dus zeer kwetsbaar is. Als het valt, breekt het snel en het is bijzonder moeilijk te solderen of te lijmen.

Al met al oorzaken genoeg voor het feit dat er relatief weinig goede voorbeelden bewaard zijn gebleven. En dat betekent weer dat gietijzeren sieraden - ondanks de lage intrinsieke waarde - tegenwoordig hoge prijzen maken en vooral in Amerika en Duitsland een geliefd verzamelobject zijn geworden. De grootste collectie 'Fer-de-Berlin' sieraden bevindt zich in het Musée Le Secq des Tournelles in Rouen.

Klaas Martijn Akkerman

Wat betekent 'Karaat'?
 
"Zowel in verband met goud als met edelstenen wordt het woord karaat gebruikt.
Heeft het in beide gevallen dezelfde betekenis en wat is die?"


De kwaliteit van goud en edelstenen wordt beide aangeduid met karaat. Toch staat dit voor twee totaal verschillende zaken.

Karaat bij goud
Om met goud te beginnen: zuiver goud komt zelden voor, het is erg zacht. Daarom is er meestal sprake van een legering met andere metalen, waardoor het goud de eigenschappen krijgt die nodig zijn om er iets van te maken. Kleur, hardheid, taaiheid of kneedbaarheid van het mengsel worden bepaald door de toegevoegde materialen.

Wanneer bij de kwaliteitsaanduiding van goud van karaat wordt gesproken, bedoelt men de legering - ook wel gehalte genoemd - van het goud, met 'karaat' bij edelstenen geven we het gewicht van de stenen aan.

18 Karaat goud betekent 750/1000 goud en 250/1000 toegevoegde metalen. De toevoeging van de andere metalen zorgt ervoor dat het goud de eigenschappen krijgt die nodig zijn voor het te vervaardigen object. De kleur, de hardheid, de taaiheid/kneedbaarheid van de goudlegering die uiteindelijk voor een juweel gebruikt gaat worden wordt bepaald door de toegevoegde materialen.

Goudlegeringen
24 karaat 1000/1000
22 karaat 916/1000
20 karaat 833/1000
18 karaat 750/1000
14 karaat 585/1000
Witgoud
Een voorbeeld is het verschil tussen 18 karaat geelgoud en 18 karaat witgoud. Beide metalen zijn voor 750/1000e opgebouwd uit puur goud (1000/1000=24 karaat). Maar bij geelgoud is meer koper toegevoegd en bij het witgoud paladium of koper, nikkel en zink. Door die toevoeging ook is witgoud altijd een beetje duurder.

De Nederlandse Waarborg
De Nederlandse Waarborg controleert alle voorwerpen van edelmetaal die in Nederland verhandeld worden. Als garantie stempelen zij ieder object. Buitenlandse keurtekens worden sinds enkele jaren ook geaccepteerd door de Waarborg als garantie. Dit vergemakkelijkt de inkoop/inname van buitenlandse juwelen voor de Nederlandse juweliers/veilinghuizen bijzonder.

In Nederland mag men 22 karaat, 18 karaat en 14 karaat goud 'goud' noemen. 9 Karaat goud, zoals we in Engeland veel tegenkomen, mag in Nederland geen goud worden genoemd omdat het percentage goud in de legering te laag is.

Karaat bij Edelstenen
Het woord karaat als kwaliteitsaanduiding bij edelstenen geeft het gewicht aan van de steen. Het gewicht van edelstenen wordt sinds 1907 gegeven in metrische karaat, waarbij geldt:

1 metrische karaat = 1 karaat = 0,2 gram of 5 karaat = 1 gram.

Het gewicht van diamant onder 1 karaat wordt aangegeven in 'puntjes': 1 karaat = 100 puntjes en 1 puntje = 2 milligram.

Een weegschaaltje met links de te wegen edelstenen en rechts de zaadjes van de Johannesbroodboom. Een weegschaaltje met links de te wegen edelstenen en rechts de zaadjes van de Johannesbroodboom.


