 |
Meer
dan een eeuw onbewoond en verlaten, veroordeeld om geheel
te verdwijnen
Beklonken tussen de puinhopen
Een bal masqué zou het
lot van kasteel de Haar bezegelen. Verkleed als Hercules
met knots ontmoette Etienne baron van Zuylen van Nijevelt
van de Haar ( 1860-1934) tijdens dit bal zijn toekomstige
vrouw Hélène barones de Rothschild (1864-1947).
In 1887 traden zij in het huwelijk. Die dag kreeg het
jonge echtpaar een opmerkelijk huwelijkscadeau; een
restauratieontwerp voor het bouwvallige kasteel De Haar.
De gift was afkomstig van Jonkheer Victor de Stuers,
dé pleitbezorger in Nederland voor het behoud
van ‘s lands culturele erfgoed.
Het
middeleeuwse slot, dat al geruime tijd niet meer door
de familie werd bewoond, was in die dagen niet veel
meer dan een ruïne. Maar door zijn huwelijk met
de zeer gefortuneerde Française beschikte Van
Zuylen plotseling over voldoende geld om De Haar weer
te laten schitteren. Hij zag het herstel als een hulde
aan zijn voorgeslacht. Het slot moest omgetoverd worden
in een sprookjespaleis en voorzien van alle moderne
gemakken, zoals vloerverwarming.
In Frankrijk, ten noorden van Parijs, bezat de familie
het luisterrijke kasteel Pierrefonds. Ook dit buitenhuis
was in 1861 gerestaureerd in middeleeuwse stijl en toegerust
met negentiende-eeuws comfort. Destijds was het de architect
Eugène Viollet-le-Duc die de opdracht uitvoerde.
Nu, op advies van De Stuers, werd de restauratie toevertrouwd
aan een van Viollet’s grootste bewonderaars, de
katholieke bouwmeester P.J.H. Cuypers (1827-1921). Hij
begon in 1892 met het omvangrijke project dat veertig
jaar zou duren.
In 2000 werd in het Nederlands
Architectuur Instituut begonnen met de bewerking
van het omvangrijke archief van de negentiende-eeuwse
bouwmeester Pierre Cuypers. Het eerste project dat
ter hand genomen werd, was het archief van Kasteel
De Haar in Haarzuilens. Het totale archief bestaat
nu uit ruim 6000 tekeningen, foto's en glasnegatieven
en geschreven stukken. De hoeveelheid en de kwaliteit
van de foto's en de tekeningen illustreren de grandeur
van het sprookjesachtige kasteel. Er zijn ontwerp-,
werk- en presentatietekeningen bewaard gebleven.
Deze geven inzicht in het ontwerpproces van het
kasteel, het châtelet (poortgebouw), de kerk,
het dorp Haarzuilens, de parken en tuinen en zelfs
van de inrichting en decoratie van honderden kamers.
Alles lijkt wel bewaard; er zijn ontwerpen van glas-in-loodramen,
houten en marmeren tegelvloeren, meubelen, behang,
servies, menukaarten en zelfs van de kleding voor
de bedienden.
Sinds 1998 toen de huidige bewoner Thierry van Zuylen
van Nijevelt van de Haar de noodklok luidde, is
er veel over De Haar te doen geweest en in 2000
kwam er uiteindelijk geld beschikbaar om het kasteel
met omliggende gebouwen en tuinen te restaureren.
In 2002 werd met de daadwerkelijke restauratie begonnen.
Cuypers had De Haar op de fundamenten van het vroegmiddeleeuwse
slot herbouwd. Pas in de loop der tijd bleek dat
de gietijzeren overkapping van de ontvangsthal te
zwaar was voor de middeleeuwse fundamenten. Bovendien
staat De Haar deels op klei en deels op zandgrond,
waardoor de buitenste schil van het gebouw sneller
is gaan verzakken dan het binnenste bouwdeel. Grote
scheuren in de hal en afbrokkelende bakstenen zijn
de getuigen van dit verval. Tijdens de restauratie
die tot 2007 zal gaan duren, zijn er restauratierondleidingen.
