|
|
 |
 |
 |
 |
Hieronder volgt de alleen
de tekst van het artikel. Wilt u ook de bijbehorende afbeeldingen
zien? Neem dan een abonnement
of bestel een los
nummer van Cachet
Strakke plooien of losse kreukels
in het geschilderde tafellinnen
Prominent damast
Prachtig geweven linnen neemt op
stillevens vaak een voorname plaats in. In de Gouden Eeuw
gaven kunstenaars het damast met ongekende precisie weer.
Ze drapeerden het over een tafel tussen bijvoorbeeld het
zilver, porselein en de spijzen of ze kozen voor een keurig
gevouwen en geperst servet. Stillevens laten ons zien
hoe damast werd gebruikt en hoe patronen en dessins door
de eeuwen heen veranderden. Uit de talloze stillevens
met damast koos Sanny de Zoete twee voorbeelden, gemaakt
in dezelfde traditie maar met een tijdsverschil van ongeveer
370 jaar.
Clara Peeters
Een van de weinige vrouwelijke
schilders uit de eerste helft van de zeventiende eeuw
is Clara Peeters (1583?-1657). Zij schilderde onder meer
bloem- en pronkstillevens en 'monochrome' banketjes. Over
haar leven is vrijwel niets bekend, maar algemeen wordt
aangenomen dat ze in Antwerpen werd geboren en in Haarlem
en Amsterdam of omgeving werkzaam was. We weten wel hoe
ze eruitzag! Peeters heeft zichzelf namelijk een aantal
keren in haar werk afgebeeld. In het stilleven Pronkbekers
en bloemen in een kan uit 1612 bijvoorbeeld, is haar zelfportret
maar liefst zes keer in een kwab van een rijk gedecoreerde
bokaal te zien. Ze heeft haar palet en kwast in de hand.
Een correct gevouwen servet
Op het schilderij Gedekte tafel
van Peeters uit omstreeks…[jaartal nog invullen]zien we
als ondergrond een wit linnen, damasten servet. Daarop
zijn allerlei spijzen uitgestald, waarvan enkele worden
gepresenteerd op schalen van oosters porselein. Middenvoor
wordt ons oog getrokken door een broodje dat bedekt is
met een nog opgevouwen servet. Dit servet laat een van
de correcte, maar minder gebruikte manieren zien van het
vouwen van linnen. Het servet werd eerst in de breedte
aan weerszijden een keer omgevouwen en tegen de middenvouw
gelegd. Hetzelfde principe volgde men met de lengtevouwen.
Deze vouwwijze is goed na te gaan op het schilderij. Ook
in het op de tafel uitgevouwen servet is deze manier van
vouwen te herkennen. De drie vouwen zijn daardoor allemaal
naar dezelfde kant gericht. Correct gevouwen linnengoed
behoorde tot de deugden van een huisvrouw.
Twee weefsels in één servet
Net zo interessant is het geschilderde
patroon van het servet. Precies onder het bord met broodje
zien we een persoon die de hand op het hoofd van een geknielde
figuur legt. Het gaat hier om Abraham die op het punt
staat zijn enige zoon Izaak te offeren. Op de meeste andere
afbeeldingen van deze scène houdt Abraham zijn zwaard
in de andere hand omhoog geheven voordat hij de fatale
slag uitvoert, hier is dat onder het bord verdwenen. Rechts
zien we het bokje, verward in de struiken, dat later tot
brandoffer zal dienen. Het patroon van het Abrahamsoffer
is in verschillende uitvoeringen in linnen damast geweven.
Het was een bekend dessin dat in de belangrijkste productiecentra
Kortrijk en Haarlem werd gebruikt.
De uiterst brede randen aan weerszijden van het
middenpatroon laten een dessin van ruiten zien met daarin
een stervorm. Dit patroon hoort bij een ander type weefsel
dat veel werd gebruikt voor tafellinnen en dat op ander
soort weefgetouw met veel schachten geweven werd. Een
dergelijk patroon kan niet worden geweven op een trekgetouw
waarop het damasten dessin werd geweven. Peeters combineerde
hier dus twee verschillende weefwijzen voor tafellinnen
in één servet. Op het eerste gezicht lijkt het of ze een
‘fotografische' weergave maakt van de werkelijkheid, maar
in feite zet ze de werkelijkheid naar haar eigen hand.
Henk Helmantel
De schilder Henk Helmantel (1945)
heeft vooral stillevens en kerkinterieurs op zijn naam
staan. Zijn werk is buitengewoon geliefd en bewonderaars
van over de hele wereld bezoeken hem in zijn eigenhandig
verbouwde pastorie in het Groningse Westeremden. Helmantel
beschouwt zijn werk als een voortzetting van een eeuwenlange
figuratieve traditie. Hij creëert een persoonlijke verwerking
van de zichtbare werkelijkheid, zoals veel schilders vóór
hem gedaan hebben. De maatstaf voor een goed schilderij
is voor hem dat een schilderij harmonie bevat, een goede
ritmiek, een mooie sfeer en een boeiende kleurverdeling.
Linnen lap
Op zijn Stilleven met brood en
bier uit 1996 zien we een tafellaken op de tafel. Het
is deels teruggeslagen zodat de kale, houten tafel zichtbaar
wordt. Op de tafel staan een documentenkistje, twee tinnen
borden, een glas bier en een glas wijn. Verder zien we
een brood, een ui, knoflook en hazelnoten. Het licht komt
van links. Helmantel maakte dit schilderij in het ‘Vermeerjaar'.
Van zijn zoon kreeg hij het afgebeelde brood, gekocht
bij een bakker die ‘Vermeerbroden' bakte. Helmantel gebruikte
het brood in diverse stillevens. Om de schuimkraag van
het bier correct geschilderd te krijgen moest de kunstenaar
wel drie keer het bier in het glas verversen. De kreukels
in het tafellaken die zijn ontstaan bij het terugslaan,
zijn prominent aanwezig. Helmantel schildert in andere
stillevens zelfs linnen met de rafels eraan. Over het
linnengoed zegt hij zelf: 'Een linnen lap is mij genoeg'.
Hij heeft geen behoefte aan een damasten patroon!
Het grote verschil tussen het stilleven van Peeters
en dat van Helmantel kunnen we aflezen aan het afgebeelde
linnengoed. Peeters creëert de sfeer die het kostbare
linnengoed bij tijdgenoten opgeroepen heeft. Helmantel
daarentegen gebruikt een stuk linnen pur sang, of de rafels
eraan hangen of niet maakt hem niet uit. De rafels zijn
zelfs schilderachtig. Voor Clara Peeters zouden rafels
niet bestaan hebben.
Sanny de Zoete
Literatuur:
- D. Kraaijpoel en H. van Seventer, Henk Helmantel,
Aduard 1998
- P. Beusen e.a., Kunst voor fijnproevers, Brussel
1996
De kostuumverzameling van Cruys Voorbergh
|
 |
 |
 |
 |
|