Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers

divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

Hieronder volgt alleen de tekst van het artikel. Wilt u ook de bijbehorende afbeeldingen zien? Neem dan een abonnement of bestel een los nummer van Cachet


de dwingende dominantie van kleuren

Middeleeuwse manuscripten

In het oude China was geel - in elke toepassing - strikt voorbehouden aan de keizer. Alleen hij en zijn familieleden genoten het voorrecht gewaden te dragen in die stralende zonnekleur. En uitsluitend voor zijn hof werd het perfecte geel monochrome porselein gemaakt. Geel vormde de bevestiging van keizerlijke macht. Voor ieder ander gold die kleur als volstrekt taboe.

Kleurexclusiviteit is niet louter een Chinees verschijnsel. In de antieke Oudheid en tijdens het Byzantijnse rijk verwees een andere kleur naar eenzelfde (goddelijke) heerserspositie: purper. Purper bleef voorbehouden aan koningen en keizers, een kleurmonopolie dat later in verzwakte vorm zou overgaan op kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders.
De status van het Chinese geel en het statige purper uit de Oudheid bevestigt niet alleen macht en hoogste exclusiviteit, er ligt een praktische reden aan ten grondslag, namelijk zeldzaamheid, en daarmee samenhangend kostbaarheid. In monochroom porselein is smetteloos geel het moeilijkst te fabriceren. En paars is zo'n uitgelezen kleur door de schaarste van de kleurstof. Het pigment ervoor wordt gewonnen uit een slak die voorkomt aan de oostkust van de Middellandse Zee. Voor een enkel grammetje kleurstof moeten zo'n achtduizend purperslakjes het leven laten.

In de Oudheid vond het prestigieuze purper zijn toepassing in gewaden aan het hof, in de aankleding van ceremoniële gebouwen én in de boekkunst. Byzantijnse purperen codici behoren tot de meest luxe en zeldzaamste handschriften die we kennen. Ze zijn geschreven in - al even symbolisch - zilver en goud op purperkleurig perkament. Zo werden de belangrijkste koninklijke oorkonden op purperperkament geschreven. Een voortreffelijk voorbeeld is het uit 967 daterende huwelijkscontract voor de Byzantijnse prinses Theophanou. Theophanou telde twaalf lentes toen zij in Rome huwde met Otto II, die zeventien jaar was en als Duitse keizer ook over ons land heerste. Op de langwerpige, 144,4 x 39,5 cm grote perkamentrol waarin hun huwelijksvoorwaarden staan opgetekend, is de tekst in gouden letters gekalligrafeerd tegen een purperen fond, dat uit acht paren medaillons bestaat, waarin fabeldieren staan afgebeeld. Voor de jonge keizer en zijn eega werd de belofte van gulden tijden, zo fraai symbolisch vervat in goud en purper, werkelijkheid. Hun huwelijk was gelukkig en bezegelde een periode van politieke rust in een tijd waarin tussen Rome en Byzantium dan weer sprake was van verwijdering, dan weer van toenadering. Het keizerlijk hof - hoven reisden in die eeuwen voortdurend door het gebied waarover ze heersten - verbleef een enkele keer in onze streken, onder meer in Tiel en Maastricht. Theophanou stierf in juni 991 op het Valkhof in Nijmegen en ligt sindsdien begraven in Keulen.

Tot de zeldzame purperen handschriften behoort ook een groepje manuscripten uit de zesde en zevende eeuw, sommige met miniaturen versierd, andere zonder verluchting. In de Vaticaanse bibliotheek bevindt zich de Codex purpureus, een Syrisch handschrift waarvan de tekst in zilveren letters is gekalligrafeerd, heilige namen en titels zelfs in goud. In dit handschrift komen geen afbeeldingen voor, maar de bladspiegel is volmaakt en het geheel is fascinerend in zijn abstractie en kleurstelling. Daarentegen zijn de Weense Genesis (bewaard in Wenen) en het Evangeliarium van Rossano (bezit van de kathedraal in de Italiaanse stad waaraan het boek zijn naam ontleent) wél met miniaturen verlucht. De Weense Genesis omvat 24 bladzijden met 48 veelkleurige, verhalende miniaturen, die een deel van de in zilver beschreven bladzijden beslaan. Bij het Evangeliarium van Rossano is de versiering nog indrukwekkender. De miniaturen zijn nog mooier en sommige zelfs paginagroot, zoals die waarop Christus voor Pilatus verschijnt, en de voorstelling waar Judas, vol spijt over zijn verraad, de ontvangen zilverlingen voor de voeten van de hogepriesters en ouderlingen smijt. Tegen het paarse fond verschijnen de hoofdfiguren voornamelijk in het wit, rood en roze. Christus in gouden en blauwe gewaden, Pilatus in geel en wit. Een symbolische betekenis hoeven we achter dit palet niet te zoeken, de heldere kleuren contrasteren prachtig met de purperen achtergrond.

