|
|
 |
 |
 |
 |
Hieronder volgt de alleen
de tekst van het artikel. Wilt u ook de bijbehorende afbeeldingen
zien? Neem dan een abonnement
of bestel een los
nummer van Cachet
Een generatie geleden waren
vrouwelijke glasontwerpsters op één hand te tellen
Glas van vrouwen - vrouwelijk glas?
De Glasfabriek Leerdam behoort
ongetwijfeld tot de belangrijkste Nederlandse fabrieken
van het interbellum, de periode tussen de beide wereldoorlogen.
Om mooi en betaalbaar glaswerk op de markt te brengen
werkte de fabriek vanaf 1915 samen met een groot aantal
bekende kunstenaars. Onder hen voerden mannen de boventoon,
maar er zijn ook enkele vrouwelijke ontwerpsters voor
Leerdam actief geweest. Zij staan in dit artikel centraal.
Het zijn vooral
mannelijke ontwerpers als H.P. Berlage (1856-1934), K.P.C.
de Bazel (1869-1923), A.D. Copier (1901-1991) en Chris
Lebeau (1878-1945) die het vernieuwende gezicht van de
Glasfabriek Leerdam hebben bepaald. Het geringe aandeel
van vrouwen dient gezien te worden in het licht van die
tijd, waarin kunstenaressen vooral de typisch vrouwelijke
takken van de (kunst)nijverheid beoefenden. Dit wordt
onder meer duidelijk uit Het gezellige binnenhuis van
Cornelis de Lorm (1875-1942), een van de kunstenaars die
glaswerk voor Leerdam heeft ontworpen. Dit in 1923 verschenen
boekje geeft een overzicht van de Nederlandse kunstnijverheid
van dat moment. Onder de ruim 90 architecten, kunstenaars
en ontwerpers die hierin worden genoemd, bevinden zich
15 vrouwen die zich in hoofdzaak bezighielden met borduurwerk,
batikken, boekbinden en het ontwerpen van stoffen en behang.
Achter in het boekje van De Lorm is een lijst met 42 'aanbevelingswaardige
adressen' van 'de Hollandsche kunstnijverheidshandel'
opgenomen, waarvan maar liefst acht bedrijven aan het
toen zo populaire kunstnaaldwerk waren gewijd.
Glazen plastieken
De uit Zwitserland afkomstige
beeldhouwster Lucienne Bloch (1905-1999) was de eerste
vrouw die voor Leerdam glas begon te ontwerpen. Zoals
de meeste andere kunstenaars, was zij per toeval met de
glasfabriek in aanraking gekomen. Lucienne was een dochter
van de componist Ernest Bloch, die de directeur van de
glasfabriek P.M. Cochius (1874-1938) in 1928 in de Verenigde
Staten had leren kennen toen deze daar de architect Frank
Lloyd Wright bezocht. Toen Bloch een jaar later met zijn
gezin in Nederland was ter gelegenheid van de uitvoering
van de door hem gecomponeerde symfonie America, maakte
ook zijn dochter Lucienne kennis met Cochius. Een daaropvolgend
bezoek aan de Amsterdamse toonkamer van Leerdam en de
glasfabriek zelf, werd door Lucienne als zo inspirerend
ervaren dat zij Cochius verzocht te mogen experimenteren
met glazen plastieken, een tot op dat moment onbekend
medium voor haar. De glassculpturen die zij tijdens haar
éénjarig verblijf (1929-1930) in Leerdam ontwierp, zijn
van een kinderlijk naturalisme. Het betreffen voornamelijk
dierfiguren van geperst glas, maar ook kennen we van haar
een meisjeskopje van geblazen glas en een staand vrouwelijk
naakt dat in persglas is uitgevoerd. Vooral dit laatste
beeldje getuigt van de grote fijnzinnigheid waarmee Bloch
de contouren van het elegante lichaam van een jonge vrouw
in glas heeft weten te vangen. In
een eerdere aflevering van Cachet (nr.15) hebben
we kunnen lezen dat Lucienne Bloch ook enige glazen mascottes
heeft ontworpen. Dit gebeurde op verzoek van Cochius die
hiermee een antwoord wilde geven op de bekende radiatordoppen
van persglas die sinds 1925 naar ontwerp van de Franse
kunstenaar René Lalique (1860-1945) werden vervaardigd.
Van de drie autosymbolen die door Bloch zijn ontworpen,
symboliseert de plastiek in de vorm van een engel het
best de 'snelheid, onafhankelijkheid en [het] glijdend
voortbewegen' van de auto, 'dit modernste aller verkeersmiddelen
te lande', aldus de reclamefolder Autosymbolen uit 1930.
