 |
Niet alleen fabrikanten onderscheidden
zich, maar ook de trotse automobielbezitter
Pronken met een mascotte
Op de ontsierende radiatordop boven
op de motorkap werd dikwijls een mascotte gemonteerd.
De autofabrikant maakte zijn product daarmee meteen herkenbaar.
In de jaren twintig lieten sommige filmsterren een eigen
mascotte voor hun auto maken. Van brons, zilver, verchroomd
nikkel of glas zijn het vaak ware kunstwerkjes.
Een van de bekendste en nog steeds gebruikte mascotte
is die van de Rolls Royce, bekend onder de naam The spirit
of Ecstasy . Ze werd in 1911 ontworpen door de beeldhouwer
Charles Sykes, die bij de directie van Rolls Royce was
geïntroduceerd door Lord Montagu of Beaulieu. Eleanor
Thornton, de secretaresse van Lord Montagu, stond model
voor deze mascotte. Pas na de Eerste Wereldoorlog, toen
The spirit of Ecstasy de gouden medaille had gewonnen
op het Concours des Bouchos de Radiateurs te Parijs, werd
het object in productie genomen en op de radiatorkap gemonteerd.
De hier afgebeelde verzilverde mascotte is bevestigd op
de haast zilverkleurige Rolls Royce van gepolijst aluminium
uit 1926, die door H.E. Wali Ud Dowla, minister-president
van Hyderabad, werd gebruikt als staatsiewagen.
Ooievaar
De Spaans/Zwitserse automobielfabriek
Hispana-Suiza had een ooievaar als mascotte, een ontwerp
van de beeldhouwer François-Victor Bazin uit 1919. Bazin
heeft vele mascottes ontworpen. De ooievaarmascotte, die
in twee maten werd uitgevoerd, was een eerbetoon aan de
Franse piloot en oorlogsheld kapitein Georges Guynemer.
Op de romp van de vliegtuigen van zijn squadron Escadrille
N3 was een ooievaar geschilderd. De al jong onderscheiden
Guynemer kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog op 23-jarige
leeftijd om het leven in een zwaar luchtgevecht. Als nationale
held werd hij bijgezet in het Panthéon in Parijs. De vliegtuigmotoren
waren van Hispana-Suiza. Na de oorlog vervaardigde deze
van oorsprong vliegtuigmotorenfabrikant alleen nog auto's,
waarvan de H6 Hispano-Suiza 6.5 liter 6 cilinder de snelste,
meest geavanceerde en luxueuze auto van Europa was. Hij
werd voorzien van de ooievaar.
Cocotte
Ook
vliegtuigfabrikant en ontwerper Gabriel Voisin begon omstreeks
1920 met de fabricage van auto's en voorzag de radiatordop
van een gevleugelde Cocotte, een naam die zoveel betekent
als totebel of snolletje. In werkelijkheid was deze mascotte
een bijzondere gestileerde vogel die op een adelaar leek
en die goed tot zijn recht kwam op de imposante en excentrieke
auto's die Voisin bouwde, zoals op de hier afgebeelde
C 14 uit 1929. De mascotte werd in deze jaren een massaproduct,
de vraag ernaar was overweldigend. Vaak waren ze zo overdadig
uitgevoerd dat ze naar kitsch neigden. Aan de andere kant
kwamen er ook esthetisch verantwoorde vormen, onder invloed
van bijvoorbeeld het Bauhaus. Als reactie op beide ontwikkelingen
liet Voisin de in aluminium uitgevoerde Cocotte maken.
Levende mascotte
In de jaren twintig was ballet
buitengewoon populair, wat voor nieuwe impulsen zorgde.
Het Ballet Russe van Diaghilev in 1924 bracht een nieuwe
stijl van vrouwelijke schoonheid en gracieuze dieren als
de gazelle en de antilope. Er werd zelfs een automodel
de Gazelle genoemd. Maar ook in de bioscoop lieten filmsterren
hun modieuze sporen na. Theda Bara, ster van de stomme
film, werd geportretteerd in metaal en haar beeltenis
verscheen niet alleen als lamp maar ook als automascotte.
Filmster Rudolph Valentino liet een cobra maken voor op
zijn Voisin en de Duesenburg van Cary Cooper had een rennende
dame. Maar de meest opzienbarende mascotte was een levende
mascotte op een reusachtige radiatordop. De beroemde regisseur
Alexander Korda maakte in 1930 de musical Lelietjes der
dalen waarin een 'ballet mécanique' was opgenomen. Dansers
beeldden daarin wielen, cilinders en andere onderdelen
uit en Corinne Griffith, de ster, zat als mascotte op
de radiatordop op een autogrille in de vorm van een tempel.
René Lalique
In de jaren twintig en dertig zijn
ook prachtige glazen automascottes gemaakt, onder meer
door de beroemde Franse sieraden- en glasontwerper René
Lalique (1860-1945). In 1925 vroeg de autofabriek Citroën
hem een mascotte te ontwerpen voor de nieuwe 5-cheveaux.
