Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers
 

Zoek op trefwoord in Artikelen uit Cachet
Type een trefwoord in en klik op 'Zoek'.

add search to your site
 

divider
divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

 

Zoek op trefwoord in Zilverfeiten
Type een trefwoord in en klik op 'Zoek'.
 

Het maken van zilveren vogels kent een lange traditie

Vogels van diverse pluimage

Twee vogels staan roerloos op een fraai gedekte tafel. De ene kijkt wat om zich heen, de ander lijkt een korreltje van het damast te pikken. De vogels vallen op door hun fraaie verenpracht, die uit fijn getrokken lijntjes lijkt te bestaan, en ze wekken de indruk bij het minste geluid of gebaar op te willen vliegen van de tafel. Ze behoren tot de familie van de zilveren vogels, die in velerlei gedaanten onze tafels sieren. Deze zilveren vogels worden vaak van moeder op dochter doorgegeven. Zij staan op de tafel omdat ze bijna tot de familie behoren. Waar komen deze intrigerende vogels toch vandaan en waarom zijn we nog steeds zo gevoelig voor de charme van deze kleine disgenoten?

De oorsprong van deze tafelstukken kan wellicht gevonden worden in de vogel als jachttrofee. Ook de echte dode fazant die men op de terrine placht te leggen werd in een later stadium van porselein vervaardigd en op een deksel bevestigd. Hoe het ook zij, de zilveren vogel wordt als tafelstuk nog altijd hoog gewaardeerd en brengt op de veiling steeds een navenant hoge prijs op.

Op mijn zoektocht naar de voorgangers van de zilveren tafelvogels ben ik vogels van zeer verschillende pluimage tegengekomen. Zo vond ik vogels als bekroning van het deksel van een middeleeuws bokaaltje, als trofeeën aan schuttersketens en als feestelijk drinkgerei. Daarbij kwam ik vogels niet alleen tegen als vrijstaande figuren, maar ook gegraveerd of gedreven in zilveren bekers of schotels. De uitbeelding van vogels in zilver kan bogen op een lange geschiedenis.

Dekselknop verguld-zilveren bokaaltje
  Papegaai als bekroning van het deksel van een middeleeuws bokaaltje, ca. 1350, Rijksmuseum Amsterdam

De papegaai als ‘messager d'amour'

Op de dekselknop van het verguld-zilveren bokaaltje dat de kanunnik Johannes Utenleen in 1362 uit eigen bezit aan zijn kerk in Utrecht schonk, pronkt een sierlijke papegaai. In onze gebieden had men tijdens de kruistochten kennis gemaakt met deze exotische vogel. De naam van de vogel werd regelrecht overgenomen uit het arabisch, waar de vogel babagâ wordt genoemd. Men was verrukt van de kleurrijke vogel en deze werd al spoedig op grote schaal geďntroduceerd aan de vorstelijke hoven van Europa. De papegaai komt al voor in het schetsboek van Villard de Honnecoeurt, dat tekeningen bevat die gemaakt zijn tussen 1220 en 1230. Papegaaien waren in de veertiende eeuw nog steeds exotische vogels, die verschillende boodschappen konden uitdragen. Een christelijke, wanneer de papegaai in verband werd gebracht met de maagd Maria, maar ook een hoofse. In het ridderlijke Frankrijk was de papegaai de boodschapper van liefdesberichten. Aanwijzingen daarvoor vindt men in de Franstalige literatuur van die eeuw, wanneer gesproken wordt over de vogel als ‘un messager d'amour'. De betekenis van e papegaai op het deksel van het bokaaltje van kanunnik Utenleen is dus niet zo eenduidig te achterhalen.

‘Papegaaischieten'

