Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers

divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

Hieronder volgt de alleen de tekst van het artikel. Wilt u ook de bijbehorende afbeeldingen zien? Neem dan een abonnement of bestel een los nummer van Cachet

Adriaen van Utrecht schilderde een overdaad aan zilver, glas en porselein

Gevormd in vuur

Stilleven met papegaai of Stilleven met pronkzilver. Zo wordt dit schilderij uit 1636 steevast genoemd. Maar wie zich in het werk verdiept komt tot de ontdekking dat deze titels de lading niet helemaal dekken. Over een stilleven met een gloedvolle thematiek!

Het is een fascinerend schilderij, dit stilleven van de Antwerpse schilder Adriaen van Utrecht (1599-1652/3). Kriskras door en over elkaar heen liggen kostbare voorwerpen van porselein en edel metaal op een tafel, die met een losjes-geplooid bruin tafelkleed is bedekt. Aan de linkerzijde zien we diverse stukken Chinees porselein. In het midden staat een zilveren pronkbokaal met deksel, terzijde een grote schenkkan en daarvoor een schotel, waarop nog een kan ligt. Verder zien we drie op de kant gezette zilveren schalen. Daartussen ligt nog een aantal schijnbaar omgevallen voorwerpen. We herkennen een bekerschroef, een schelp, omhooggehouden door een zeemeermin, en een kan. Wat hoger, op een buffetachtige opbouw achter de tafel, bedekt met hetzelfde bruine kleed, staat een aantal glazen objecten uitgestald. Een rode papegaai op draaistok lokt ons de diepte in. Door een opening in de achterwand kijken we in een ruim vertrek, dat eruitziet als een werkplaats van een zilversmid. We zien een man in een voor de tijd ouderwetse kiel en broek, die in een smeltkroes op het vuur roert. Met zijn andere arm beweegt hij de blaasbalg die het vuur moet aanwakkeren. Naast het vuur staat een blok hout met een aambeeld; er is wat gereedschap tegen het blok geklemd en er ligt een drijfhamer op de grond. Achter in het vertrek zien we nog net de werkbank of stavelij.

De in de literatuur gebruikte benamingen voor dit stilleven doen geen recht aan de werkelijke inhoud van het schilderij. Wat de schilder heeft uitgebeeld is volgens mij namelijk een Allegorie van het vuur. De keuze van de objecten en de handeling op de achtergrond wijzen alle in die richting. Het vuur als een scheppende kracht speelt de hoofdrol op dit doek. De afgebeelde voorwerpen zouden zonder het vuur niet hebben kunnen ontstaan. Het porselein werd immers gebakken in ovens, de glasmassa moest worden verhit tot een blaasbare en dus vormbare substantie en ook de zilveren en verguld zilveren voorwerpen kwamen tot stand in of door het vuur.


De leer der elementen

Het vuur is een van de vier elementen uit de leer van Empedocles, waarop in het oude Griekenland de chemie was gebaseerd. Deze vier elementen zijn vuur, water, lucht en aarde. De vier-elementen-chemie werd in de achtste eeuw door Arabische geleerden over de wereld verspreid en kreeg daarbij de naam alchemie (al is Arabisch voor 'de', alchemie is dus 'de chemie'). De alchemie werd later vooral beoefend in de hoop uit onedele materialen goud te kunnen maken. Men meende dat goud- en zilversmeden door hun kennis van de edele metalen het best waren toegerust om goud te scheppen via de alchemistische leer. De man op de achtergrond van het schilderij is zo'n goudsmid/alchemist, zoals duidelijk wordt gemaakt door de grote distilleerketel naast hem. Zijn voor de zeventiende eeuw ouderwetse kledij verwijst er naar dat men in die tijd de alchemie als een verouderde bezigheid beschouwde.

De allegorische verbeelding van de vier elementen in een serie van vier prenten of schilderijen werd in de Renaissance een geliefd thema, even geliefd als het thema van de vier seizoenen. De traditie, begonnen in de zestiende eeuw, werd in Antwerpen onder meer voortgezet door de schilder Jan Breughel de Oude (1568-1625). In 1608 schilderde deze een Allegorie van het vuur, als onderdeel van een serie van vier schilderijen over de vier elementen. In veel opzichten werd het een voorbeeld voor latere versies. Bij Breughel zien we een tafel, een bank en een kruk, bezaaid met gereedschap en kostbaarheden, porseleinen kommen, met edel metaal gemonteerde bekers en bokalen met en zonder deksel. Op de achtergrond zien we het atelier, waar een aantal zilversmeden aan het werk is. De Antwerpse stillevenschilder Joris van Son (1623-1667) schilderde nog in 1656 een serie van de vier elementen. Ook op zijn doek wordt het element vuur verbeeld door een roemer en een Chinese Wanli-schotel, die samen met een zwaantjestazza en een zilveren beker liggend op een puntschotel worden weergegeven. Bij Van Son wordt de achtergrond gevormd door een brandend dorp.


