Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers
 

Zoek op trefwoord in Artikelen uit Cachet
Type een trefwoord in en klik op 'Zoek'.

add search to your site
 

divider
divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

 

Zoek op trefwoord in Zilverfeiten
Type een trefwoord in en klik op 'Zoek'.
 

Meer dan een eeuw onbewoond en verlaten, veroordeeld om geheel te verdwijnen

Beklonken tussen de puinhopen

Een bal masqué zou het lot van kasteel de Haar bezegelen. Verkleed als Hercules met knots ontmoette Etienne baron van Zuylen van Nijevelt van de Haar ( 1860-1934) tijdens dit bal zijn toekomstige vrouw Hélène barones de Rothschild (1864-1947). In 1887 traden zij in het huwelijk. Die dag kreeg het jonge echtpaar een opmerkelijk huwelijkscadeau; een restauratieontwerp voor het bouwvallige kasteel De Haar. De gift was afkomstig van Jonkheer Victor de Stuers, dé pleitbezorger in Nederland voor het behoud van ‘s lands culturele erfgoed.

Het middeleeuwse slot, dat al geruime tijd niet meer door de familie werd bewoond, was in die dagen niet veel meer dan een ruïne. Maar door zijn huwelijk met de zeer gefortuneerde Française beschikte Van Zuylen plotseling over voldoende geld om De Haar weer te laten schitteren. Hij zag het herstel als een hulde aan zijn voorgeslacht. Het slot moest omgetoverd worden in een sprookjespaleis en voorzien van alle moderne gemakken, zoals vloerverwarming.
In Frankrijk, ten noorden van Parijs, bezat de familie het luisterrijke kasteel Pierrefonds. Ook dit buitenhuis was in 1861 gerestaureerd in middeleeuwse stijl en toegerust met negentiende-eeuws comfort. Destijds was het de architect Eugène Viollet-le-Duc die de opdracht uitvoerde. Nu, op advies van De Stuers, werd de restauratie toevertrouwd aan een van Viollet’s grootste bewonderaars, de katholieke bouwmeester P.J.H. Cuypers (1827-1921). Hij begon in 1892 met het omvangrijke project dat veertig jaar zou duren.

In 2000 werd in het Nederlands Architectuur Instituut begonnen met de bewerking van het omvangrijke archief van de negentiende-eeuwse bouwmeester Pierre Cuypers. Het eerste project dat ter hand genomen werd, was het archief van Kasteel De Haar in Haarzuilens. Het totale archief bestaat nu uit ruim 6000 tekeningen, foto's en glasnegatieven en geschreven stukken. De hoeveelheid en de kwaliteit van de foto's en de tekeningen illustreren de grandeur van het sprookjesachtige kasteel. Er zijn ontwerp-, werk- en presentatietekeningen bewaard gebleven. Deze geven inzicht in het ontwerpproces van het kasteel, het châtelet (poortgebouw), de kerk, het dorp Haarzuilens, de parken en tuinen en zelfs van de inrichting en decoratie van honderden kamers. Alles lijkt wel bewaard; er zijn ontwerpen van glas-in-loodramen, houten en marmeren tegelvloeren, meubelen, behang, servies, menukaarten en zelfs van de kleding voor de bedienden.
Sinds 1998 toen de huidige bewoner Thierry van Zuylen van Nijevelt van de Haar de noodklok luidde, is er veel over De Haar te doen geweest en in 2000 kwam er uiteindelijk geld beschikbaar om het kasteel met omliggende gebouwen en tuinen te restaureren. In 2002 werd met de daadwerkelijke restauratie begonnen. Cuypers had De Haar op de fundamenten van het vroegmiddeleeuwse slot herbouwd. Pas in de loop der tijd bleek dat de gietijzeren overkapping van de ontvangsthal te zwaar was voor de middeleeuwse fundamenten. Bovendien staat De Haar deels op klei en deels op zandgrond, waardoor de buitenste schil van het gebouw sneller is gaan verzakken dan het binnenste bouwdeel. Grote scheuren in de hal en afbrokkelende bakstenen zijn de getuigen van dit verval. Tijdens de restauratie die tot 2007 zal gaan duren, zijn er restauratierondleidingen. Het is raadzaam bij bezoek eerst contact op te nemen. Het park en de tuinen blijven gewoon toegankelijk.
Kasteel De Haar, Kasteellaan1, Haarzuilens, tel. 030-6778518, www.kasteeldehaar.nl

