Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers

divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

Hieronder volgt alleen de tekst van het artikel. Wilt u ook de bijbehorende afbeeldingen zien? Neem dan een abonnement of bestel een los nummer van Cachet

Goed gesneden, gepolijst en feilloos ingelegd

Toveren met Stenen

Byzantijnse mozaïekkunst stond model voor het Florentijnse pietre dure. Gebruikten de Byzantijnse mozaiëkleggers minuscule kleine marmeren steentjes en glas, de pietre duresnijders sneden naast het kleurrijke marmer uiterst minutieus (half)edelstenen. In de Gilbert Collection bevindt zich een aantal adembenemend mooie voorbeelden van deze techniek.

Byzantijnse kunstenaars (400-1400) blonken uit in het maken van mozaïeken. Vloeren, muren, gewelven en koepels in kerken en paleizen werden ingelegd met ontelbare stukjes glas en steen van 1 cm2. Belangrijk in het ontwerp was de herkenbaarheid, zo werd de heilige Petrus altijd afgebeeld met een ronde witte baard en in de kleuren goud en beige. Ook de grootte was vastgelegd: een man moest negen koppen meten, zijn haarlijn begon een neuslengte boven zijn voorhoofd en hij moest een gewijde, bijna starre uitdrukking uitstralen. De steentjes waren van diverse kleuren marmer of werden in het glas gebrand. De ‘gouden’ stukjes werden gemaakt door bladgoud op de onderkant van doorzichtig glas te temperen. De lijnen voor de mozaïek werden uitgezet in ruw en vochtig pleisterkalk. Door de steentjes onder verschillende lichtinvalshoeken aan te brengen ontstond een levendige schittering.

ACCADEMIA DEL DISEGNO

De Byzantijnse kunst ging over in die van de Renaissance, de wedergeboorte, die in Italië rond 1420 begon. De kunstenaar trad uit de anonimiteit; er ontstonden discussies over de beeldende kunsten, waarbij teruggegrepen werd naar opvattingen uit de Griekse Oudheid, zoals de geschriften van de filosofen Plato en Aristoteles. In de kunst streefde men niet meer naar realisme maar juist naar de ideale schoonheid. Hierdoor functioneerde het traditionele atelier als leerschool voor kunstenaars niet langer. Groothertog Cosimo I de Medici richtte in 1547 de Accademia Fiorentina, beter bekend onder de naam Accademia del Disegno, te Florence op. Het doel hiervan was kunstenaars een eigentijdse opleiding te geven, waarbij de opleiding veel verder ging dan het maken van handwerk. Naast lessen over het lineaire perspectief nam ook wiskunde een belangrijke plaats in en konden studenten in het plaatselijk ziekenhuis praktische anatomielessen volgen. Een belangrijk sleutelfiguur was Giorgio Vasari (1511-1574). Hij was in dienst als hofschilder bij Cosimo I de Medici en bekleedde daar een belangrijke positie. Vasari beheerste het artistieke leven in Florence, hij schreef en publiceerde in 1550 het boek De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten. Door het grote succes verscheen in 1586 een tweede en uitgebreide editie. Beide edities zijn, middels een ode, opgedragen aan groothertog Cosimo I de Medici. Vasari roemt hem om zijn grote bijdrage aan de ontwikkeling van kunst en wetenschap.

OPIFICIO DELLE PIETRE DURE

Het was Cosimo’s zoon Ferdinando I de Medici, die op 3 september 1588 de Opificio delle Pietre Dure oprichtte in Florence. Dit werd het centrum van de productie van pietre dure mozaïeken in Europa en zou meer dan 300 jaar belangrijk en actief blijven. De bekwaamheden van de mozaiëkleggers uit Rome en de stenensnijders uit Milaan werden hier in Florence samengevoegd. Milaan was vanaf 1550 in Europa het belangrijkste centrum voor de productie van gesneden objecten, zoals pullen en vazen en gegraveerde panelen uit bergkristal. De panelen sierden meubelen, de vazen en pullen kregen prachtige edelmetalen monturen. De vaklieden, die uitblonken in de techniek van het snijden en polijsten van (half)edelstenen, hadden de belangrijkste Europese hoven als clientèle.
De mozaiëkmakers uit Rome waren ervaren in het bewerken van pietre tenere: de zachte steen, marmer. Zij blonken uit in het leggen van geometrische motieven en gestileerde decoraties met name in vloeren, die oogden als tapijten, en mozaiëktafels. Voor zowel pietre dure als pietre tenere werden verschillende technieken gebruikt.