De term karaat is zeer waarschijnlijk afgeleid van de Arabische naam Kharrub, ook wel Johannesbroodboom. De bruine zaadjes van deze boom hebben een zeer constant gewicht van om en nabij 0.197 gram. In het verleden werden deze zaadjes gebruikt om het gewicht van edelstenen aan te geven.

Beide kwaliteitsaanduidingen zijn dus van groot belang bij het beoordelen van een juweel, maar in betekenis hebben ze niets met elkaar te maken.

Victoria van Limburg Stirum

Boeken over Juwelen
 
"Waar moet ik beginnen?"
Een simpele vraag, die ons vaak bereikt. Eenvoudig te beantwoorden is hij echter niet, want wie zich wil verdiepen in de vakgebieden die in Cachet aan de orde komen komt een berg informatie tegen, waaruit het voor de beginneling lastig kiezen is. Daarom geeft ons panel van experts een aantal boeken- en informatietips.


Het beoordelen van juwelen is bij uitstek een vak waarbij het ontwikkelen van een gevoel met het materiaal een belangrijke rol speelt. Daarvoor is het belangrijk heel veel juwelen te zien en in de hand te hebben. De manier waarop het in de hand ligt, de kleur van de stenen, de transparantie van het email, de combinatie van het slijpsel van de stenen, het ontwerp van het sieraad en het patina op het metaal moeten kloppen. Het is moeilijk zich dat op een theoretische manier eigen te maken.

Juwelen zijn over het algemeen, anders dan zilver, slechts heel summier of helemaal niet gekeurd. Zodoende bestaan er dus geen makkelijk toegankelijke naslagwerken zoals men die kent voor zilver. Er bestaan wel boeken waarin specifieke groepen sieraden worden behandeld. Bijvoorbeeld over Franse sieraden, Art Nouveau sieraden, of over bepaalde goudsmeden. Daarin zijn wel enkele meestertekens te vinden, waarnaast de stijl van werken uit een bepaalde periode en van bekende goudsmeden wordt belicht. Maar om goed gedocumenteerd te zijn zou men een hele bibliotheek moeten aanleggen.

Er zijn natuurlijk wel interessante boeken over juwelen geschreven die verschillende aspecten van juwelen zodanig beschrijven dat men leert een sieraad in een context te plaatsen.

Elseviers Gids van edel- en sierstenen Diamant wonderlijk kristal Voor het benoemen van edelstenen is Elseviers Gids van edel- en sierstenen een goed uitgangspunt; rijk geïllustreerd en met een duidelijke omschrijving staan hier de meest voorkomende edelstenen in genoemd.
(ISBN:9010017966)


In het boek Diamant Wonderlijk Kristal, beschrijft S. Asscher de geschiedenis van diamant en het diamantbedrijf vanaf de vroegste tijden in India tot op heden. Een boeiend boek waarin onderwerpen zoals o.a. het delven, het ruwe diamant, de bewerkingen, de beleggingsdiamant en beroemde stenen aan de orde komen.
(ISBN: 9022840409)


Juwelen Sieraden van de late 18e tot de vroege 20ste eeuw Een heel aardig, beknopt boekje over juwelen schreef L. Giltay-Nijssen met een duidelijke titel: Juwelen. Een heel oude uitgave die ik laatst zag in het boekenaanbod van de Zilverbank. Hierin geeft de schrijfster een overzicht van de ontwikkeling van het Europese sieraad vanaf ca. 1760 tot heden. Een aanrader!



Nog zo'n oude uitgave is het boekje Sieraden van de late 18e tot de vroege 20ste eeuw, door Lydia-Lida Dewiel. Ook zij geeft een duidelijk overzicht van de juwelen uit deze periode waaruit het grootste deel van de antieke sieraden stamt die wij nu nog tegenkomen.*


Juwelen en Mensen De heer M.H. Gans pakt het onderwerp heel anders aan in zijn boek Juwelen en Mensen. Een fantastisch rijk boek waarin we, d.m.v. oude archieven, meekijken in de juwelenkistjes van vele Europese en met name Hollandse 'groten' van plus minus 1400 tot 1900. Het is boeiend om in dit boek de Europese geschiedenis te volgen via vele anekdotes waarin juwelen een rol spelen. Ruim 200 foto's, voornamelijk portretten, illustreren de manier waarop het juweel werd gedragen en de mode die daarbij hoorde. Inventarislijsten geven tenslotte een beeld van diverse collecties sieraden met hun prijzen uit die tijd.