Deze ‘koninklijke' vogel in zilver werd in de late middeleeuwen de prijs bij uitstek bij het festijn van het papegaaischieten. De wedstrijden werden jaarlijks door de schutterijen georganiseerd op Pinkstermaandag. Men schoot dan niet op een papegaai, maar op een kleiduif of op een andere, vaak houten, vogel. Die wedstrijden van de plaatselijke schutters waren grote evenementen. Hoge gasten waren welkom en schoten vaak mee. Jacoba van Beieren, gravin van Holland (1401-1436), was een verwoed en zeer succesvol ‘schutter' met de voetboog en deed graag mee met de wedstrijden van de Goudse schutters. Naast een zilveren bokaal werd de zilveren ‘papagaai' of ‘gaai' - in documenten uit de late middeleeuwen wordt nauwelijks onderscheid gemaakt tussen deze twee namen - de belangrijkste trofee die een schutter in de wacht kon slepen. De prijsvogel hing aan de schuttersketen, die de winnaar een jaar lang als ‘koning' mocht dragen. Verschillende zilveren prijsvogels hangen nog steeds aan de ketens en zijn als schuttersparafernalia bewaard gebleven. Hoewel papegaai genoemd, zien de vogels er toch vaak heel anders uit: zij lijken meer op valken of duiven. De vogels dragen vrijwel altijd een kroontje en hebben een halsband om, versierd met kleurrijke stenen. De vleugels kunnen langgerekt uitlopen, maar ook kort en stomp eindigen. Het verenpak wordt aangeduid door graveringen. Vaak zijn de vogels gezeten op een knoestig boomtakje, eveneens van zilver. Het type vogels verandert nauwelijks in de loop der eeuwen. De oudste vogels zijn echter wel vaak het mooist. Deze zilveren vogels werden vaak uitgeloofd door de stedelijke overheid, die dergelijke festiviteiten ‘sponsorde'. Dat gebeurde in Utrecht in 1525, toen de stedelijke Raad bij een plaatselijke zilversmid, naast een prijsbokaal met deksel, ook de zilveren vogel bestelde. De afrekening ervan bleef bewaard: ‘item heeft Gerijt Hubertss., die goutsmit een coninclijk cop ende prijs van de papegay van silver gemaeckt …'.

De ketens waaraan de vogels hangen behoren tot de fraaiste voorbeelden van edelsmeedkunst uit de late middeleeuwen. Hoe rijker de schutterij, des te uitvoeriger en luxueuzer de keten, die in de periode ook wel een een ‘halsband' of ‘breuk' werd genoemd. Zilveren schuttersvogels bleven in groten getale bewaard. Nog steeds hangen ze aan de ketens die door de schutterskoningen werden gedragen. Vooal in Brabant werd de traditie van het maken van de vogels lang voortgezet.

Vogels als tafelgerei

Drinkbokaal in de vorm van een zwaan
  Drinkbokaal in de vorm van een zwaan, 1639, Huybert van de Berch, Dordrecht, Rijksmuseum Amsterdam

Uit Duitssprekende gebieden werd het gebruik overgenomen om zilveren dierfiguren om te vormen tot decoratieve tafelstukken. De kop van het dier was dan vaak afneembaar of kon worden afgeschroefd. De tafeldieren kregen een nuttige functie als kruidenbus of drinkbeker. Sommige dieren konden veel drank bevatten. Dat moest ook wel, want dergelijk drinkgerei werd tijdens bijeenkomsten en maaltijden rondgegeven en de aanwezigen namen, om beurt, ieder een (royale) teug. Ook grote zilveren vogels dienden als tafelstukken. Uit onze gebieden bleef een dergelijk drinkgerei bewaard in de vorm van een uiltje. In dit geval bestaat het vogellichaam uit een kokosnoot, waarin de veren kunstig zijn uitgesneden, en slechts de kop en het onderstel zijn van zilver vervaardigd. Vermoedelijk was dit uiltje uit het laatste kwart van de zestiende eeuw eenhuwelijksbeker, gezien het alliantiewapen dat voor de pootjes van het uiltje is aangebracht. De uilenbeker is 21 cm hoog en de zilveren kop is als deksel afneembaar. Ons uiltje vertelt ook iets over zijn vogelnatuur. In een gedichtje dat op de banden rond de opening en het deksel zijn aangebracht kan men lezen: ‘DES NACHTS FLIGE ICK ALLENE DOER DAT GROEN WOLT' en op de bekerhals: ‘ICK ARME VULKEN KLENE MIN GEDACHTE SIN MENICH FOLT' en verder op de kop ‘ALS ANDERE VVOGEL SIN TOE NESTE SOE IS MIN VVLIGEN BESTE'.