Rijksbouwmeester

Pierre Cuypers, de architect van het Centraal Station te Amsterdam (1881) en het Rijksmuseum (1885), was zijn loopbaan begonnen met bouwlessen aan de Academie de peinture, sculpture et architecture in Antwerpen. In 1849 ontving hij de Prix d’Excellence. Terug in zijn geboorteplaats Roermond startte hij in 1851 een architectenbureau en werd stadsarchitect van Roermond. Met de paramentenfabrikant F. Stoltzenberg richtte hij een jaar later een kunstwerkplaats op. Deze ‘bouwloods’ was in eerste instantie bedoeld als een atelier voor kerkelijke kunst. Er werd gestreefd naar ambachtelijk vakmanschap, waarbij de middeleeuwse werkplaatsen als voorbeeld dienden. Fel gekant tegen industriële productie en tegen de opkomst van het commerciële bouwbedrijf, zag Cuypers het gildenmodel als de hoeksteen van de samenleving. Vervaardigd werden ijzerwerk, glas-in-loodramen, beeldhouwwerk muurschilderingen, stoffen en meubels. Niet alleen Viollet-le-Duc gold als zijn voorbeeld, ook koesterde hij grote bewondering voor de Engelse architect en theoreticus A.W.N. Pugin.
Om zijn werkterrein te verbreden, verhuisde Cuypers’ architectenbureau in 1865 naar Amsterdam, maar de kunstwerkplaats in Roermond bleef voortbestaan. Zijn zoon Joseph Cuypers (1861-1949) trad in 1885 als architect in dienst bij het bedrijf.

Bij zijn restauraties bouwde Cuypers voort op de principes van de oorspronkelijke stijl, die hij interpreteerde vanuit negentiende-eeuws perspectief. Hij introduceerde de neogotiek in Nederland, maar schuwde evenmin neorenaissancistische invloeden in de architectuur en interieur. Neo wil zeggen dat er wordt teruggegrepen op belangrijke internationale stijlen uit het verleden. Elementen uit gotiek, renaissance of barok worden opnieuw toegepast en soms zelfs gecombineerd in één enkel gebouw of interieurontwerp. Als rijksbouwmeester drukte Cuypers zijn stempel op een aantal belangrijke overheidsgebouwen. Bovendien gaf hij een enorme impuls aan de opbloei van de nationale kunstnijverheid, onder meer met de door hem gestichte kunstnijverheidsschool Quellinus, die in het Rijksmuseum was gevestigd.


Een suikerbakkersstuk als inzet

Op 3 Juli 1893 organiseerde Cuypers in de middeleeuwse ruïne van kasteel De Haar een speciale dag met déjeuner. Ter gelegenheid van deze feestelijke dag verscheen een album met de titel ‘De herleving van het kasteel De Haar’. Het gedenkboek bevatte foto's, toespraken, een jubelzang, het menu en een verslag van de dag. ‘t Is den 3 Juli 1893. En thans heerscht er eene buitengewone drukte aan de Haar overal is het werkvolk bezig met de toegangen te vergemakkelijken, de materialen uit den weg te ruimen en het bezoek van al de reeds herstelde gedeelten mogelijk te maken. Overal breekt de vreugde door en ziet men de voorteekens van een aanstaand feest. Omtrent 12 ure kwam Baron van Zuylen met de leden zijner familie en zijne genoodigden aan en werd door de heer Dr. Cuypers verwelkomt. Vooreerst werden de buitenwerken van het kasteel bezocht en zoo aan een photograaf gelegenheid gegeven om eene blijvende herinnering van dien heuglijken dag tot stand te brengen. Daarna beklommen de bezoekers den eersten vloer en traden de feestzaal binnen. Hier steeg een kreet van bewondering uit aller mond; een ieder werd getroffen door het zoo onverwachte verschijnsel, in stede van eene naakte, ruwe plaats, eene heerlijk versierde naar oude trant opgesmukte eetzaal te vinden waar alles de dagen van voorheen herinnerde’.*