Antique and Twentieth Century Jewellery Van de buitenlandse boeken die ik ken lijkt me dat van Vivienne Becker, Antique and Twentieth Century Jewellery (ISBN: 0719801710) het aantrekkelijkst. Ook dit boek geeft op een heel prettig leesbare manier een overzicht van de meest voorkomende stijlen van juwelen.
En natuurlijk de Tardy, waarin de goudmerken van alle landen staan.

Ook de juwelencatalogi van de grotere veilinghuizen horen bij de lijst. Het bestuderen van het gevarieerde aanbod van juwelen met beschrijvingen, prijsindicaties en veel illustraties is misschien nog wel de beste oefening voor het beoordelen van juwelen. Te meer omdat je tijdens de kijkdagen de juwelen ook allemaal kunt zien en wellicht vasthouden. Zo is het mogelijk om dat onnavolgbare gevoel te ontwikkelen dat naast alle theoretische kennis nodig is om echtheid, leeftijd en kwaliteit te onderscheiden.

Victoria van Limburg Stirum

*) Deze boeken zijn uitverkocht en slechts verkrijgbaar bij antiquarische boekhandels.

Vragen over Porselein
Porselein schoonmaken
 
Porselein "Hoe kan ik mijn verzameling aardewerk en porselein het beste schoonmaken?"

Dierbare stukken keramiek vragen voor hun onderhoud om een veel voorzichtiger behandeling dan de afwasbeurt die ons dagelijkse serviesgoed krijgt. Om te beginnen is het aan te raden de voorwerpen ergens neer te zetten waar ze niet zo snel vuil worden. Als het dan toch nodig is om ze schoon te maken kunt u voor dit karwei het beste een rustig moment uitzoeken, zodat uw aandacht niet wordt afgeleid. Heeft u twijfels over de conditie van voorwerpen, zit bijvoorbeeld het glazuur of de decoratie niet meer goed vast, dan kunt u beter vooraf advies vragen aan een restaurator.

Voorbereiding
Voor het hanteren van aardewerk en porselein moet u zorgen dat u schone handen heeft of eventueel handschoenen draagt. Ongeglazuurde keramiek neemt door het ruwe oppervlak gemakkelijk vet en ander vuil op en kan beter niet met blote handen worden aangepakt. Zorg er in ieder geval voor dat de plek waar u gaat schoonmaken gereed ligt en er op de weg ernaartoe geen obstakels liggen waar u over kunt struikelen. Belangrijk is dat de ondergrond van uw werkplek zacht is om stoten te voorkomen. Het spreekt vanzelf dat u geen lastige kleding draagt met bijvoorbeeld wijde mouwen.

Stof en ander los vuil kunt u verwijderen met een zachte en schone penseel of borstel. Als voorwerpen voorzien zijn van een goed vastzittend glazuur en er geen metalen onderdelen aan het voorwerp vastzitten, kunnen zij ook worden afgenomen met een vochtige doek en afgedroogd met een schone linnen doek. Het beste kunt u hierbij gedestilleerd of gedemineraliseerd water gebruiken om kalkvlekken te voorkomen. Onderdompelen van poreus aardewerk is niet aan te raden omdat water door haarscheurtjes in het glazuur kan binnendringen en vlekken kan veroorzaken in de onderliggende scherf. Ook kunnen oude restauraties zo loslaten. Moeilijk te bereiken plaatsen kunt u met een licht bevochtigde dunne penseel schoonvegen en nadrogen met een lapje dat om de punt van een satéprikker is gewikkeld.

Vlekken
Het verwijderen van vlekken is een zaak voor de restaurator. Hoe prachtig wit uw porseleinen theekom ook wordt na inweken in sop met een scheutje bleek: de gevolgen van deze behandeling kunnen desastreus zijn. Door met het blote oog niet waarneembare haarscheurtjes kan chloor onder het glazuur terechtkomen en enige tijd later kristallen vormen die het glazuur kapot drukken. Als dit eenmaal gebeurt is er weinig meer aan te doen.