In de groothertogelijke werkplaats kwamen deze ambachten samen, waarbij de hofschilders voor de ontwerpen zorgden. De geometrische motieven die de Romeinse vaklieden gebruikten werden vervangen door de ontwerpen van de schilders, uitgevoerd door de edelsteensnijders. Een ontwerp was tevens afhankelijk van de variaties in kleurstenen die de steensnijder op dat moment had; naarstig werd er gezocht naar schaars geworden marmer en (half)edelstenen van goede kwaliteit. Uit Cattaro kwam rood marmer, geel was het Torri-marmer, groen marmer en bergkristal kwam uit de Alpen, roze marmer uit Verona en zwart uit Mauretië, Siena en Iseo. Sicilië had onder andere grijs en wit marmer naast agaat en jaspis. Het zwarte marmer, bekend als paragon, kwam uit Vlaanderen. Andere (half)edelstenen die men gebruikte waren lapis lazuli, amethist, albast, koraal, chalcedon, carneool, malachiet, heliotroop, chrysopraas en paarlemoer. In eerste instantie kwamen de grote opdrachten voor de inrichting van de paleizen en het schitterende mausoleum voor de Medici familie in de kerk van San Lorenzo van de groothertogen zelf. De Medici’s gaven soms pietre dure mozaiëken als geschenk, waardoor het in de zestiende eeuw een typische hofkunst was.

In het begin van de zeventiende eeuw ontstonden de verzamel- of kunstkabinetten, bedacht door Philipp Hainhofer ( 1578-1647), een koopman uit Augsburg. Deze kleine kabinetten vielen op door hun kostbare uitvoering, belijmd met ebbenhout of zelfs ivoor en voorzien van Florentijnse pietre dure plaquettes. Deze pietre dure mozaiëkmotieven bestonden uit bloemen vaak in samenhang met vogels, vruchten en slingers. Op het kabinet werden deze kleinere panelen bevestigd rondom een groter centraal paneel, waarachter zich het deurtje bevond. Het afgebeelde kabinet toont in het midden het deurtje met een pietre dure plaquette voorstellende een fontein.

Van 1694 tot 1725 had de beeldhouwer en architect Giovanni FogginiI grote invloed op de groothertogelijke werkplaats. Hij had een voorliefde voor barokke planten- en vruchtenslingers uitgewerkt in diverse steensoorten. De klok op een negentiende eeuws kabinet is daar een goed voorbeeld van. Het uurwerk werd gemaakt voor Anna Maria Luisa de Medici. Zij huwde in 1691 met keurvorst Palatine von der Pfalz. Na zijn overlijden in 1716 keerde Anna Maria terug naar Florence, waarbij zij ook bijna al haar pietre dure objecten meenam, aan haar geschonken door haar vader Cosimo III. De klok is in 1704-1705 gemaakt in de hofwerkplaats. De pietre dure ornamentiek is typisch voor Foggini. De guirlandes, bladranken in verguld brons, waren zijn favoriete versieringen. In zijn aantekenboek staat een tekening van de ingelegde grotesk in krullend acanthusblad, zoals aangebracht onder de wijzerplaat. Aan het eind van de zeventiende en begin achttiende eeuw komen deze grotesken vaker voor op het Florentijnse pietre dure. De originele klok werd gemaakt door Ignatius Hugford of Huggeford uit Engeland, maar is later vervangen door een klok van Johannes Hittorff uit Bonn. De zuilen zijn van agaat met verguld bronzen kapitelen. Anna Maria de Medici heeft dit uurwerk niet mee teruggenomen naar Florence. Rond 1857 kocht de Engelsman Robert Staynor Holford de klok voor zijn huis in Engeland. Het kabinet waarop het staat zal rond diezelfde tijd vervaardigd zijn. Het pietre dure paneel in het midden is uit dezelfde tijd als de klok en zonder twijfel van Foggini. Zijn favoriete motief, het parelsnoer en de lapis lazuli strik in combinatie met de bloemenslingers, verraden dat. De verguld bronzen maskerons op dit begin achttiende eeuws paneel zijn negentiende-eeuwse toevoegingen en verbergen de naden waar de stenen tegen elkaar geplaatst zijn.

TAFELBLADEN

De hardheid van stenen wordt vastgesteld aan de hand van de schaal van de Oostenrijkse mineraloog Friedrich. Mohs uit 1820
Deze schaal omvat tien mineralen in opvolgende hardheid.
1 talk
2 gips of steenzout o.a. albast
3 calciet - marmer, graniet, serpentijn, malachiet, koraal
4 fluoriet - lapis lazuli, lazuriet
5 apatiet
6 veldspaat
7 kwarts - amethyst, bergkristal, carneool, chalcedoon, citrien, granaat, heliotroop,jaspis,
8 topaas
9 korund robijn, saffier
10 diamant
De scheidingslijn tussen een edelsteen en de zogenaamde halfedelsteen heeft met deze hardheid te maken. De scheidingslijn ligt tussen hardheid 7 en 8.