De kunstenaar voerde de opdracht letterlijk uit en maakte
een ontwerp met vijf springende paarden. Victoire of Spirit
in the Wind is de benaming voor een vrouwenkop met in
de wind gestroomlijnde haren, een dynamisch symbool voor
snelheid. De realistische Adelaarskop met kromme snavel,
strenge ogen en gestileerde veren werd volgens overlevering
door Hitler aan zijn officieren geschonken. De Grote Libelle
was een van de geliefdste modellen onder de automascottes.
De libelle staat met het lichaam horizontaal en met de
ronde vleugels strak omhoog als een toonbeeld van kracht.
Van de verschillende ontwerpen die Lalique maakte van
hanen, is de Grote staande haan het meest indrukwekkend.
De trots omgedraaide Pauwenkop met prachtig gestileerde
veertjes en kuif, laat zich graag bewonderen.
Regenboogverlichting
Een belangrijke bron voor het glas
van Lalique is de catalogus die hij in 1932 uitgaf (herdruk
1981), waarin meer dan 1500 objecten zijn opgenomen en
afgebeeld. Uit deze catalogus blijkt hoe populair de automascottes
in die tijd waren. Er werden 27 radiatorversieringen aangeboden
en 46 presse-papiers, waarvan nog eens 19 modellen – met
ronde voet – als automascotte konden worden gebruikt.
Bij de mascottes werden twee verschillende montagevoetstukken
geleverd, een laag verchroomd model dat geklemd is om
de voet van de mascotte, en een hoog bronzen model waarin
een elektrisch lampje is geplaatst zodat het beeldje van
onderen belicht wordt. Soms werd een gekleurd schijfje
toegevoegd om het ornament in een kleur te verlichten.
Er werden zelfs draaiende schijfjes in verschillende kleuren
gemonteerd, zodat er een regenboogverlichting ontstond.
Autosymbolen uit Leerdam
Sinds het tweede decennium van
de twintigste eeuw nodigde de directeur van de Glasfabriek
Leerdam, P.M. Cochius, kunstenaars uit om modern glas
te ontwerpen. In Leerdam was al enige ervaring opgedaan
met het persen van beeldjes. Van Stef Uiterwaal (1889-1960),
de ontwerper van de bekende Madonna, is een prototype
voor een automascotte bewaard gebleven, ontworpen in 1930.
Deze mascotte in de vorm van een vogel is echter niet
in productie genomen. Er zijn bij de Leerdamse glasfabriek
alleen autosymbolen van Lucienne Bloch (1905) uitgevoerd.
Deze in Zwitserland geboren beeldhouwster genoot haar
opleiding in Parijs aan de Ecole des Beaux Arts. Cochius
maakte in 1928 kennis met haar vader, de bekende componist
Ernest Bloch, toen hij in Amerika was voor een ontmoeting
met de architect en ontwerper Frank Lloyd Wright. Behalve
veel dierplastieken, boekensteunen en een naaktfiguur
ontwierp Lucienne Bloch in 1929 voor Leerdam drie automascottes
in sterk gestileerde vormen: Engel, Visschen en Vogel.
De vogel vliegt met gestrekte kop en omhoog slaande vleugels
en is gemonteerd op een tonvormig voetstuk. De engel met
gespreide vleugels is een dynamische mascotte die staat
voor snelheid én veiligheid. Het object van twee naast
elkaar zwemmende vissen, een dolfijn en een vis met spitse
bek, is bevestigd op een cilindervorm. Deze mascottes
konden net als die van Lalique met een bijgeleverd lampje
in verschillende kleuren worden verlicht. Cochius zal
het werk van Lalique zeker hebben gekend en gezien. Wellicht
van zijn reizen naar Parijs, maar in elk geval beschikte
hij ook over catalogi, modellenboeken en allerlei informatie
over het assortiment van andere Europese glasfabrieken.
In Nederland werden de ontwerpen van Lalique verkocht
bij de firma Focke en Melzer in Amsterdam.
Collector's items
Op menig herenbureau stond en staat
nog steeds een mascotte als presse-papier. Automobielclubs
hadden meestal hun eigen mascotte. Nu zijn deze symbolen
vervangen door een sticker achter op de auto. De mascottes
zelf, van welk materiaal dan ook, zijn geliefde en kostbare
verzamelobjecten geworden.
Mickey de Rooij en Annet van der
Kley-Blekxtoon
Literatuur:
-William C. Morris, Motoring Mascots of the world,
Osceola 1977
-René Lalique et Cie. Lalique Glass, The complete illustrated
catalogue for 1932, herdruk, New York 1981
-John J. Zolomi, The motorcar in art, 1990
-Thimo te Duits, Geperst glas uit Leerdam, Leerdam/Assen
1991
-Annet van der Kley-Blekxtoon, Leerdam glas 1878-1998,
Lochem 1999
|
 |