De gestroomlijnde figuur van de mascotte drukt overigens
niet alleen snelheid uit, maar representeert tevens de
eeuwenoude functie van beschermengel. Teruggekeerd in
de Verenigde Staten, heeft Bloch in de jaren veertig nog
verschillende dierplastieken ontworpen die als gevolg
van de economische malaise pas in 1953 in productie werden
genomen. Ook deze figuren laten zien dat Bloch de gave
bezat 'dieren te synthetiseren', zoals Cochius in 1934
al treffend verwoordde.
Een andere beeldhouwster die voor Leerdam
een enkel ontwerp heeft gemaakt, is de jong overleden
Cornélie van Asch van Wijk (1900-1932). Zij ontwierp in
1929 een gestileerd vrouwenmasker met een in zichzelf
gekeerde, mystieke gelaatsuitdrukking. Dat deze plastiek
van persglas ook in het buitenland werd gewaardeerd, blijkt
uit het feit dat het masker in 1930 op de wereldtentoonstelling
te Antwerpen werd onderscheiden met een gouden medaille.
Afgezien van een drijfschaal, die om technische redenen
niet kon worden gerealiseerd, is dit masker het enige
ontwerp van Van Asch van Wijck voor Leerdam.
Gebruiksglas
Het zal niemand verbazen dat de beeldhouwsters Bloch en
Van Asch van Wijk uitsluitend glazen sculpturen hebben
ontworpen en zich niet hebben bezig gehouden met gebruiksglas.
Dit laatste was 'voorbehouden' aan Ida Falkenberg-Liefrinck
(1901), een ontwerpster die een opleiding als binnenhuisarchitect
had genoten. Falkenberg is onder meer werkzaam geweest
op het bureau van de architect J.J.P. Oud (1890-1963),
waar zij betrokken was bij diens bijdrage aan het spraakmakende
woningbouwproject van de Weissenhofsiedlung te Stuttgart
in 1927. Ook heeft zij vanaf 1938 meubels en interieurs
ontworpen voor de Amsterdamse firma Metz & Co, die in
hun vormgeving en materiaalgebruik haar verbondenheid
met het Nieuwe Bouwen illustreren.
Het contact van Falkenberg met de Glasfabriek
Leerdam dateert uit het einde van de jaren dertig. Naast
een aantal bloemvazen ontwierp zij een drinkservies, whiskystel
en gebakstel. Bij het drinkservies van helder kristal
vormt de bolvorm het uitgangspunt. De karaf heeft een
bolle buik en slanke hals, terwijl de wijde kelken van
de wijn-, port- en bitterglazen op een bolvormig, hol
been rusten. Een opvallend en functioneel element bij
de karaf van het whiskystel is de druppelvormige holte
in de buikwand. Deze diende met ijs te worden gevuld,
zodat de whisky op de juiste temperatuur kon worden geserveerd.
Tot de vazen behoort een peervormig model, gemaakt van
rookkleurig glas, dat zich in de collectie van het Gemeentemuseum
Den Haag bevindt. Merkwaardig genoeg is deze vaas met
de geëtste signatuur van Copier gemerkt, maar volgens
een mondelinge mededeling van Copier zelf gaat het hier
om een ontwerp van Falkenberg.
Een kunstenaar die ook ontwerpen voor
Leerdam heeft gemaakt, is de schilder Ruscha Wijdeveld
(1912) geweest. Op de tentoonstelling Glas 1940 die dat
jaar in het Stedelijk Museum te Amsterdam plaatsvond,
waren van haar hand enige ontwerptekeningen voor onder
meer kinderbekers te zien. Omdat van deze tekeningen geen
uitgevoerde modellen bekend zijn, lijkt het niet waarschijnlijk
dat haar ontwerpen door de glasfabriek in productie zijn
genomen.
Vrouwelijk glas?
In de periode tussen de twee wereldoorlogen zijn bij Leerdam
ruim twintig ontwerpers werkzaam geweest. Onder hen waren
vier vrouwelijke ontwerpers. Vergelijken we dit aandeel
met het aantal vrouwelijke kunstenaars dat door De Lorm
wordt genoemd, dan is er geen significant verschil te
bespeuren. De vraag of deze vrouwelijke ontwerpers vrouwelijk
glas hebben ontworpen, is eerder een aardige woordspeling
dan een kwestie die op grond van het relatief klein aantal
voorbeelden van glas dat door deze vrouwen is ontworpen,
zinnig kan worden beantwoord.
Titus M. Eliëns
Literatuur:
-A. van der Kley-Blekxtoon, Leerdam glas 1878-1998,
Lochem 1999
-T.M. Eliëns, Modern Glas in Nederland 1880-1940,
Zwolle 2002 |
 |
 |
 |
 |
|