Het merendeel van de middeleeuwse manuscripten mag dan religieus van inhoud zijn, ook literaire en wetenschappelijke geschriften zijn bewaard gebleven, van encyclopedieën en historische werken tot plantkundige en juridische traktaten en teksten over de geneeskunst en de kosmos. In hun verluchting weerspiegelen ze een al even ongekende rijkdom aan voorstellingen en stijlen, en ook in hun vaak betoverend kleurgebruik verschillen ze naar periode en streek.

Ontwikkelingen in het toepassen van kleur in de middeleeuwse miniatuurschilderkunst laten zich alleen in grove lijnen schetsen, anders verliest men zich snel in - overigens zeer boeiende - specialismen en details. Over het wezen en de eigenschappen van kleuren hebben meerdere middeleeuwse auteurs hun licht laten schijnen. Kleuren doen wat met mensen, maar omgekeerd was dat toentertijd nog meer het geval, bijvoorbeeld emotioneel en zinnebeeldig. Men kon met felle kleuren niet alleen zijn status uitdrukken, maar in een fijnzinnige code de meest uiteenlopende gevoelens uiten en wensen kenbaar maken. Vooral in kleding, familiewapens en vaandels spraken kleuren een stille, dwingende taal. Blauw werd geassocieerd met trouw en toewijding en curieus genoeg stond geel altijd in een kwaad daglicht. Lang niet iedereen was gediend van kleuren. Het was dan ook niet zonder reden dat als reactie op die uitbundige, soms agressieve kleurentaal werd gepleit voor ontkleuring. Franciscanen gingen grauwe pijen dragen, de benedictijnen zwarte en de cisterciënzers kozen voor wit.

Toch is het merkwaardig dat in zo'n symboolgevoelige periode als de Middeleeuwen de miniatuurkunst wat kleurgebruik betreft niet zo van symboliek is doortrokken. Verluchters hebben zich in hun kunst blijkbaar allereerst laten leiden door de artistieke zeggingskracht van kleuren en hun decoratieve waarde. Kleurgebruik en palet lijken vooral samen te hangen met stijl, mode, regio en tijd van ontstaan. De Italiaanse boekverluchters uit de Renaissance tonen een ongeëvenaard subtiel en rijk geschakeerd kleurgevoel. De Karolingische en Angelsaksische prachthandschriften uit de achtste tot tiende eeuw zijn beperkter van palet. Voor hun paginagrote initialen en beginbladzijden vol vlechtornamenten waarin dier- en plantenmotieven zich verstrengelen, zijn zachte kleuren geel, groen, oranje, blauw, roze en goud kenmerkend. Volkomen op elkaar afgestemd, vormen ze een subtiel evenwicht met de natuurlijke kleur van het perkament. Dat is mooi te zien in het Evangeliarium van Egmond. De tekst van de vier evangeliën werd omstreeks 865 in Reims voltooid en nadien elders verrijkt met acht bladgrote miniaturen. In 975 schonken de graaf van Holland, Dirk II, en zijn vrouw Hildegard het aan de abdij van Egmond. Om dit te memoreren zijn twee in zachte tinten roze, groen en rood uitgevoerde miniaturen toegevoegd, waarop die schenking en de abdij zijn afgebeeld. Je ziet hoe beide figuren het boek op een altaar leggen, terwijl om hen heen de kloosterkerk is afgebeeld. Hiermee hebben we de oudst bestaande weergave van Noordnederlandse mensen en gebouwen.

Vanaf de dertiende eeuw domineert in het westen van Europa in de miniatuurkunst blauw als hoofdkleur. Kleurnuances verdwijnen en het kleurenschema verstrakt. Ruim twee eeuwen lang overheerst het blauw, toegepast in combinatie met wit, zwart en veel rood en bladgoud. In onze streken, Italië, Engeland, Noord-Frankrijk en Parijs zijn handschriften vervaardigd met nog steeds helder glanzend goud en de gedetailleerde schilderingen, die bekoorlijk fris zijn van kleur. Om de verhalende miniaturen en initialen komt een randversiering met uitbundig krullende ranken, waaraan acanthusbladeren of bladtakjes ontspruiten met vruchten en bloemen, waarin ook vogels en (fantasie)dieren zich ophouden en grappige, soms potsierlijke mensfiguurtjes. Ook hier overheerst azuurblauw. Maar in dit soort versiering is door het eeuwenlang herhalen en ondanks het inventief en streekgebonden variëren iets verstards geslopen. Waarmee niets te na gezegd wil zijn over de artistieke kwaliteit van de miniatuurkunst in die tijd. De veertiende eeuw ziet de opkomst van het getijdenboek. Deze boeken waren om uit te bidden en om bij te overpeinzen voor persoonlijke devotie, zowel voor geestelijken als voor leken. Getijdenboeken zijn tot aan het eind van de Middeleeuwen zo populair dat ze alle manuscripten in aantal overtreffen. Ze bevatten teksten uit de evangeliën, de psalmen en gewijde literatuur, vaak met litanieën en de kalender van het kerkelijk jaar; alles naar believen van de opdrachtgever. Iedere streek had zijn eigen heiligen die er bijzondere verering genoten en hun aanwezigheid vormt, samen met de stijl, een goed hulpmiddel om de ontstaansgeschiedenis van de boeken te achterhalen. Dat er innig mee geleefd is bewijzen in sommige exemplaren de aantekeningen van geboorte- en sterfdata. Zelfs recepten kom je erin tegen.