Drinkbokaal in de vorm van een uiltje
Drinkbokaal in de vorm van een uiltje, 1580-1590, Museum 'Het Valkhof', Nijmegen  

Heel mooi is de zilveren valk van 1618 in het Amsterdams Historisch Museum. De maker van de vogel is de Amsterdamse zilversmid Willem Wolfswinkel (werkzaam 1591-1626). Zijn meesterteken, een wolf, is geslagen in het zilver. De statige vogel, die 23 cm hoog is, draagt een vergulde kroon en een halsband met daaraan een groot sieraad met een steen. Hij heeft een vis in de klauwen. Wat uitvoering betreft doet deze ‘valk' sterk denken aan de schuttersvogels. Dezelfde gekromde snavel en het gegraveerde verenpak. In dit geval denkt men dat de vogel diende als specerijbus, omdat de opening in de hals te klein is om eruit te drinken. De vogel die de Dordtse zilversmid Huybert van de Berch in 1639 maakte is een slag groter. (24,5 cm hoog; de lengte is 27,5 cm). De hier afgebeelde zwaan werd vermoedelijk gemaakt in opdracht van het Sint Maartens- of Kleerkopersgilde te Dordrecht. Voor zover we weten is de Dordtse zilversmid, die van 1643 tot 1656 wordt vermeld, de enige in onze gebieden die dergelijke grote (drink)vogels als tafeldecoratie heeft gemaakt. Van zijn hand zijn ook nog een zilveren hen en een tweetal zilveren hanen bekend. De hier afgebeelde zwaan, die bij de gilde bijeenkomsten - ook nu weer als een drinkbeker - op de tafel stond, is stevig en robuust en lijkt regelrecht afkomstig uit de nabijgelegen Biesbosch.

Een hemel vol vogels van Claas Baardt

Vrijstaande zilveren vogels zijn uitzonderlijke objecten binnen de Nederlandse edelsmeedkunst. Veel gebruikelijker was het om vogelmotieven te graveren op de wanden van bekers, verscholen tussen de ornamenten bijvoorbeeld, of om ze toe te passen in de decoratie op de randen van een schotel of op een trouwkistje (‘knottekistje') als tortelende duifjes. Voor het weergeven van de vogels werd door de zilversmid vaak gekeken naar in druk verschenen prentwerk.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw werkte in Bolsward de fameuze zilversmid Claas Fransen Baardt (werkzaam 1640-1697). Hij was zo vermaard dat hij zijn werkstukken soms niet van de gebruikelijke merktekens voorzag, maar alleen van zijn signatuur. Baardt was een meester in het uitbeelden van allerlei kleine insecten, vaak nauwelijks zichtbaar tussen het gebladerte. Ook vogels dreef hij in zilver, bijvoorbeeld op de prachtige schotel van circa 1683, die nu als avondmaalsschotel in gebruik is in de kerk van Makkum. Op de brede rand die het plat van de schotel omgeeft zijn de vier elementen, aarde, lucht, vuur en water, uitgebeeld. In het ‘bovenste' gedeelte van de rand, waar de lucht wordt weergegeven, wemelt het van de vogels, zoals in het scheppingsverhaal wordt verhaald: ‘En dat het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels... allerlei gevleugeld gevogelte naar hun aard.' Tussen de door bolle gezichtjes aangeblazen wolken vliegen duiven, kleine roofvogels en uiltjes rond. Hoog op een wolk staat een pauw met wijd gespreide vleugels te pronken. De zeventiende eeuwer zag de pauw als het symbool van de opstanding en van de onsterfelijke ziel. Baardt geeft in deze scčne namelijk tevens de hemel weer, waar de zielen, als het ware bevrijd, vrij kunnen rondvliegen.

  Rand van de schotel met de vier elementen (detail), ca. 1683, Claas Baardt, Bolsward, Nederlands Hervormde Kerk, Makkum

Onze zilveren tafelvogels, die nog steeds zo geliefd zijn, hebben dus vele voorgangers gehad in diverse maten en soorten. Zij konden iets tot uitdrukking brengen, wat voor de tijdgenoot vrijwel meteen te bevatten was. Voor ons ging veel van dat begrip verloren. Maar misschien roepen de zilveren vogels op onze tafels onbewust een herinnering op aan de vrijheid en het schijnbaar onbekommerde leven van de zo geliefde vogelschare.

Louise van den Bergh

Literatuur:
-Nederlands zilver 1580-1830, Amsterdam (Rijksmuseum) 1979/80 -Nijmeegs zilver 1400-1900, Nijmegen (Museum 'Commanderie van Sint Jan) 1983 -Meesterwerken in zilver, Amsterdams zilver 1520-1820, Lochem 1984 -J.R. de Lorm, Amsterdams goud en zilver, Zwolle 1999 -M. Stoter, De Zilveren Eeuw. Fries pronkzilver in de zeventiende eeuw, Franeker 2000