Het is raadzaam bij bezoek eerst contact op te nemen.
Het park en de tuinen blijven gewoon toegankelijk.
Kasteel De Haar, Kasteellaan1, Haarzuilens, tel.
030-6778518, www.kasteeldehaar.nl |
Rijksbouwmeester
Pierre Cuypers, de architect van het
Centraal Station te Amsterdam (1881) en het Rijksmuseum
(1885), was zijn loopbaan begonnen met bouwlessen aan
de Academie de peinture, sculpture et architecture in
Antwerpen. In 1849 ontving hij de Prix d’Excellence.
Terug in zijn geboorteplaats Roermond startte hij in
1851 een architectenbureau en werd stadsarchitect van
Roermond. Met de paramentenfabrikant F. Stoltzenberg
richtte hij een jaar later een kunstwerkplaats op. Deze
‘bouwloods’ was in eerste instantie bedoeld
als een atelier voor kerkelijke kunst. Er werd gestreefd
naar ambachtelijk vakmanschap, waarbij de middeleeuwse
werkplaatsen als voorbeeld dienden. Fel gekant tegen
industriële productie en tegen de opkomst van het
commerciële bouwbedrijf, zag Cuypers het gildenmodel
als de hoeksteen van de samenleving. Vervaardigd werden
ijzerwerk, glas-in-loodramen, beeldhouwwerk muurschilderingen,
stoffen en meubels. Niet alleen Viollet-le-Duc gold
als zijn voorbeeld, ook koesterde hij grote bewondering
voor de Engelse architect en theoreticus A.W.N. Pugin.
Om zijn werkterrein te verbreden, verhuisde Cuypers’
architectenbureau in 1865 naar Amsterdam, maar de kunstwerkplaats
in Roermond bleef voortbestaan. Zijn zoon Joseph Cuypers
(1861-1949) trad in 1885 als architect in dienst bij
het bedrijf.
Bij zijn restauraties bouwde
Cuypers voort op de principes van de oorspronkelijke
stijl, die hij interpreteerde vanuit negentiende-eeuws
perspectief. Hij introduceerde de neogotiek in Nederland,
maar schuwde evenmin neorenaissancistische invloeden
in de architectuur en interieur. Neo wil zeggen dat
er wordt teruggegrepen op belangrijke internationale
stijlen uit het verleden. Elementen uit gotiek, renaissance
of barok worden opnieuw toegepast en soms zelfs gecombineerd
in één enkel gebouw of interieurontwerp.
Als rijksbouwmeester drukte Cuypers zijn stempel op
een aantal belangrijke overheidsgebouwen. Bovendien
gaf hij een enorme impuls aan de opbloei van de nationale
kunstnijverheid, onder meer met de door hem gestichte
kunstnijverheidsschool Quellinus, die in het Rijksmuseum
was gevestigd.
Een suikerbakkersstuk als
inzet
Op 3 Juli 1893 organiseerde Cuypers
in de middeleeuwse ruïne van kasteel De Haar een
speciale dag met déjeuner. Ter gelegenheid van
deze feestelijke dag verscheen een album met de titel
‘De herleving van het kasteel De Haar’.
Het gedenkboek bevatte foto's, toespraken, een jubelzang,
het menu en een verslag van de dag. ‘t Is den
3 Juli 1893. En thans heerscht er eene buitengewone
drukte aan de Haar overal is het werkvolk bezig met
de toegangen te vergemakkelijken, de materialen uit
den weg te ruimen en het bezoek van al de reeds herstelde
gedeelten mogelijk te maken. Overal breekt de vreugde
door en ziet men de voorteekens van een aanstaand feest.