De pietre dure techniek komt ook buitengewoon goed tot zijn recht in tafelbladen.
In de Gilbert Collection met veel indrukwekkende tafelbladen, bevindt zich hiervan een wonderlijke exemplaar. Het bestaat uit veertien pietre dure plaquettes gemaakt tussen 1774 en 1785 voorstellende een groep acterende dwergen. Het blad is gemaakt naar tekeningen van Baccio del Bianco ( 1604-50) en naar gravures uit series dwergen die Jacques Callot (1592-1635) publiceerde in 1616. Del Bianco werkte als organisator van evenementen voor de Medici’s en ontwierp daarvoor allerlei soorten objecten. Het boek van Jacques Collot, Varie Figure Gobbi, liet een reizende groep dwergen zien, optredend aan het hof van Cosimo II in dezelfde tijd dat Callot daar ook was. Er zijn nog enkele van dit soort plaquettes bekend. De manier waarop de plaquettes op deze tafel zijn gerangschikt suggereert dat deze serie eigenlijk was bedoeld voor het decoreren van een kabinet. De plaquettes liggen tussen antiek groen marmer met een meanderrand van geel en rood marmer op een zwarte ondergrond.

Veel kunstenaars kwamen gedurende de eerste helft van de zeventiende eeuw voor een korte periode naar de groothertogelijke werkplaatsen om zich te bekwamen in de pietre dure techniek. Hierdoor konden zij in Italië hun eigen werkplaatsen beginnen, waarbij zij zich vooral toelegden op de kerkelijke kunst, zoals altaarstukken en tabernakels. Niet alleen in Italië maar ook daarbuiten ontstonden pietre dure werkplaatsen. De Florentijnse familie Castrucci, een van de bekendste Italiaanse steensnijders, kwam eind zestiende eeuw bij keizer Rudolph II in Praag werken. Landschapspanelen in de pietre dure techniek waren hun specialiteit. Het afgebeelde verzamelaarskabinet uit 1610 vervaardigd door Castrucci de oudere is hiervan een voorbeeld. Ook in andere landen werden de Florentijnse steensnijders naar de hofwerkplaatsen gehaald.

TELOORGANG OPIFICIO DELLE PIETRE DURE

Na de dood van de laatste groothertog Gian Gastone de Medici in 1737 bleven de werkplaatsen doordraaien en de bekende composities van vogels en bloemen op de zwart marmeren ondergrond maken. De nieuwe groothertog Francis I van Lotharingen en zijn zoon Pierre Léopold lieten een nieuwe wind waaien door de hofwerkplaatsen. De artistiek directeur Louis Siries verdreef in 1748 de bekende decoraties en verving deze door landschappen en romantische, zinnebeeldige motieven. Toen Napoleon in 1799 in Florence arriveerde werden de hofwerkplaatsen voor een paar jaar gesloten. Carlo Siries, kleinzoon van Louis, was de artistiek directeur tot 1854. Gedurende de rest van de negentiende eeuw zorgden steensnijders Giovan Giorgi, Niccolò Betti, Edoardo Marchionni en Paolo Ricci voor de terugkeer van de florale elementen in de pietre duremozaiëken. De werkplaats zond regelmatig werk in naar de internationale tentoonstellingen en verwierf daarvoor medailles tot 1862. Toen kwam de klad erin, onder andere door concurrentie vanuit Rusland, Engeland en Malta. Bovendien ging het met de financiële situatie van de Opificio delle Pietre Dure na 300 jaar hard achteruit: Het materiaal werd te kostbaar en men ging tot sluiting over. Alleen de kleinere werkplaatsen, zoals die van Giovanni Ugolini uit Florence overleefden nog enigszins. Zij maakten gebruik van de technieken en ontwerpen van de Opificio, maar voerden deze uit in veel goedkoper materiaal zoals kalkspaat en schelpen, de zogenaamde imitatie pietre duremozaiëk. Scagliola heet deze techniek waarbij men calcium sulfaat hydrateert. De daardoor ontstane verbinding zorgt voor grote buigzaamheid en maakt het uitermate geschikt voor modelering. Wanneer het droog en uitgehard is, kan erin gesneden worden en kan het weer worden opgevuld met hetzelfde materiaal in andere kleuren, ten slotte wordt alles hooggepolijst. Scagliola ontstond in de vijftiende eeuw.

De Gilbert Collection in Londen bezit een indrukwekkende hoeveelheid pietra dure, het museum van de Opificio delle Pietre Dure in Florence herbergt meesterstukken van de familie de Medici en originele gereedschappen voor de bewerking.


Mickey de Rooij

Literatuur

- Anna Maria Massinelli, Hardstones, Philip Wilson publishers/The Gilbert Collection, London 2000
- George Bull, Giorgio Vasari The lives of the artists, Penguin Books, Suffolk 1965
- Reinier Baarsen, 17de-eeuwse kabinetten, Waanders/Rijksmuseum, Zwolle 2000
- Prof. Dr. P.C. Zwaan F.G.A., Elementaire Edelsteenkunde, Federatie Goud en Zilver, den Haag 1987
- Lorenza A. Smith, drs. Irene Meccanici vertaling, Decoratieve Kunsten in Venetië, Könemann, Keulen, 2000
- Philip Sherrard, vert. H. Delleman, het Byzantijnse rijk, N.V. Het Parool, Amsterdam 1966