Christien Smits

Porselein restaureren
 
Porselein "Mijn schotel van Chinees porselein is gebroken. Hoe kan deze het beste worden hersteld?"

Als alle scherven, ook de kleinste, zorgvuldig worden bewaard en niet verder vuil of beschadigd kunnen raken, zullen zij goed in elkaar passen. Het is dan voldoende om de scherven schoon te maken en aan elkaar te lijmen met een speciaal ontwikkelde epoxyhars. Door toevoeging van pigmenten kan de lijm zodanig worden bijgekleurd dat de breuklijn weinig opvalt en de schotel weer in haar oude glorie te bewonderen is.

Als porselein breekt, is het heel belangrijk alle scherven te verzamelen. Het komt nogal eens voor dat pas bij de restaurator blijkt dat er toch stukken ontbreken. Dit kan een tijdrovende behandeling noodzakelijk maken om het voorwerp aan te vullen en veelal ook te retoucheren.

Scherven kunnen het beste apart in schoon en zuurvrij vloeipapier worden gewikkeld (de zeer kleine in een zakje of doosje) en samen in een doos worden opgeborgen. De verleiding om eerst zelf te lijmen kunt u beter weerstaan. Afgezien van het risico van verdere beschadiging van de breukvlakken, is de kans groot dat een latere restauratie veel meer tijd en dus geld gaat kosten omdat verkeerd gelijmde stukken weer los moeten worden gemaakt.

Kan een restauratie onzichtbaar zijn?
Goed gelijmde breuken zijn op het eerste gezicht zo onopvallend dat de schoonheid van het voorwerp daarmee voldoende is hersteld. Breuklijnen kunnen door middel van een airbrush met gekleurde lak worden overgespoten, maar daarmee wordt behalve de breuk ook een deel van het oppervlak onzichtbaar. Vroeger was dit een esthetische noodzaak omdat de beschikbare lijmen bruin waren of al spoedig geel werden. Tegenwoordig zijn de toegepaste lijmen helder en veel langer lichtecht. Als zij na verloop van tijd toch verkleuren, valt dit minder op dan wanneer de over de breuken gespoten lak eveneens verkleurt. Verkleuring van lijmen en lakken is ook bij de modernste materialen niet uit te sluiten. Daarom is het zeker zo belangrijk dat een restauratie 'reversibel' is, dus zonder schade toe te brengen aan het voorwerp kan worden verwijderd.

Christien Smits

Boeken over porselein, keramiek en aardewerk
 
"Waar moet ik beginnen?"
Een simpele vraag, die ons vaak bereikt. Eenvoudig te beantwoorden is hij echter niet, want wie zich wil verdiepen in de vakgebieden die in Cachet aan de orde komen komt een berg informatie tegen, waaruit het voor de beginneling lastig kiezen is. Daarom geeft ons panel van experts een aantal boeken- en informatietips.


Wie zich wil verdiepen in het vakgebied van de keramiek heeft een zee van literatuur tot zijn beschikking. Het vakgebied is enorm. Niet alleen wordt overal ter wereld keramiek gemaakt, maar de geschiedenis van de keramiek gaat ook nog eens terug tot beschavingen die vele duizenden jaren geleden hun hoogtepunt beleefden. Wie wil gaan lezen, kan het beste beginnen met een bezoek aan een goed voorziene bibliotheek. Boekhandelaren zetten meestal alleen een keuze op de plank van recent verschenen boeken en tijdschriften.

Een belangrijke aanvulling op dit aanbod is te vinden in de tweedehands boekhandel. Daarnaast is een bezoek aan musea met grote keramiekcollecties zeer aan te raden, zoals Museum Het Princessehof in Leeuwarden, het Rijksmuseum te Amsterdam, het Haags Gemeentemuseum en het Goudse Museum Catharina Gasthuis. Hier zijn ook boeken te koop, die verband houden met de verzameling. Bovendien is het bijzonder nuttig om op kijkdagen van veilingen rond te neuzen om uw oog te oefenen.

