 |
Elk vogeltje zingt zoals ‘t
gebekt is: als juweel soms het hoogste lied
Pronken met andermans veren
 |
 |
 |
| |
Broche, goud, diamant, kleurstenen,
Cartier 1945, coll. Cartier Genève |
 |
Sinds
mensenheugenis laten goudsmeden zich inspireren door de
natuur. Bloemen, bladeren, insecten, reptielen maar ook
vogels zijn door alle eeuwen heen op verschillende manieren
als motief in juwelen toegepast.
Een gekooid vogeltje
Bij de keuze voor een bepaalde
vogel als motief speelde niet alleen de decoratieve waarde
een rol maar ook de eventuele symbolische betekenis van
het dier. De Egyptenaren bijvoorbeeld verwerkten de valk
als symbool van koninklijke waardigheid onder andere in
de borstjuwelen van de farao's. En een broche in de vorm
van een vliegende gouden of geëmailleerde duif met een
takje vergeet-mij-nietjes van turkooisjes in zijn snavel
behoefde in de negentiende eeuw nauwelijks uitleg. Tijdens
de Tweede wereldoorlog bracht de Parijse juwelier Cartier
een broche op de markt in de vorm van een gekooid vogeltje,
als subtiele verwijzing naar de Duitse onderdrukking.
Na de bevrijding werd hetzelfde sieraad uitgevoerd met
een juichend vogeltje voor een geopend kooitje.
Vogelnagels als tandenstokers
 |
 |
  |
| Hanger, goud, parels, kleurstenen,
Spanje ca. 1600 |
|
 |
Gedurende
de Renaissance was de pelikaan, die met het bloed uit
zijn borst zijn jongen voedt, als symbool van Christelijke
naastenliefde, een bijzonder geliefd motief voor juwelen.
In 1610 was Maria van Voorst, over wie ik in Cachet
jaargang 3 nummer 1 uitvoerig heb geschreven, in het bezit
van: "Een baque (hanger) wesende een pellicaen".
Toen prinses Anna van Oranje in 1587 in het huwelijk trad
met de Friese Stadhouder Willem Lodewijk, had zij volgens
haar inventaris onder andere: ‘Een pellicaen met een
perle in de borst drye rubinen aen ene keten te hangen"en
" Een cleyn pellicaen om aen een oor te hangen". Rond
1600 was het niet ongebruikelijk om alleen aan het linkeroor
een sieraad te dragen. Daarnaast maakte zij blijkbaar
gebruik van "Een tantstocker van eene pitoorenclauw
(roerdomp) in gout beslagen". Ook andere vogelnagels
konden dienst doen als tandenstoker.
In de negentiende eeuw stond de klauw model voor gouden
dasspelden, terwijl die klauw dan tevens diende als zetting
voor een parel, diamant of een kleursteen. Ook exotische
vogels werden in de zestiende en zeventiende eeuw als
motief voor juwelen gebruikt. In Hollandse inventarissen
uit 1593 en 1611 is bijvoorbeeld sprake van kleinoden
met een struisvogel, een parkiet, ee papegaai. Misschien
hebben de laatste twee wel geleken op de hanger die vorig
jaar te zien was op de tentoonstelling rond koning Philips
II in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
Verborgen batterij
 |
 |
 |
| |
Broche, zilver en diamant,
Engeland, ca. 1880, part. coll. |
 |
Tijdens de periode van het Naturalisme aan het einde van
de achttiende eeuw voerden bloemmotieven in juwelen de
boventoon. Maar honderd jaar later, toen het naturalisme
opnieuw in de mode kwam, werden vogels weer veelvuldig
in sieraden toegepast.Een broche in de vorm van een zwaluw
en geheel bezet met roosgeslepen diamanten ontstond omstreeks
1880. Zo'n juweel werd dikwijls ook gemonteerd op een
haarkam of met meer exemplaren, van klein tot soms bijna
levensgroot, op een borstsieraad. De vogels werden dan
bovendienvaak op spiraalveertjes geplaatst, de zogenaamde
‘monture en tremblant', waardoor de schittering
tijdens het dragen bij kaarsverlichting tot een maximum
werd verhoogd. In een enkel geval zorgde een in de kleding
verborgen batterij voor een constante beweging!