Met dit déjeuner wilde Cuypers zijn opdrachtgevers, het echtpaar Baron en Barones van Zuylen van Nijevelt van de Haar-de Rothschild, zijn restauratieplannen voor het kasteel tonen. De eetzaal werd speciaal voor de gelegenheid buitengewoon feestelijk ingericht om de middeleeuwse sfeer in haar volle glorie te laten schitteren. Het vertrek was gelukkigerwijs een van de weinige ruimtes die nog overeind stonden. Cuypers had de binnenmuren laten ‘behangen’ met gordijnstoffen en overal stonden grote bloemstukken. Het uit tien gangen bestaande déjeuner werd verzorgd door het Hotel des Pays-Bas uit Utrecht. De diverse gerechten droegen namen die refereerden aan het kasteel en zijn omgeving.

Op de feestelijk aangeklede eettafel stond als pièce-de-milieu een suikerbakkersstuk dat ‘het Huis ter Haar uit zijne puinen oprijzend’ voorstelde. Helaas kon de barones zelf deze dag niet bijwonen, zodat de eetbare maquette na afloop naar Parijs werd verzonden. Kort daarna kreeg Cuypers de opdracht zijn gepresenteerde ideeën te realiseren. Hij ontwierp niet alleen het exterieur van het kasteel, het poortgebouw en de kerk, maar ook het volledige interieur, tot in de kleinste details. In het gehele kasteel zou de heraldiek een prominente plaats gaan innemen. De binnenplaats werd in een overdekte ontvangsthal veranderd. Cuypers was zelfs verantwoordelijk voor het ontwerp van enkele tuinen, de parken en het nabijgelegen dorp Haarzuilens, dat in zijn geheel werd verplaatst!.

Tijdens de bouw werd een steenfabriek op het terrein geplaatst en de kunstwerkplaats van Cuypers en Stoltzenberg in Roermond draaide overuren. Ten slotte kwam ook de kunstverzameling van het echtpaar Van Zuylen in samenwerking met Cuypers tot stand. Voor de aankleding van de balzaal waren vooral de aankopen van zestiende-eeuwse wandtapijten belangrijk.