Voor de ware liefhebber is natuurlijk het lidmaatschap van de Nederlandse vereniging van vrienden van ceramiek en glas onmisbaar, vooral vanwege het tijdschrift Vormen in Vuur dat leden enkele malen per jaar toegestuurd krijgen: u kunt zich aanmelden bij de heer R. Daalmeyer, Boerhaavelaan 27, 2334 EC Leiden.

Enkele publikaties die de beginner op weg helpen:

Aardewerk en porselein
L. Melegati, onderdeel van De Antiek Bibliotheek onder redactie van J.P. Glerum, uitgegeven door Tirion te Baarn in 1997.

Technieken in de kunstnijverheid, deel 3: ceramiek
M-R Bogaers, redacteur, uitgave van het Kunsthistorisch Instituut van de Rijksuniversiteit te Leiden in 1985.

World Ceramics Chinese Ceramics in the Collection of the Rijksmuseum, Amsterdam World Ceramics
R.J. Charleston, redacteur, vele malen herdrukt door The Hamlyn Publishing Group, London/New York/Sydney/Toronto (nu in de tweedehands boekhandel te vinden).


Chinese Ceramics in the Collection of the Rijksmuseum, Amsterdam
C.J.A. Jörg en J. van Campen, The Ming and Qing Dynasties, uitgegeven door Philip Wilson Publishers Ltd. samen met het Rijksmuseum te Londen en Amsterdam in 1997.


Geleyersgoet en Hollants Porceleyn. Ontwikkelingen in de Nederlandse aardewerk-industrie 1560-1660
J.D. van Dam, artikel verschenen in Mededelingenblad Nederlandse Vereniging van Vrienden van de Ceramiek, nr. 108 (1982/4).


Encyclopedia of Pottery and Porcelain 1800-1960 Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880 - 1940 Encyclopedia of Pottery and Porcelain 1800-1960
E. Cameron, voor het eerst uitgebracht door uitgeverij Facts On File Publications, New York/Oxford in 1986.


Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880 - 1940
M. Singelenberg-van der Meer, bevat een bijzonder uitgebreide literatuurlijst, vele malen uitgegeven vanaf 1980. door Uitgeversmaatschappij Antiek te Lochem




Loosdrechts porselein 1774 - 1784
A.L den Blaauwen, redacteur, uitgegeven door Waanders te Zwolle in 1988 ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum te Amsterdam

Christien Smits

Vragen over Damast
Damast schoonmaken
 
De damastweverij stuurt uw linnengoed schoon terug, met blauwe lintjes eromheen. "De meest gestelde vraag tijdens mijn lezingen is tegelijkertijd een verzuchting: Waar laat ik mijn damasten tafellakens en servetten wassen en opmaken?"

Het beste antwoord luidt: Stuur uw tafellinnen naar de damastweverij in Tilburg of breng het zelf. Het wordt daar met de hand gewassen, gespoeld, gemangeld (koud!!) en daarna geperst in de linnenpers. Vervolgens stuurt men uw linnengoed terug met blauwe lintjes eromheen.

Gewone wasserijen mangelen tegenwoordig het linnengoed in brede, hete mangels. Het goed gaat er aan de ene kant nat in en komt er aan de andere kant stijf en kurkdroog uit. De linnen vezel droogt daardoor uit en verliest zijn glans. Linnen gaat eruit zien alsof het katoen is. De glans verdwijnt steeds meer. Sommigen waarderen stijf linnengoed en stijven het daarom ook wel zelf. Maar tafellinnen hoort juist zijdezacht aan te voelen.

De kwaliteit van het linnen damast van vroeger is bijna verdwenen. Wat zou het goed zijn als de mensen beseften dat het linnengoed dat zij nu nog bezitten, dat afkomstig van ouders, grootouders en nog eerdere generaties, niet of nauwelijks meer te vervaardigen is, hooguit door de damastweverij in Tilburg.

Weest u alstublieft zuinig op uw linnengoed en koester het!