 |
 |
  |
| Broche, email, opalen, diamanten,
Lalique, ca. 1900, coll. Gulbenkian, Lissabon. |
|
 |
De vormgeving van deze
diamanten vogels vormden de overgang naar de Art Nouveau,
waarin pauwen, fazanten en hanen zo'n belangrijke rol
zouden gaan spelen. Wie kent niet de schitterende pauwbroche
van René Lalique in het Gulbenkianmuseum in Lissabon.Maar
ook Lalique's Europese collega's verwerkten het vogelmotief,
ieder op een geheel eigen wijze. Philippe Wolfers bijvoorbeeld
liet zich inspireren door de verschillende vogels in de
tuin bij zijn huis in Ter Hulpen. De pauw was ook bij
hem favoriet. Eén van zijn belangrijkste ontwerpen werd
tot voor kort in de literatuur eveneens beschreven als
een pauw. Het beest heeft een pluimpje op de kop maar
mist de karakteristieke staart van de pauw. Uit onderzoek
is gebleken dat het hier gaat om een hop of een stronthaan,
de enige vogel die zijn nest bevuilt.
 |
 |
 |
 |
 |
| |
Broche, goud, email, smaragd
en parel, Philippe Wolfers, Brussel, 1901, part.coll. |
|
Hanger, goud, email, diamanten,
kleursteen en parel, Philippe Wolfers, 1901, foto
coll. Wolfers |
 |
Volgens de kleindochter van
Wolfers nestelde de stronthaan in de tuin van haar grootvader.
De hop overwinterde ‘s winters in Noord Afrika en in overdrachtelijke
zin maakte ook de broche van Wolfers een grote vlucht.
Tijdens het transport naar een tentoonstelling in 1972
werd het juweel gestolen uit de collectie van het Hessisches
Landesmuseum te Darmstadt. Zo'n tien jaar geleden werd
het ontdekt in de Zwitserse kunsthandel, nu bevindt het
zich waarschijnlijk in particuliere collectie. Wolfers
verwerkte het motief van de hop een tweede keer in 1901
in een hanger waarvan de huidige verblijfplaats onbekend
is. In dit juweel is het verschil met de pauw duidelijk
waarneembaar.
Keuze
uit uitgevallen veren
Vogels waren
dan wel altijd een bron van inspiratie voor goudsmeden,
maar er was ook een tijd dat de vogels zelf tot juwelen
werden verwerkt.
 |
 |
  |
| Oorhangers, goud en geprepareerde
kolibriresten, Engeland, ca. 1870, coll. Bethnal
Green Museum |
|
 |
Twee firma's toonden dit soort sieraden tijdens de Wereld-tentoonstelling
van 1872 in Londen. Meestal ging het om de Zuid-Amerikaanse
kolibrie, zoals een paar oorhangers uit de collectie van
het Bethnal Green Museum laat zien. Volgens de verslagen
uit die tijd werden de vogels vooral verwerkt vanwege
hun schitterende kleuren. Pas veel later, toen het behoud
van de natuur steeds belangrijker werd, ontstond het besef
dat men voor dit doel ook gebruik kon maken van uitgevallen
vogelveren.
De Parijse juwelier
Boucheron ontwierp in de jaren vijftig van de vorige eeuw
een broche, waarin naar believen verschillende gekleurde-
of ingekleurde veren, zelfs van een kip, konden worden
gemonteerd. In dezelfde tijd maakten de firma's Tiffany
& Co in New York en Cartier in Parijs broches in de
vorm van paradijsvogels. De hertogin van Windsor droeg
zo'n broche van Cartier.
Streeksieraden
Met
een 'diamanten veer' wordt een sieraad bedoeld dat ooit
bij de klederdracht in Friesland en Noord Holland werd
gedragen; de benaming verwijst naar de veer van een vogel.
In een bepaald deel van West Friesland werden in de negentiende
eeuw de diamanten kapspelden van de hoofdtooi soms zelfs
uitgevoerd in de vorm van pauwenveren, omdat de rijke
en trotse boeren daar ook wel met pauwen werden vergeleken.
 |
 |
 |
| |
Broche, platina, robijn
en diamanten, Cartier ca. 1955, coll. Cartier Genève |
 |
Dit is een interessante ontwikkeling in de geschiedenis
van het Nederlandse juweel. Eén van de intrigerende juwelen,
voor mij persoonlijk, heeft eveneens de vorm van een pauw.
Het is een negentiende eeuwse broche van verguld onedel
metaal, bezet met wit en gekleurd glas. De staart van
de vogel bestaat uit twee cirkels, die dankzij een opwindmechanisme
minutenlang tegen elkaar in blijven draaien. Door deze
beweging, het zachte, maar toch duidelijk hoorbare geluid
van dit mechanisme en de schittering van de stenen, trok
deze pauw alle aandacht naar degene die hem droeg. En
uiteindelijk is dat de bedoeling van een juweel.
Klaas Martijn Akkerman
Literatuur:
-L.J. van der Klooster, 'De juwelen en kleding van Maria
van Voorst van Doorwerth', in: Nederlands Kunsthistorisch
Jaarboek, 1980 |
 |