 |
Het maken van zilveren vogels
kent een lange traditie
Vogels van
diverse pluimage
Twee
vogels staan roerloos op een fraai gedekte tafel. De
ene kijkt wat om zich heen, de ander lijkt een korreltje
van het damast te pikken. De vogels vallen op door hun
fraaie verenpracht, die uit fijn getrokken lijntjes
lijkt te bestaan, en ze wekken de indruk bij het minste
geluid of gebaar op te willen vliegen van de tafel.
Ze behoren tot de familie van de zilveren vogels, die
in velerlei gedaanten onze tafels sieren. Deze zilveren
vogels worden vaak van moeder op dochter doorgegeven.
Zij staan op de tafel omdat ze bijna tot de familie
behoren. Waar komen deze intrigerende vogels toch vandaan
en waarom zijn we nog steeds zo gevoelig voor de charme
van deze kleine disgenoten?
De oorsprong van deze tafelstukken kan wellicht
gevonden worden in de vogel als jachttrofee. Ook de
echte dode fazant die men op de terrine placht te leggen
werd in een later stadium van porselein vervaardigd
en op een deksel bevestigd. Hoe het ook zij, de zilveren
vogel wordt als tafelstuk nog altijd hoog gewaardeerd
en brengt op de veiling steeds een navenant hoge prijs
op.
Op mijn zoektocht naar de voorgangers van de
zilveren tafelvogels ben ik vogels van zeer verschillende
pluimage tegengekomen. Zo vond ik vogels als bekroning
van het deksel van een middeleeuws bokaaltje, als trofeeën
aan schuttersketens en als feestelijk drinkgerei. Daarbij
kwam ik vogels niet alleen tegen als vrijstaande figuren,
maar ook gegraveerd of gedreven in zilveren bekers of
schotels. De uitbeelding van vogels in zilver kan bogen
op een lange geschiedenis.
 |
 |
 |
| |
Papegaai als bekroning van
het deksel van een middeleeuws bokaaltje, ca. 1350,
Rijksmuseum Amsterdam |
 |
De
papegaai als ‘messager d'amour'
Op de dekselknop van het verguld-zilveren bokaaltje
dat de kanunnik Johannes Utenleen in 1362 uit eigen
bezit aan zijn kerk in Utrecht schonk, pronkt een sierlijke
papegaai. In onze gebieden had men tijdens de kruistochten
kennis gemaakt met deze exotische vogel. De naam van
de vogel werd regelrecht overgenomen uit het arabisch,
waar de vogel babagâ wordt genoemd. Men was verrukt
van de kleurrijke vogel en deze werd al spoedig op grote
schaal geďntroduceerd aan de vorstelijke hoven van Europa.
De papegaai komt al voor in het schetsboek van Villard
de Honnecoeurt, dat tekeningen bevat die gemaakt zijn
tussen 1220 en 1230. Papegaaien waren in de veertiende
eeuw nog steeds exotische vogels, die verschillende
boodschappen konden uitdragen. Een christelijke, wanneer
de papegaai in verband werd gebracht met de maagd Maria,
maar ook een hoofse. In het ridderlijke Frankrijk was
de papegaai de boodschapper van liefdesberichten. Aanwijzingen
daarvoor vindt men in de Franstalige literatuur van
die eeuw, wanneer gesproken wordt over de vogel als
‘un messager d'amour'. De betekenis van e papegaai op
het deksel van het bokaaltje van kanunnik Utenleen is
dus niet zo eenduidig te achterhalen.
‘Papegaaischieten'
Deze ‘koninklijke' vogel in
zilver werd in de late middeleeuwen de prijs bij uitstek
bij het festijn van het papegaaischieten. De wedstrijden
werden jaarlijks door de schutterijen georganiseerd
op Pinkstermaandag. Men schoot dan niet op een papegaai,
maar op een kleiduif of op een andere, vaak houten,
vogel. Die wedstrijden van de plaatselijke schutters
waren grote evenementen. Hoge gasten waren welkom en
schoten vaak mee. Jacoba van Beieren, gravin van Holland
(1401-1436), was een verwoed en zeer succesvol ‘schutter'
met de voetboog en deed graag mee met de wedstrijden
van de Goudse schutters. Naast een zilveren bokaal werd
de zilveren ‘papagaai' of ‘gaai' - in documenten uit
de late middeleeuwen wordt nauwelijks onderscheid gemaakt
tussen deze twee namen - de belangrijkste trofee die
een schutter in de wacht kon slepen. De prijsvogel hing
aan de schuttersketen, die de winnaar een jaar lang
als ‘koning' mocht dragen. Verschillende zilveren prijsvogels
hangen nog steeds aan de ketens en zijn als schuttersparafernalia
bewaard gebleven. Hoewel papegaai genoemd, zien de vogels
er toch vaak heel anders uit: zij lijken meer op valken
of duiven. De vogels dragen vrijwel altijd een kroontje
en hebben een halsband om, versierd met kleurrijke stenen.