Nederlands ontwerp in Parijs uitgevoerd

In het atelier in Roermond werden de tafel, dientafels en eetkamerstoelen in renaissancestijl gemaakt. Zes zetels kregen een met dekkleden bekleed wapen in leer en de rugleuningen werden bekroond met middeleeuwse hoofden of met dierkoppen. In 1898 maakte R.A. van de Pavert een tekening van de hernieuwde eetzaal. Te zien zijn twee gedekte tafels, maar Cuypers heeft ook een lange trektafel ontworpen die nu nog in de eetzaal staat. Natuurlijk zullen sommige bestaande plannen tijdens de veertig jaar durende restauratie zijn gewijzigd. Uit de originele boeken blijkt dat de eetzaal in 1901 gereed kwam en dat in 1903 vanuit Parijs de gordijnen en het zilver arriveerden.
De uitvoering van het zeer uitgebreide tafelzilver, door Cuypers ontworpen, was in handen van het gerenommeerde Maison Cardeilhac (1817-1951) in Parijs. Van Zuylen had al goede ervaringen met deze firma. Hoewel er twee andere ontwerpschetsen voor tafelzilver bewaard zijn gebleven, ontbreken de ontwerptekeningen van het definitieve tafelzilver. Mogelijk bevinden deze zich nog in het archief van Maison Cardeilhac. De heraldiek die zo kenmerkend is voor De Haar speelt ook hier een belangrijke rol. Het neogotische ontwerp kent veel uitgezaagde ornamenten. Bij de viscouverts en vooral bij het uitgebreide diengerei zijn ook de snij- en schepgedeelten opengewerkt in motieven. Op de hartvormige steeluiteinden, in maas- en traceerwerk, die eindigen in drie bladeren en op de mesheften zit het vergulde en soms onvergulde met dekkleden beklede familiewapen aan de achterzijde. De voorzijde toont een met dekkleden bekleed blanco wapen. Bij de messen zit dit wapen in het midden en het uiteinde van het heft heeft een motief met flamboyant ook eindigend in drie bladeren.
Het eveneens door Cuypers ontworpen uitgebreide glasservies is voorzien van een gouden rand en beschilderd met het familiewapen. Onbekend is wie het uitvoerde en helaas ontbreken ook ontwerpen voor servies en tafellinnen. Wel meldde een krant rond 1900 dat in de winkel van Sinkel aan het Damrak ‘een paar stuks tafel- en bedlinnen met de geslagswapens van baron en barones van Zuylen van Nijevelt van de Haar tentoongesteld lagen. Dit werk is verricht door Hollandsche vrouwen, met zoveel kunstvaardigheid en gevoel dat het kan wedijveren met het beste wat op dat gebied geleverd wordt.’
In 1896 gaf Joseph Cuypers aan K.P.C. de Bazel en J.L.M. Lauweriks de opdracht om menukaarten voor De Haar te ontwerpen. Beide architecten waren een jaar eerder in Amsterdam een Atelier voor Architectuur, Kunstnijverheid en Decoratieve Kunsten begonnen. Cuypers gaf de juiste kleuraanwijzingen, De Bazel maakte de dinerkaart en Lauweriks nam de déjeunerkaart voor zijn rekening.


Naar oude trant opgesmukte eetzaal

Al in 1898 was een groot deel van de oude luister hersteld. Dat jaar berichtte het tijdschrift De Opmerker: ‘25 Juni 1898 bezochten 150 leden van verschillende bouwkundige vereenigingen het huis De Haar, nu geen bouwval meer, doch tot het kasteel Haarzuijlen geworden.[…] Hier steeg een kreet van bewondering uit aller mond; een ieder werd getroffen door het zoo onverwachte verschijnsel, in stede van eene naakte, ruwe plaats, eene heerlijk versierde naar oude trant opgesmukte eetzaal te vinden, waar alles de dagen van voorheen herinnerde. […] De tooverachtige schoone tint, die er heerschte toen de zon door de met antiek glas bekleede kruisramen doordrong en, tusschen de frissche kalk der zwaren muren, de kleurenpracht der tapijten en meubelen, het warme bruin van 't hout van vloer en zolder, de diepe glans der kleederen nevens 't verzadigende groen der planten deed uitkomen, zal zeker geen enkel der toeschouwers vergeten!’


Mickey de Rooij

met dank aan Marja Potters

* Dit album maakt onderdeel uit van het Bouwdossier De Haar dat het Nederlands Architectuur Instituut in beheer heeft.


Bronnen:

Bouwdossier Kasteel De Haar, Nederlands Architectuur Instituut, Rotterdam.

Tent.cat. De Lelijke Tijd, Pronkstukken van Nederlandse interieurkunst, Amsterdam (Rijksmuseum) 1995.

Tent.cat. Rond 1900. Kunst op papier in Nederland, Amsterdam (Rijksmuseum) 2000.

Tent.cat. Wonen in Arcadië, ‘s Hertogenbosch (Noord Brabants Museum) 1998.

E.H. ter Kuile, Kastelen en Adellijke huizen (Serie De schoonheid van ons land), Amsterdam 1954.

Heimerick Tromp, Historische Buitenplaatsen in particulier bezit, Utrecht 1991