Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers

divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

Hieronder volgt de alleen de tekst van het artikel. Wilt u ook de bijbehorende afbeeldingen zien? Neem dan een abonnement of bestel een los nummer van Cachet

Van bloembinden naar bloemsierkunst

Ambachtelijke vazen voor een modern interieur

We vinden het vanzelfsprekend dat we ons huis het hele jaar door kunnen opfleuren met bloemen. Niemand staat erbij stil dat dit nog niet zo lang mogelijk is. Pas omstreeks 1870 zorgden nieuwe kweekmethoden ervoor dat de beschikbaarheid van bloemen minder afhankelijk werd van de seizoenen en dat het aanbod op de markt groeide.

Overal in Nederland werden nieuwe kwekerijen opgericht en natuurlijk kwamen er ook steeds meer bloemenwinkels. Die eerste bloemisten maakten volle stijve boeketten, waarin de bloemen overeind werden gehouden door ijzerdraad en werden omwikkeld met gekleurd papier. In de etalages stonden knap gemaakte bloemstukken, die nog het meeste weg hadden van een versierde taart: de bloemen waren met een korte steel geprikt op een karkas van ijzerdraad. Zo'n sierstuk kon iedere gewenste vorm aannemen, zoals een harp, een hart of een schip. Natuurlijk leverden de winkels ook feestelijke manden die royaal werden gevuld met bloeiende planten en siervarens en waren opgemaakt met kleurige strikken.

Natuurlijke boeketten

In diezelfde tijd groeide in Nederland de aanhang voor nieuwe opvattingen over toegepaste kunst, waarin gepleit werd voor grotere eenvoud in de interieurs. Deze werden vooral gevoed door de theorieën van de Engelse Arts and Crafts Movement. Die roep om eenvoud had eveneens gevolgen voor de wijze waarop bloemen en planten in huis een plaats kregen. Zonder twijfel heeft het voorbeeld van Japan hierbij een belangrijke rol gespeeld. Aan de invloed die Japan sedert 1860 op allerlei gebieden van de westerse kunst heeft uitgeoefend is al eerder een heel nummer van Cachet gewijd. De Japanse bloemsierkunst werd al eeuwenlang gekenmerkt door eenvoud, vooral waar zij is toegepast als onderdeel van de theeceremonie. Respect voor de natuur gold als hoogste norm en werd vooral uitgedrukt in het betrachten van uiterste soberheid. Een enkele bloesemtak of een paar irissen in een handgevormde vaas werden beschouwd als een volmaakt geheel. Asymmetrische composities werden bij het schikken van bloemen het meest natuurlijk gevonden. Bloemenvazen waren voornamelijk versierd met glazuren in natuurlijke tinten als bruin, wit of geel en men vindt er zelden een schildering op. Onregelmatigheden die tijdens het bakken van de keramiek ontstonden, bijvoorbeeld glazuurdruppels, werden niet gezien als een fout, maar als een fraaie speling van de natuur.

In heel Europa kreeg een losse schikking van bloesemtakken of verse snijbloemen langzamerhand de voorkeur. Niet alleen de bloem, maar ook de stengel of tak mocht gezien worden en de eigen groene bladeren konden blijven zitten. Nu men door verbeterde kweekmethoden stevige bloemstengels kon leveren werd het ijzerdraad als instrument overbodig. Van groot belang was de vaas waarin zo'n natuurlijk boeket moest worden geplaatst: druk beschilderde vazen met opvallende patronen vond men hier niet bij passen. De moderne bloemenwinkel ging op zoek naar bloemenvazen, die bescheiden van vorm en rustig van kleur waren: de ‘dienende' vaas.

Brouwer

Een van de eersten die aan deze vraag van bloemisten kon voldoen was Willem Coenraad Brouwer (1877-1933). Deze behaalde in 1896 te Leiden zijn M.O.- akte tekenen en had tijdens zijn studie belangstelling opgevat voor de nieuwe theorieën uit Engeland. Het streven naar eenvoud sprak hem bijzonder aan, maar zeker ook de stelling dat met de hand gemaakte voorwerpen een grotere schoonheid bezaten dan producten die waren vervaardigd met behulp van machines. Na zich in verschillende ambachten te hebben verdiept vond hij zijn bestemming bij het pottenbakken. In 1901 begon hij te Leiderdorp met enkele medewerkers zijn kunstaardewerkfabriek ‘Vredelust'. Brouwer liet zich inspireren door de wijze waarop al eeuwenlang het eenvoudige gebruiksaardewerk werd gemaakt. Ook in zijn werkplaats werden de vormen met de hand gedraaid van rood- of geelbakkende klei en de door hem ontworpen versieringen werden uitsluitend gemaakt van klei. Vooral die versiering was karakteristiek: de abstracte motieven werden weggekrast uit een dun laagje anders gekleurde klei of ze werden met een speciaal napje op het voorwerp ‘getekend' met vloeibare witte klei. Brouwer was fel gekant tegen het schilderen van herkenbare voorstellingen op keramiek en gebruikte hiervoor zelfs woorden als ‘oneerlijk' en ‘oneigenlijk'.