Adriaen van Utrecht

Het stilleven van Adriaen van Utrecht volgt de Antwerpse traditie. De kunstenaar werd in Antwerpen geboren (met de stad Utrecht is geen relatie bekend) en ging er op vijftienjarige leeftijd in de leer bij een plaatselijke schilder. Na zijn opleiding schijnt hij enige jaren te hebben rondgereisd door Frankrijk, Duitsland en Italië. Voor kunstenaar was dat in die tijd zeer gebruikelijk. Vast staat dat Adriaen in 1625 stond ingeschreven als lid van het Sint-Lucasgilde in zijn geboortestad. Hij zou er tot zijn dood werkzaam blijven. Adriaen van Utrecht behoorde in Antwerpen tot de tweede generatie stillevenschilders, samen met Jan Fijt en Frans Snijders. Hoewel hij in veel opzichten een interessante en onafhankelijke schilder is, blijft hij in de schaduw van deze laatsten. Zijn palet is somber, met vele bruine en blauwgrijze tinten. Nergens licht het doek op door bijvoorbeeld een wit damasten tafelkleed. Hij werkt wel met sterke contouren, wat onder meer is te zien bij de weergave van de uitgestalde objecten. Evenals Fijt en Snijders richtte hij zich vooral op het schilderen van jachtstillevens met dode hazen en patrijzen. In 1629 schilderde Adriaen al een stilleven waarop voorwerpen uit edel metaal te zien zijn. Op het doek van 1636 trekt hij alle registers open: het is een weelderige expositie van objecten. In deze jaren dertig, wanneer hij zich gaat toeleggen op dergelijke grote taferelen, opent hij de achterwand in de compositie. Op de voorgrond zien we het feitelijke stilleven, op de achtergrond toont hij, door middel van een venster of een deur, een landschap of, zoals hier, een werkplaats.

Porselein en glas

Het Chinese porselein dat men op vele vroeg-zeventiende-eeuwse stillevens aantreft is vrijwel altijd vervaardigd tijdens de Ming-dynastie, onder de regering van keizer Wanli (1573-1619). In Nederland worden deze stukken traditioneel kraakporselein genoemd, naar de Portugese carraca's (schepen) waarin ze voor het eerst naar Europa werden vervoerd. De drie in elkaar geschoven schotels vertonen het karakteristieke decor van het Wanli-porselein: waaiervormige panelen met takken en bloemen, afgewisseld met kleinere vakken met boeddhistische symbolen. Het plat toont vaak een landschap met vogels. De twee eenvoudige kommen ernaast ontstonden in dezelfde periode. Opmerkelijk is het olifantvormige (wijn)kannetje dat schuin voor de Chinese wijnfles staat. Voor de kommetjes ligt een ovale schelp, voorzien van een zilveren montuur. Een pronkstuk is verder het bergkristallen bokaaltje met gouden montuur, dat mogelijk een kostbare bruidsbeker was. Het glaswerk dat op de verhoging staat lijkt van Venetiaanse makelij, maar kan ook heel goed in Antwerpen zijn vervaardigd. De modellen zijn namelijk vergelijkbaar met bewaard gebleven glaswerk van de in Antwerpen werkzame glasblazer Filips Gridolphi (werkzaam 1598-1625), afgebeeld in het boekje Gelaeshuys.

Zilveren tafelstukken

Voorwerpen van edel metaal fungeren al vroeg als blikvangers op stillevens. Het zijn vaak kostbare stukken, die niet alleen werden bewonderd om het dure materiaal maar ook om de kunstvaardigheid van de maker. Soms gaan ze vergezeld van een leeglopend glas, een zandloper, een horloge of een schedel. De uitbeelding van Vanitas ligt dan voor de hand. Soms lijkt het zilverwerk bijna 'geportretteerd', zoals op het schilderij van de Antwerpse Clara Peeters (1583?-1657) uit omstreeks 1612. De door haar geschilderde bokaal lijkt sterk op het exemplaar bij Adriaen van Utrecht. Dit type renaissance bokaal behoorde tot de grote zestiende-eeuwse Antwerpse productie, veelal bestemd voor export. Het is een sterk horizontaal geleed voorwerp, dat vaak wordt bekroond door een gegoten figuurtje, zoals hier een lansdrager. In emblemata-boeken uit die tijd komen afbeeldingen voor van Vrouwe Justitia met een bokaal in de hand. De daaraan toegevoegde tekst luidt 'Rechtvaardigheid is een zaak van God'. Sam Segal meent dat het figuurtje op het stilleven van Clara Peeters mogelijk een Miles Christianus voorstelt. De door Adriaen van Utrecht afgebeelde bokaal was bepaald geen modern voorwerp in 1636. Ook de drinkschalen op voet, in documenten uit die tijd 'coppetas' of 'coppe schale' genoemd en tegenwoordig ook aangeduid als tazza's, zijn voor het jaar 1636 al vrij ouderwets. Ook dit type zilverwerk werd buitengewoon populair in de zestiende eeuw en bleef dat nog in de eerste decennia van de zeventiende eeuw. Op stillevens zien we ze uitgebeeld tot diep in de zeventiende eeuw, vaak beladen met vruchten of zoetigheden. Kennelijk bleven ze bruikbaar, al waren ze soms al generaties oud.