De vleugels kunnen langgerekt uitlopen, maar ook kort
en stomp eindigen. Het verenpak wordt aangeduid door
graveringen. Vaak zijn de vogels gezeten op een knoestig
boomtakje, eveneens van zilver. Het type vogels verandert
nauwelijks in de loop der eeuwen. De oudste vogels zijn
echter wel vaak het mooist. Deze zilveren vogels werden
vaak uitgeloofd door de stedelijke overheid, die dergelijke
festiviteiten ‘sponsorde'. Dat gebeurde in Utrecht in
1525, toen de stedelijke Raad bij een plaatselijke zilversmid,
naast een prijsbokaal met deksel, ook de zilveren vogel
bestelde. De afrekening ervan bleef bewaard: ‘item
heeft Gerijt Hubertss., die goutsmit een coninclijk
cop ende prijs van de papegay van silver gemaeckt …'.
De ketens waaraan de vogels
hangen behoren tot de fraaiste voorbeelden van edelsmeedkunst
uit de late middeleeuwen. Hoe rijker de schutterij,
des te uitvoeriger en luxueuzer de keten, die in de
periode ook wel een een ‘halsband' of ‘breuk' werd genoemd.
Zilveren schuttersvogels bleven in groten getale bewaard.
Nog steeds hangen ze aan de ketens die door de schutterskoningen
werden gedragen. Vooal in Brabant werd de traditie van
het maken van de vogels lang voortgezet.
Vogels als tafelgerei
 |
 |
 |
| |
Drinkbokaal in de vorm van
een zwaan, 1639, Huybert van de Berch, Dordrecht,
Rijksmuseum Amsterdam |
 |
Uit Duitssprekende gebieden
werd het gebruik overgenomen om zilveren dierfiguren
om te vormen tot decoratieve tafelstukken. De kop van
het dier was dan vaak afneembaar of kon worden afgeschroefd.
De tafeldieren kregen een nuttige functie als kruidenbus
of drinkbeker. Sommige dieren konden veel drank bevatten.
Dat moest ook wel, want dergelijk drinkgerei werd tijdens
bijeenkomsten en maaltijden rondgegeven en de aanwezigen
namen, om beurt, ieder een (royale) teug. Ook grote
zilveren vogels dienden als tafelstukken. Uit onze gebieden
bleef een dergelijk drinkgerei bewaard in de vorm van
een uiltje. In dit geval bestaat het vogellichaam uit
een kokosnoot, waarin de veren kunstig zijn uitgesneden,
en slechts de kop en het onderstel zijn van zilver vervaardigd.
Vermoedelijk was dit uiltje uit het laatste kwart van
de zestiende eeuw eenhuwelijksbeker, gezien het alliantiewapen
dat voor de pootjes van het uiltje is aangebracht. De
uilenbeker is 21 cm hoog en de zilveren kop is als deksel
afneembaar. Ons uiltje vertelt ook iets over zijn vogelnatuur.
In een gedichtje dat op de banden rond de opening en
het deksel zijn aangebracht kan men lezen: ‘DES NACHTS
FLIGE ICK ALLENE DOER DAT GROEN WOLT' en op de bekerhals:
‘ICK ARME VULKEN KLENE MIN GEDACHTE SIN MENICH FOLT'
en verder op de kop ‘ALS ANDERE VVOGEL SIN TOE NESTE
SOE IS MIN VVLIGEN BESTE'.
 |
 |
  |
| Drinkbokaal in de vorm van
een uiltje, 1580-1590, Museum 'Het Valkhof', Nijmegen |
|
 |
Heel mooi is de zilveren
valk van 1618 in het Amsterdams Historisch Museum.
De maker van de vogel is de Amsterdamse zilversmid Willem
Wolfswinkel (werkzaam 1591-1626). Zijn meesterteken,
een wolf, is geslagen in het zilver. De statige vogel,
die 23 cm hoog is, draagt een vergulde kroon en een
halsband met daaraan een groot sieraad met een steen.
Hij heeft een vis in de klauwen. Wat uitvoering betreft
doet deze ‘valk' sterk denken aan de schuttersvogels.
