Het op de markt brengen van populaire producten rond een geliefd persoon is niet alleen van onze tijd. Aardewerkfabriek Rozenburg probeerde het in het begin van de vorige eeuw na de geboorte van Juliana met haar Prinsesse-aardewerk. Maar liefde voor een koninklijke baby garandeert nog geen hoge verkoopcijfers.
Aardewerken vaas met afbeelding van twee meisjes in Marker klederdracht, Th. K.L. Sluyterman, 1911, coll. Gemeentemuseum Den Haag
Toen koningin Wilhelmina op vrijdag 30 april 1909 in Paleis Noordeinde het leven schonk aan een gezonde dochter, werd dit in heel Nederland uitbundig gevierd. Het huwelijk tussen de koningin en prins Hendrik was acht jaar lang kinderloos gebleven en vele onderdanen vreesden dat in de toekomst een Duitse prins als troonopvolger zou moeten worden gezocht. De geboorte van de prinses betekende dat het Nederlandse vorstenhuis voor uitsterven was behoed. Niet voor niets werd zij vernoemd naar Juliana van Stolberg, de moeder van de vader des vaderlands, Willem van Oranje.
Juliana- of Princesse-aardewerk
Na de geboorte van de prinses werd bij de Koninklijke Porselein- en Aardewerkfabriek Rozenburg in Den Haag direct begonnen met de ontwikkeling van een nieuwe serie aardewerk, waarop de gevoelens van nationale trots zouden worden uitgedrukt. De directeur van de fabriek, de architect J.Jurriaan Kok (1861- 1919), vroeg zijn studiegenoot Karel Sluyterman (1863-1931) om de ontwerpen te maken. Deze was al jaren docent ornamentleer aan de Polytechnische School te Delft en een gewaardeerd ontwerper van kunstnijverheid.
Het Juliana- of Princesse-aardewerk kwam pas in de eerste maanden van 1910 op de markt. Weliswaar had de opwinding voor de geboorte van de troonopvolgster Jurriaan Kok op het idee gebracht, maar hij had met de voorbereidingen gewacht tot het prinsesje gezond en wel in haar wiegje lag. Het is duidelijk dat dit aardewerk bij een groot publiek in de smaak moest vallen. De vormen zijn klassiek, de versiering is in symmetrische patronen over de vorm verdeeld en de figuren zijn herkenbaar en gedetailleerd afgebeeld.
Portret Koningin Wilhelmina in Marker klederdracht, Affiche, Amsterdam 1898, collectie Gemeentearchief Rotterdam
Oranjegevoel en vaderlandsliefde
Het is onmiskenbaar dat bij de keuze van de motieven aansluiting is gezocht bij het opgebloeide oranjegevoel en de daaraan verbonden vaderlandsliefde. De afgebeelde figuren zijn ontleend aan de geschiedenis van het huis van Oranje (bijvoorbeeld op de Prinsenborden) of golden als typisch Nederlandse symbolen: vrouwen in klederdracht, molens, koeien en bloemen. De drukke versieringspatronen doen denken aan Delfts aardewerk en de kleuren waarmee is geschilderd herinneren aan oude Hollandse majolica: kobaltblauw, okergeel, groen en roestbruin.
Eendracht door klederdracht
De keuze voor het afbeelden van Hollandse klederdrachten op het Juliana-aardewerk lag in deze tijd voor de hand. Nederlandse klederdrachten waren bijzonder geliefd als vaderlands symbool. Zij werden na 1800 steeds minder gedragen, maar nu wel erkend als typische voortbrengselen van de nationale cultuur. Daarom kregen klederdrachten in 1887 ook een plaats in de zalen van het Nederlandsch Museum, dat samen met de nationale kunstverzameling van het Rijksmuseum was gehuisvest in het nieuwe museumgebouw te Amsterdam.
Koningin Wilhelmina was zich terdege bewust van de nieuwe betekenis van klederdrachten en liet zich herhaalde malen afbeelden in Fries kostuum. Ter ere van haar inhuldiging in 1898 werd in het Stedelijk Museum te Amsterdam een fraaie overzichtstentoonstelling ingericht van Nederlandse klederdrachten, die bijzonder druk werd bezocht. Toen Rozenburg het Juliana-aardewerk uitbracht had de fabriek een groot verkoopsucces hard nodig: zij stond er in 1909 financieel slecht voor.
Vertrek
Het nieuwe product heeft deze verwachting niet kunnen waarmaken en zou uiteindelijk het laatste product worden van deze beroemde Haagse keramiekfabriek. Jurriaan Kok vertrok in oktober 1913 om wethouder te worden van Openbare Werken. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak verslechterden de voorwaarden waaronder de fabriek moest werken en werd besloten om haar op te heffen. Het koningshuis, door de jaren heen een goede klant, had weer toekomst, maar de geboorte van prinses Juliana heeft Rozenburg niet meer kunnen redden.
Christien Smits
Literatuur:
C. Fasseur, Wilhelmina. De jonge koningin, 1998
A. de Jong, Dracht en eendracht. De politieke dimensie van klederdrachten, 1850 - 1920. In:
Klederdracht en kleedgedrag. Het kostuum Harer Majesteits onderdanen, 1898 - 1998, Nijmegen z.j.
Rozenburg 1883-1917. Geschiedenis van een Haagse fabriek, catalogus bij de tentoonstelling in 1983 gehouden in het Haagse Gemeentemuseum.