Twee van de drie drinkschalen op voet zijn zo neergelegd dat we de in het zilver gedreven voorstellingen goed kunnen bekijken. Op deze schalen zijn klassieke verhalen uitgebeeld: op de linkerschaal mogelijk het Oordeel van Paris; op de schaal achter de bokaal een Zeetriomf, wellicht Neptunus en Amphitrite. Op de schaal zonder voet in het midden lijkt eveneens een mythologisch thema te zijn uitgebeeld. Drinkschalen op voet werden ook in groten getale in de steden van de Republiek vervaardigd, zoals in Middelburg, Zierikzee, Delft en Utrecht. Ook daar spelen de godenwereld en de verhalen uit Ovidius' Metamorphosen een grote rol.


De kan rechts is met haar hoog opgedreven motieven, zoals putti met vleugels, zware vruchtentrossen en acanthusbladwerk, waarschijnlijk een barokke schenkkan van circa 1630. De al genoemde Joris van Son schilderde in 1652 misschien wel dezelfde kan op zijn Stilleven met mand met vruchten. De wanden van de kan met de putto en de vruchtentrossen zijn identiek, evenals het gladde oor, de schenktuit uitlopend in een dierenkop met opengesperde bek, het voluutvormige ornamentje op de tuit en de bekroning van het deksel met een wapenhoudend leeuwtje. Veel van de op stillevens afgebeelde schenkkannen gingen verloren. Vaak kennen we de modellen uitsluitend van deze geschilderde bronnen. De vraag blijft of de schilders dergelijke kostbaarheden van elkaar leenden of naar een (bestaande) modeltekening werkten.

De schenkkan die op zijn kant op de grote schaal (een 'becken') ligt hoort daar, gezien de versiering, waarschijnlijk bij. Dergelijke lampetstellen waren in elk rijk zeventiende-eeuws huishouden in gebruik. Tijdens en na de maaltijd kon men zich de handen laten begieten. Als droogdoek fungeerde een groot servet of ook wel de randen van het tafelkleed. Achter de schaal met de Zeetriomf staat, verdekt opgesteld, nog een voorwerpje uit een rijk huishouden: een nu zeldzaam type peperbus, buikig met een pijpje met een strooiknopje. Ook de bekerschroef die over het deksel van een kan ligt was een algemeen voorwerp in de zeventiende eeuw. Bekerschroeven zijn rijk bewerkte (verguld-)zilveren houders, waarop glazen roemers konden worden vastgeklemd of geschroefd, waardoor een buitengewoon feestelijk geheel ontstond. In vele boedelinventarissen worden deze 'schroeven' genoemd. Helaas zijn er maar enkele bewaard gebleven. Op de voorgrond zien we fraaie lepels met benen bakken en nog een deel van een vorkje. In de dubbele koker of schede met het zilveren manchet (waarover het barnstenen snoer ligt) zijn mogelijk twee huwelijksmessen of een mes en een vork gestoken.


Vuurrode vogel

Een opvallende verschijning blijft de ara of papegaai. In de zeventiende eeuw was de papegaai een symbool voor grote luxe. Misschien is de vogel hier alleen maar uitgebeeld vanwege haar inderdaad vuurrode kleur, om als het ware het alomvattende thema van dit intrigerende stilleven nog eens te onderstrepen.


Louise van den Bergh

Literatuur:

- Edith Greindle, Les peintres Flamands de nature morte au XVIIe siecle, Brussel 1956 (2de herz. uitg. Parijs 1983)
- Sam Segal, A Prosperous Past, the sumptuous still life in the Netherlands 1600-1700, Den Haag 1988
- Peter C. Sutton, The Age of Rubens, Boston 1993-1994
- Zilver uit de gouden eeuw van Antwerpen , Antwerpen (Rockoxhuis), 1988; Antwerps huiszilver uit de 17e en 18e eeuw , Antwerpen (Rubenshuis), 1988