De Tapisserie- en Damastweverij is gevestigd aan het Kapelaan Poellplein 2, 5046 GV Tilburg, telefoon: (013) 536 74 75

Drs. Sanny de Zoete

Boeken over damast
 
"Waar moet ik beginnen?"
Een simpele vraag, die ons vaak bereikt. Eenvoudig te beantwoorden is hij echter niet, want wie zich wil verdiepen in de vakgebieden die in Cachet aan de orde komen komt een berg informatie tegen, waaruit het voor de beginneling lastig kiezen is. Daarom geeft ons panel van experts een aantal boeken- en informatietips.


Ook voor de kennis van damast geldt: veel lezen, zien en voelen- al is dat laatste in musea natuurlijk niet mogelijk! Vooral het Rijksmuseum in Amsterdam en het Textielmuseum in Tilburg zijn rijke bronnen van kennis voor geïnteresseerden van elk niveau. Boeken over dit onderwerp zijn soms eveneens alleen nog bij antiquariaten en bibliotheken te vinden.

Chris Lebeau 1878-1945
M. de Bois, Assen/Haarlem 1987. (bibliotheek)

The book of fine linen
Francoise de Bonneville, Parijs 1994.
Niet al te wetenschappelijk, erg mooi kijkboek. (boekhandel)

Antiek damast modern gedekt (tentoonstellingscat.)
C.A. Burgers, Enschede 1964.
Kort overzicht over vooral Hollandse en Haarlemse damasten. (bibliotheek)

Damast
A.G. Pauwels, Kortrijk 1986

Damast 2. Aanwinsten 1986 - 1996
A.G. Pauwels / Bauwens-de Jaegere, Kortrijk 1996.
Twee titels die goede informatie geven over oude damasten, vooral voor beginnende verzamelaars of liefhebbers.(boekhandel)

White figurated linen damask from the 15th to the beginning of the 19th century
G.T. van Ysselstein, Den Haag 1962.
Kort overzicht van de geschiedenis van het damastweven, interessant, maar niet helemaal foutloos. Met 120 goede foto's en 425 beschreven damasten heel informatief over vooral Hollands damast. (antiquariaat)

Met Wilhelmina aan tafel. Nederlands gelegenheidsdamast 1898-1998
Ingeborg de Roode en Sanny de Zoete, Zwolle 1998.
Tentoonstellingscatalogus met 43 gelegenheidsdamasten, daarnaast geschiedenis, techniek en de samenwerking tussen fabrikanten en kunstenaars. (boekhandel)

Sanny de Zoete

Diverse
Wat betekent 'eradicated'?
 
De heer Bruchner stelde ons de volgende vraag:
"Als vrijwilliger ben ik enkele dagen per week werkzaam in het Noordelijk Scheepvaart Museum te Groningen. Onlangs kwam daar aan de orde een zgn. 'crest' van een verloren gegane Engelse onderzeeër, H.M.S. Sidon, waarvan wij vermoedden dat deze naamplaat niet origineel was. Navraag bij The Royal Navy Submarine Museum te Gospost (bij Portsmouth) bevestigde ons vermoeden: het is een replica. Mrs. M. Bidmead, hoofd van de research-afdeling van genoemd museum, omschrijft deze crest aldus:"A date palm tree eraticated gold on a blue field".

Het is het woord eradicated, dat ons niet duidelijk is. Letterlijk betekent het 'uitgewist,vernietigd', dat brengt ons niet verder. De vraag is, bestaat er in de kunst van het vergulden wellicht een uitdrukking, die zo luidt?"


Een 'crest' dat wil zeggen een wapenbord, met daarop "a date palmtree eradicated gold on a blue field". U wilt weten of eradicated gold een speciale betekenis heeft.
Zelf had u al in het woordenboek gekeken en gevonden dat de vertaling van eradicated o.a. uitgewist, vernietigd is. Dat is ook de betekenis waarin het hier wordt gebruikt; in het Nederlands zouden we zeggen: een wapenbord met daarop een dadelpalm, sporen van vergulding op een blauw veld.