Dit nieuwe ambachtelijke sieraardewerk viel bijzonder in de smaak bij de moderne bloemistenstand en Brouwer vond hier een belangrijke afnemer voor zijn bedrijf. Bij het ontwerpen van vazen hield hij niet alleen rekening met hun esthetische eisen, maar hij zorgde er tevens voor dat zijn aardewerk niet doorlekte: toen nog bepaald niet vanzelfsprekend voor modern aardewerk! Wellicht door bloemisten daartoe aangezet bracht Brouwer omstreeks 1905 voor het eerst gekleurde glazuren aan als enige versiering, zoals gebruikelijk bij de Japanse bloemsierkunst. In de productie van Brouwer zouden deze kleurige glazuren na 1910 de ingegrifte versieringen geheel vervangen. Steeds meer nieuwe glazuren werden ontwikkeld en zorgden voor een goede afzet bij bloemenwinkels.


Zaalberg

Jarenlang had Brouwer als leverancier voor bloemisten het rijk alleen, maar omstreeks 1920 kreeg hij concurrentie van een nieuwe generatie met de hand werkende pottenbakkers. Vooral in de omgeving van Leiden en Den Haag vestigde zich een opmerkelijk aantal ambachtelijke pottenbakkers, die vazen, potten en schalen maakten met fraaie glazuren als enige versiering. De nieuwe opvattingen over bloemschikken waren nu in brede kring geaccepteerd en stimuleerden waarschijnlijk deze plotselinge bloei van het ambachtelijke sierproduct. Tegelijkertijd werd dit nieuwe aardewerk dankbaar gebruikt door moderne interieurarchitecten. De ambachtelijke keramiek , al dan niet gevuld met bloeiende takken planten of bloemen, paste volmaakt in de strakke en lichte interieurs. Een van de eerste nieuwe ambachtelijke pottenbakkers was Herman Zaalberg sr. (1880-1958). Na zestien jaren te hebben gewerkt bij Brouwer besloot hij in 1918 om zijn eigen pottenbakkerij te beginnen in Zoeterwoude. Deze kreeg aanvankelijk de naam ‘De Rijn', maar is later omgedoopt in Potterij Zaalberg. Zijn elfjarige zoon Meindert (1907-1989) werkte vanaf het begin mee. De Zaalbergs legden zich toe op het maken van kokervormige en bolle vazen, die werden versierd met gekleurde glazuren, veelal stromend of met een als natuurlijk bedoelde ruwe structuur. Door toedoen van Meindert werden na 1925 behalve de bloemenwinkels ook kunstnijverheidswinkels en binnenhuisarchitecten goede klanten. Bekende namen daarbij waren de Haagse Bas van Pelt en de vestigingen van de firma Metz & Co in Den Haag en Amsterdam.

Groeneveldt

Het aardewerk van Pieter Groeneveldt (1889-1982) is onlosmakelijk verbonden met de nieuwe bloemschikkunst. Na een opleiding tot portretschilder begon hij in 1923 zijn bloemen- en plantenwinkel ‘Sheherazade' aan het Noordeinde te Den Haag. Het sobere interieur, uitgevoerd in stemmige zwarte, gouden en grijze tinten, werd ontworpen door de Haagse binnenhuisarchitect Hendrik Wouda (1885-1947). Aan de muren hingen met goud versierde zwarte gordijnen en er stonden alleen dofzwarte bankjes en tafels. Groeneveldt maakte er geen geheim van dat hij zich liet inspireren door de Japanse bloemsierkunst. In navolging van de oosterse dwergboompjes maakt hij in plantenbakken van geglazuurd aardewerk kleine rotstuintjes en als een van de eersten gebruikte hij cactussen als sierplant. Nieuw voor Nederland was zijn idee om een orchidee compleet met plant in een bloempot te plaatsen, in plaats van de bloem af te knippen en in een vaas te zetten. Zijn bloemstukken bestonden meestal uit een, twee of drie takken in een simpele vaas. Hij gebruikte eerst vooral Japanse keramiek, maar wilde al spoedig zelf zijn aardewerk te maken. In 1925 opende hij te Wassenaar zijn eigen werkplaats. Zijn werk is herkenbaar aan de eenvoud van de vormen en de fraaie, veelal door Oost-Azië geïnspireerde, glazuren.

Voor veel andere pottenbakkers is het nieuwe bloemschikken een onmisbare inspiratiebron geweest. Niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten heeft zij een enorme uitwerking gehad. De effecten zien we vandaag nog steeds om ons heen.


Literatuur:
-E. van Straaten, Dubbelgebakken. Aardewerknijverheid in Nederland 1876-1940, Lochem 1979, ook verschenen als Mededelingenblad Nederlandse Vereniging van Vrienden van de Ceramiek nr. 94/95 (1979, 2-3)
-E. Ebbinge, W.C. Brouwer (1877-1933), aarden vaatwerk - tuinaardewerk - bouwaardewerk, Lochem 1980, ook verschenen als Mededelingenblad Nederlandse Vereniging van Vrienden van de Ceramiek nr. 97/98 (1980, 1-2)
-B.J. Aalbers, Een hemel van wereldse klei. Meindert Zaalberg pottenbakker, Kampen 1987
-D. Wintgens Hötte en A. de Jongh-Vermeulen (red.), Dageraad van de moderne kunst. Leiden en omgeving 1890-1940, Leiden/Zwolle 1999