Het noemen van miniaturisten als Jean Fouquet, de gebroeders Limburg met de bekende 'Très Riches Heures van hertog Jan van Berry', Simon Bening, Gerard Horenbout en Simon Marmion doet kenners en liefhebbers van Franse en Zuid-Nederlandse miniaturen watertanden. Hun kunst is in alle opzichten adembenemend en fonkelt van weelderig kleurgebruik. Voor ons land is het getijdenboek van Catharina van Kleef het mooiste dat we uit de vijftiende eeuw kennen. Het dateert van rond 1440 en bevat 157 sublieme miniaturen. Het bekendst is de dedicatieminiatuur waarop Catharina zelf, in rood gewaad, knielend voor de Madonna met kind is geschilderd, in een gouden mandorla omgeven door een randdecoratie met familiewapens. Het boek bevat kleurige miniaturen die getuigen van pakkend realisme, ontroering en devotie, afgewisseld met angst, humor en fantasie. De miniaturist schilderde apocalyptische visioenen en hellemonden. Hij omkaderde zijn heiligenfiguren met uiterst originele randdecoraties van louter vangnetten en vogelkooien, of van vissen, mosselen en munten, of hij beeldt de bezigheden van het gewone volk af en het tijdverdrijf van de welgestelden, zoals jagen en de valkerij. Wie was deze meesterschilder aan wie Catharina de opdracht gaf om zulk een vorstelijk boek te maken? Een anoniem, uiterst origineel kunstenaar die rond het midden van de vijftiende eeuw in Utrecht werkte en die de Franse en Nederlandse miniatuurkunst goed kende.

In het Brugge en Gent van de late vijftiende en begin zestiende eeuw beleefde de boekverluchting schitterende nadagen. Daar werkten miniaturisten voor wie het weergeven van de werkelijkheid een uitdaging was. De verstarde randdecoraties van krullende acanthus, vruchten en bloemen verruilden ze voor een realistische weergave van vormen en motieven uit de natuur, uitgaand van eigen observatie. Het zijn randen waarop losse bloemen kwistig lijken rondgestrooid, insecten zijn neergestreken, kleine dieren zitten en allerlei naar de hoofdvoorstelling verwijzende neventafereeltjes zijn aangebracht. Andere margeversieringen bestaan uit edelstenen, parels en juwelen op een groen fond, schelpen tegen een gele achtergrond, vanitasvoorwerpen afstekend tegen het blauw, of, wat Simon Bening deed in het Rothschildbrevier, de hoofdvoorstelling vatten in een architectuuromlijsting, geïnspireerd op gebeeldhouwde gotische altaarretabels. Het zijn juweeltjes in waterverf. Van enige schuchterheid in kleur is geen sprake. Alle kleurcombinaties en -sensaties komen voor, ook zwart. Zo is in een Brugs getijdenboek op een van de miniaturen de opwekking van Lazarus uitgebeeld. De randversiering om dit tafereel is stemmig zwart, beschilderd met bleekblauwe krullende acanthustakken, afgewisseld door gouden uitsparinkjes waarin aardbeitjes en bloemen voorkomen.

Maar er bestaan slechts zeven geheel zwarte manuscripten. Ze zijn beschreven met zilver- of goudinkt en gedecoreerd in verschillende kleuren, dit alles op een zwart geprepareerde ondergrond. Vijf van deze codici zijn op perkament, twee op papier. Ze worden onder meer bewaard in Wenen, het Vaticaan en het Louvre. Niet één bleef intact. Het doordrenken van perkament en papier met zwarte inkt maakt ze kwetsbaar. Een materiaalontbindend chemisch proces leidt op den duur tot hun ondergang; perkament en papier worden broos en bij elke aanraking vallen ze verder uiteen. Deze zwarte codici zijn waarschijnlijk in Brugge vervaardigd. De herkomst van deze wel heel speciale handschriften moeten we zoeken aan het hof van Karel de Stoute, de laatste hertog van Bourgondië. Zwart was zijn lievelingskleur. Zo kleedde hij zich ook altijd. Hoewel er geen directe verbinding ligt - doen die zwarte manuscripten onwillekeurig denken aan de koninklijke purperen handschriften uit de oudheid.

Adrie van Griensven

Literatuur:
Kurt Weitzmann, Spatantike und frühchristliche Buchmalerei, München, 1977
Tentoonstellingscatalogus, Andachtsbücher der Mittelalter, Keulen, 1987
Tentoonstellingscatalogus, Blibliotheca Apostiolica Vaticanana, Keulen, 1992
Tentoonstellingscatalogus, Honderd hoogtepunten uit de Koninklijke Blibliotheek, Zwolle, 1994
Tentoonstellingscatalogus, Karolingische verluchte handschrifte, Maarssen-den Haag, 1989