Op de foto die u verstuurde zullen de kabelrand en de kroon van het schild wel verguld zijn geweest en het enige blauwe veld is dat waarop de naam van het schip: "de Sidon". Veel schepen en ik vermoed alle marineschepen hebben, meestal bij de brug, een 'crest' of wapenbord. Vroeger zullen die van hout gestoken, verguld en gepolychromeerd zijn geweest; tegenwoordig veelal van kunststof.

Het bord waarvan u de foto opstuurde komt zoals u zegt van een onderzeeër. Bij een onderzeeër zal, naar ik aanneem, het bord wel binnen in het schip hebben gezeten, maar ook in de thuishaven van het schip, in het hoofdkantoor van de reder of de marine zullen wel wapenborden van alle schepen aan de muur hangen.

Guus Röell

Boeken over glas
 
"Waar moet ik beginnen?"
Een simpele vraag, die ons vaak bereikt. Eenvoudig te beantwoorden is hij echter niet, want wie zich wil verdiepen in de vakgebieden die in Cachet aan de orde komen komt een berg informatie tegen, waaruit het voor de beginneling lastig kiezen is. Daarom geeft ons panel van experts een aantal boeken- en informatietips.


In de laatste twintig jaar is een groot aantal boeken over glas verschenen, Helaas zijn veel van deze edities alleen nog in de tweedehandsboekwinkels te verkrijgen, Een bezoek aan een bibliotheek kan natuurlijk uitkomst brengen en als de gewenste titel niet aanwezig is wordt een beroep gedaan op een andere vestiging of de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Courante uitgaven zijn verkrijgbaar bij gespecialiseerde boekhandels en museumwinkels.

Naast de kennis uit de boeken is het van groot belang veel glas te zien en te voelen, op veilingen en rommel- en antiekmarkten. Het Rijksmuseum, Museum Boymans-van Beuningen en het Nationaal Glasmuseum te Leerdam zijn musea waar permanent glas getoond wordt. Een aanrader is het Kunstmuseum in Düsseldorf.

Een eenvoudig hulpmiddel bij het beoordelen van modern glas is het merk dat met een etsstempel of een diamantstift meestal onder de bodem is aangebracht. Bij geperste voorwerpen wordt een merk meegeperst. Het is ook de grootste valkuil voor beginnende - en helaas soms ook ervaren - glasverzamelaars, omdat er de laatste tijd veel objecten met valse merken op de markt komen.

Jaarlijks wordt er in het tweede weekend van september een glaskunstbeurs gehouden in Cultureel Centrum het Dak te Leerdam (inl. tel 0345- 613626). De Vereniging Vrienden van Modern Glas organiseert bijeenkomsten, lezingen en atelierbezoeken en geeft een bulletin uit (inl. secretariaat Vereniging tel. 010 - 4359114).

Glas, de geschiedenis van glaswerk van 3000 v. C. tot heden
D. Klein, Veenendaal 1987.
Dit boekwerk omvat de complete historie van de internationale glaskunst, geïllustreerd met vele kleurenfoto's. Een must! (boekhandel)

Antiek Glas en Kristal
Elka Schrijver, Bussum 1962, serie Van Dishoeck.
Deel 1 beschrijft het glas van prehistorie tot het midden van de 19e eeuw, en in deel 2 wordt het glas van het midden van de 19e eeuw tot 1962 beschreven. De boekjes zijn zeer toegankelijk, duidelijk per periode en land ingedeeld, en voorzien van veel zwart/wit beeldmateriaal. (antiquariaat)

Glas en Kristal
Karel Wasch, Rotterdam 1924-27, serie De Toegepaste Kunsten.
Een belangrijk eigentijds document over de Glasfabriek Leerdam waar vanaf 1915 kunstenaars als Berlage, De Bazel en Copier werkten. Karel Wasch was als directie-secretaris aan de Glasfabriek verbonden en was in deze functie zeer nauw betrokken bij het beleid van de directeur P.M. Cochius om met kunstenaars samen te werken. (antiquariaat)