Omtrent 12 ure kwam Baron van Zuylen met de leden zijner
familie en zijne genoodigden aan en werd door de heer
Dr. Cuypers verwelkomt. Vooreerst werden de buitenwerken
van het kasteel bezocht en zoo aan een photograaf gelegenheid
gegeven om eene blijvende herinnering van dien heuglijken
dag tot stand te brengen. Daarna beklommen de bezoekers
den eersten vloer en traden de feestzaal binnen. Hier
steeg een kreet van bewondering uit aller mond; een
ieder werd getroffen door het zoo onverwachte verschijnsel,
in stede van eene naakte, ruwe plaats, eene heerlijk
versierde naar oude trant opgesmukte eetzaal te vinden
waar alles de dagen van voorheen herinnerde’.*
Met dit déjeuner wilde
Cuypers zijn opdrachtgevers, het echtpaar Baron en Barones
van Zuylen van Nijevelt van de Haar-de Rothschild, zijn
restauratieplannen voor het kasteel tonen. De eetzaal
werd speciaal voor de gelegenheid buitengewoon feestelijk
ingericht om de middeleeuwse sfeer in haar volle glorie
te laten schitteren. Het vertrek was gelukkigerwijs
een van de weinige ruimtes die nog overeind stonden.
Cuypers had de binnenmuren laten ‘behangen’
met gordijnstoffen en overal stonden grote bloemstukken.
Het uit tien gangen bestaande déjeuner werd verzorgd
door het Hotel des Pays-Bas uit Utrecht. De diverse
gerechten droegen namen die refereerden aan het kasteel
en zijn omgeving.
Op de feestelijk aangeklede
eettafel stond als
pièce-de-milieu een suikerbakkersstuk dat ‘het
Huis ter Haar uit zijne puinen oprijzend’ voorstelde.
Helaas kon de barones zelf deze dag niet bijwonen, zodat
de eetbare maquette na afloop naar Parijs werd verzonden.
Kort daarna kreeg Cuypers de opdracht zijn gepresenteerde
ideeën te realiseren. Hij ontwierp niet alleen
het exterieur van het kasteel, het poortgebouw en de
kerk, maar ook het volledige interieur, tot in de kleinste
details. In het gehele kasteel zou de heraldiek een
prominente plaats gaan innemen. De binnenplaats werd
in een overdekte ontvangsthal veranderd. Cuypers was
zelfs verantwoordelijk voor het ontwerp van enkele tuinen,
de parken en het nabijgelegen dorp Haarzuilens, dat
in zijn geheel werd verplaatst!.
Tijdens de bouw werd een steenfabriek op het
terrein geplaatst en de kunstwerkplaats van Cuypers
en Stoltzenberg in Roermond draaide overuren. Ten slotte
kwam ook de kunstverzameling van het echtpaar Van Zuylen
in samenwerking met Cuypers tot stand. Voor de aankleding
van de balzaal waren vooral de aankopen van zestiende-eeuwse
wandtapijten belangrijk.
Nederlands
ontwerp in Parijs uitgevoerd
In het atelier in Roermond werden
de tafel, dientafels en eetkamerstoelen in renaissancestijl
gemaakt. Zes zetels kregen een met dekkleden bekleed
wapen in leer en de rugleuningen werden bekroond met
middeleeuwse hoofden of met dierkoppen. In 1898 maakte
R.A. van de Pavert een tekening van de hernieuwde eetzaal.
Te zien zijn twee gedekte tafels, maar Cuypers heeft
ook een lange trektafel ontworpen die nu nog in de eetzaal
staat. Natuurlijk zullen sommige bestaande plannen tijdens
de veertig jaar durende restauratie zijn gewijzigd.
Uit de originele boeken blijkt dat de eetzaal in 1901
gereed kwam en dat in 1903 vanuit Parijs de gordijnen
en het zilver arriveerden.
De uitvoering van het zeer uitgebreide tafelzilver,
door
Cuypers ontworpen, was in handen van het gerenommeerde
Maison Cardeilhac (1817-1951) in Parijs. Van Zuylen
had al goede ervaringen met deze firma. Hoewel er twee
andere ontwerpschetsen voor tafelzilver bewaard zijn
gebleven, ontbreken de ontwerptekeningen van het definitieve
tafelzilver. Mogelijk bevinden deze zich nog in het
archief van Maison Cardeilhac. De heraldiek die zo kenmerkend
is voor De Haar speelt ook hier een belangrijke rol.