Dezelfde gekromde snavel en het gegraveerde verenpak.
In dit geval denkt men dat de vogel diende als specerijbus,
omdat de opening in de hals te klein is om eruit te
drinken. De vogel die de Dordtse zilversmid Huybert
van de Berch in 1639 maakte is een slag groter. (24,5
cm hoog; de lengte is 27,5 cm). De hier afgebeelde zwaan
werd vermoedelijk gemaakt in opdracht van het Sint Maartens-
of Kleerkopersgilde te Dordrecht. Voor zover we weten
is de Dordtse zilversmid, die van 1643 tot 1656 wordt
vermeld, de enige in onze gebieden die dergelijke grote
(drink)vogels als tafeldecoratie heeft gemaakt. Van
zijn hand zijn ook nog een zilveren hen en een tweetal
zilveren hanen bekend. De hier afgebeelde zwaan, die
bij de gilde bijeenkomsten - ook nu weer als een drinkbeker
- op de tafel stond, is stevig en robuust en lijkt regelrecht
afkomstig uit de nabijgelegen Biesbosch.
Een hemel vol vogels van
Claas Baardt
Vrijstaande zilveren vogels zijn uitzonderlijke objecten
binnen de Nederlandse edelsmeedkunst. Veel gebruikelijker
was het om vogelmotieven te graveren op de wanden van
bekers, verscholen tussen de ornamenten bijvoorbeeld,
of om ze toe te passen in de decoratie op de randen
van een schotel of op een trouwkistje (‘knottekistje')
als tortelende duifjes. Voor het weergeven van de vogels
werd door de zilversmid vaak gekeken naar in druk verschenen
prentwerk.
In de tweede helft van de zeventiende eeuw werkte
in Bolsward de fameuze zilversmid Claas Fransen Baardt
(werkzaam 1640-1697). Hij was zo vermaard dat hij zijn
werkstukken soms niet van de gebruikelijke merktekens
voorzag, maar alleen van zijn signatuur. Baardt was
een meester in het uitbeelden van allerlei kleine insecten,
vaak nauwelijks zichtbaar tussen het gebladerte. Ook
vogels dreef hij in zilver, bijvoorbeeld op de prachtige
schotel van circa 1683, die nu als avondmaalsschotel
in gebruik is in de kerk van Makkum. Op de brede rand
die het plat van de schotel omgeeft zijn de vier elementen,
aarde, lucht, vuur en water, uitgebeeld. In het ‘bovenste'
gedeelte van de rand, waar de lucht wordt weergegeven,
wemelt het van de vogels, zoals in het scheppingsverhaal
wordt verhaald: ‘En dat het gevogelte over de aarde
vliege langs het uitspansel des hemels... allerlei gevleugeld
gevogelte naar hun aard.' Tussen de door bolle gezichtjes
aangeblazen wolken vliegen duiven, kleine roofvogels
en uiltjes rond. Hoog op een wolk staat een pauw met
wijd gespreide vleugels te pronken. De zeventiende eeuwer
zag de pauw als het symbool van de opstanding en van
de onsterfelijke ziel. Baardt geeft in deze scčne namelijk
tevens de hemel weer, waar de zielen, als het ware bevrijd,
vrij kunnen rondvliegen.
 |
 |
 |
| |
Rand van de schotel met
de vier elementen (detail), ca. 1683, Claas Baardt,
Bolsward, Nederlands Hervormde Kerk, Makkum |
 |
Onze zilveren tafelvogels,
die nog steeds zo geliefd zijn, hebben dus vele voorgangers
gehad in diverse maten en soorten. Zij konden iets tot
uitdrukking brengen, wat voor de tijdgenoot vrijwel
meteen te bevatten was. Voor ons ging veel van dat begrip
verloren. Maar misschien roepen de zilveren vogels op
onze tafels onbewust een herinnering op aan de vrijheid
en het schijnbaar onbekommerde leven van de zo geliefde
vogelschare.
Louise van den Bergh
Literatuur:
-Nederlands zilver 1580-1830, Amsterdam (Rijksmuseum)
1979/80 -Nijmeegs zilver 1400-1900, Nijmegen (Museum
'Commanderie van Sint Jan) 1983 -Meesterwerken in zilver,
Amsterdams zilver 1520-1820, Lochem 1984 -J.R. de Lorm,
Amsterdams goud en zilver, Zwolle 1999 -M. Stoter, De
Zilveren Eeuw. Fries pronkzilver in de zeventiende eeuw,
Franeker 2000
|
 |