Leerdam catalogus 1934
herdruk, Lochem 1990.
In deze prachtig uitgevoerde catalogus staan naast alle in die tijd uitgevoerde ontwerpen van A.D.Copier ook eerdere ontwerpen van De Bazel, Berlage, Bloch Gidding en anderen. Alle aangeboden ontwerpen zijn voorzien van zwart/wit foto's. (boekhandel)

Geperst glas uit Leerdam
Thimo te Duits, Assen, Leerdam 1991.
Een catalogus verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling in 1991. Een zeer uitgebreid naslagwerk waarin het traditionele persglas van Leerdam en het vernieuwende persglas van Berlage, de Bazel, Copier, Meydam en Heesen wordt behandeld. Maar ook de bekende beeldjes van Leerdarn zoals de Madonna van Uiterwaal en de ontwerpen van Lucienne Bloch worden, voorzien van vele zwart/wit en enkele kleurenfoto's, worden besproken. (antiquariaat)

Leerdam glas 1878 - 1930
A. van der Kley - Blekxtoon, Lochem, 1984 (1), 1990 (2)
Een boekje over de geschiedenis van de Glasfabriek Leerdam, vanaf het moment van oprichting van de fabriek tot 1930, het jaar waarin Copier zijn bekende Gildeglas ontwierp, In deze uitgave wordt alleen gebruiksglas behandeld van de kunstenaars zoals De Bazel, De Lorm, Lanooy, Berlage, Lebeau, Copier die vóór 1930 ontwierpen voor de fabriek. Naast zwart/wit afbeeldingen van honderden voorwerpen zijn de merken van Leerdam afgebeeld. In de uitgave uit 1990 is ook een hoofdstuk over de Kristalunie in Maastricht en het werk van het Amsterdamse Glashuis Muller opgenomen. (antiquariaat)

Leerdam glas 1878 - 1998
A. van der Kley - Blekxtoon, bij Uitgeverij Antiek, Lochem.
Dit boek behandelt naast de hierboven genoemde periode ook het glaswerk dat Copier na 1930 heeft ontworpen. Het werk van Heesen, Meydam, Valkerna, van der Marel en vele andere ontwerpers die korter of langer voor de fabriek ontwierpen wordt uitgebreid besproken. Meer dan 200 zwart/wit foto's, en nu voor het eerst 34 afbeeldingen in kleur maken van dit boekje een handig naslagwerk. (boekhandel)

Kristalunie Maastricht catalogus
1932 - 33, herdruk, Lochem 1992.
De catalogus is zeer fraai vormgegeven door de aan de Kristalunie verbonden kunstenaar W.J. Rozendaal, en bevat al zijn ontwerpen tussen 1928 en 1933 die nog in de handel waren en enige ontwerpen van zijn voorgangers Zwart, Eisenloeffel, Cuypers en De Meyer. De catalogus is voorzien van lijntekeningen van de aangeboden voorwerpen, vooral gebruiksglas, drinkserviezen en vazen. (boekhandel)

W.J. Rozendaal, Herbert van Rheeden e.a.
Annet van der Kley-Blekxtoon, hoofdstuk W.J. Rozendaal bij de Kristalunie 1928 - 1937, Zutphen 1998
Rozendaal was meer bekend als graficus en illustrator. Van 1928 tot 1937 bepaalde hij het gezicht van de Kristalunie waar voor de komst van kunstenaars in 1928 voornamelijk prachtig geslepen kristal werd vervaardigd. (boekhandel)

Lexicon Moderne Nederlandse Glaskunst 1900 - 1992
T.M. Eliëns e.a., Lochem 1993.
Van veel in Nederland werkende of gewerkt hebbende kunstenaars die met glas hebben gewerkt of ooit iets in glas hebben gedaan, wordt in dit lexicon een kunstenaarsbiografie en een korte beschrijving van het werk gegeven. Van alle kunstenaars is een afbeelding van een voorbeeld van hun werk opgenomen. Een handige technische begrippenlijst completeert deze uitgave, een waardevol naslagwerk. (boekhandel of museumwinkel)

Annette van der Kley - Blekxtoon

 
     
         
 
    Home   |   Contact   |   Restyling & Realisatie: DG Graphic Design © 2011-2018