Het neogotische ontwerp kent veel uitgezaagde ornamenten.
Bij de viscouverts en vooral bij het uitgebreide diengerei
zijn ook de snij- en schepgedeelten opengewerkt in motieven.
Op de hartvormige steeluiteinden, in maas- en traceerwerk,
die eindigen in drie bladeren en op de mesheften zit
het vergulde en soms onvergulde met dekkleden beklede
familiewapen aan de achterzijde. De voorzijde toont
een met dekkleden bekleed blanco wapen. Bij de messen
zit dit wapen in het midden en het uiteinde van het
heft heeft een motief met flamboyant ook eindigend in
drie bladeren.
Het eveneens door Cuypers ontworpen uitgebreide glasservies
is voorzien van een gouden rand en beschilderd met het
familiewapen. Onbekend is wie het uitvoerde en helaas
ontbreken ook ontwerpen voor servies en tafellinnen.
Wel meldde een krant rond 1900 dat in de winkel van
Sinkel aan het Damrak ‘een paar stuks tafel- en
bedlinnen met de geslagswapens van baron en barones
van Zuylen van Nijevelt van de Haar tentoongesteld lagen.
Dit werk is verricht door Hollandsche vrouwen, met zoveel
kunstvaardigheid en gevoel dat het kan wedijveren met
het beste wat op dat gebied geleverd wordt.’
In 1896 gaf Joseph Cuypers aan K.P.C. de Bazel en J.L.M.
Lauweriks de opdracht om menukaarten voor De Haar te
ontwerpen. Beide architecten waren een jaar eerder in
Amsterdam een Atelier voor Architectuur, Kunstnijverheid
en Decoratieve Kunsten begonnen. Cuypers gaf de juiste
kleuraanwijzingen, De Bazel maakte de dinerkaart en
Lauweriks nam de déjeunerkaart voor zijn rekening.
Naar oude trant opgesmukte
eetzaal
Al in 1898 was een groot deel van
de oude luister hersteld. Dat jaar berichtte het tijdschrift
De Opmerker: ‘25 Juni 1898 bezochten 150 leden
van verschillende bouwkundige vereenigingen het huis
De Haar, nu geen bouwval meer, doch tot het kasteel
Haarzuijlen geworden.[…] Hier steeg een kreet
van bewondering uit aller mond; een ieder werd getroffen
door het zoo onverwachte verschijnsel, in stede van
eene naakte, ruwe plaats, eene heerlijk versierde naar
oude trant opgesmukte eetzaal te vinden, waar alles
de dagen van voorheen herinnerde. […] De tooverachtige
schoone tint, die er heerschte toen de zon door de met
antiek glas bekleede kruisramen doordrong en, tusschen
de frissche kalk der zwaren muren, de kleurenpracht
der tapijten en meubelen, het warme bruin van 't hout
van vloer en zolder, de diepe glans der kleederen nevens
't verzadigende groen der planten deed uitkomen, zal
zeker geen enkel der toeschouwers vergeten!’
Mickey de Rooij
met dank aan Marja Potters
* Dit album maakt onderdeel uit
van het Bouwdossier De Haar dat het Nederlands Architectuur
Instituut in beheer heeft.
Bronnen:
Bouwdossier Kasteel De Haar, Nederlands
Architectuur Instituut, Rotterdam.
Tent.cat. De Lelijke Tijd, Pronkstukken
van Nederlandse interieurkunst, Amsterdam (Rijksmuseum)
1995.
Tent.cat. Rond 1900. Kunst op papier
in Nederland, Amsterdam (Rijksmuseum) 2000.
Tent.cat. Wonen in Arcadië,
‘s Hertogenbosch (Noord Brabants Museum) 1998.
E.H. ter Kuile, Kastelen en Adellijke
huizen (Serie De schoonheid van ons land), Amsterdam
1954.
Heimerick Tromp, Historische Buitenplaatsen
in particulier bezit, Utrecht 1991
|
 |