 |
De natuur
als onuitputtelijke inspiratiebron
Concurrentiestrijd in lusterglas
 |
 |
 |
| |
Tiffany Studios New York,
vaas in de vorm van een bloem, ca. 1900-1905, h.
28,6 cm, Louis. C. Tffany Museum, Nagoya, Japan |
 |
Audrey
Hepburn beschreef bij het 150-jarig bestaan van Tiffany
& Co in 1987 precies wat deze beroemde New Yorkse firma
voor haar vertegenwoordigde: schoonheid en stijl, kwaliteit
en trouw. De filmster stak poëtisch de loftrompet over
Tiffany, dat '… brightened our faces with your jewelry,
illuminated our homes with your lamps, brought a glow
to our tables with your silver …'.
Een eeuw eerder waren Amerikaanse weelde en verfijning
zo ongeveer synoniem met Tiffany. Deze luxezaak was toen
niet weg te denken uit de leefwereld van Amerika's hoogste
klasse. Het bedrijf had zijn succes vooral te danken aan
één man, Louis Comfort Tiffany (1848-1933), de even zakelijk
aangelegde als artistiek en veelzijdig begenadigde zoon
van de oprichter. Hij ontpopte zich als schilder en juwelier,
richtte huizen in van de rijken en beroemden, ontwierp
glas-in-loodramen en andere lichtornamenten. Wereldberoemd
werden zijn schemerlampen met bronzen voet en een kap
van mozaïekglas in kleurige bloempatronen. De originele
exemplaren kosten tegenwoordig een vermogen.
Tiffany
Tiffany's grootste verdienste in de glaskunst ligt op
het gebied van lusterglas, dat hij onder de naam Favrileglas
op de markt bracht. Zijninspiratiebronnen voor dit glas
met zijn metaalachtige glans en fascinerende regenboogkleuren
waren ongetwijfeld het archeologische Romeinse glas (oorspronkelijk
helder glas, bedekt met een flinterdun laagje irisatie,
het gevolg van de inwerking van de grond waaruit het is
opgegraven) en het oude glas en de lusterceramiek uit
het Nabije Oosten. Bovendien kon Tiffany voortborduren
op de eerste voorbeelden van geïriseerd glas die de Hongaarse
glasfabriek Zahn van Zlatno in 1873 op de wereldtentoonstelling
in Wenen had laten zien. Andere glasfabrieken in Europa
waren daarna ook met de productie van dit soort glas begonnen,
onder meer Lobmeyer in Wenen, Lötz in Klostermühle (Bohemen)
en Thomas Webb & Sons in Engeland. Het lustereffect werd
bereikt door het glas bloot te stellen aan metaaloxidedampen
en zuren of het te behandelen met een laag van geïriseerd
glazuur voordat het de oven in ging.
 |
 |
  |
| Louis C. Tiffany jack-in-the-pulpitvaas,
ca. 1900, h.40,3 cm |
|
 |
Tiffany ontwikkelde een nieuwe
techniek, waarbij op opaak glas tipjes of draden van
gekleurd glas werden gelegd, die vervolgens met een kam
of een haak werden uitgetrokken tot kam- of nerfpatronen.
In 1881 vroeg Tiffany patent op deze techniek aan. Zijn
experimenten leidden tot steeds nieuwe kleur- en glanseffecten.
Met stukjes goud- en zilverfolie in het glas ontstonden
motieven als pauwenveerogen, aronskelken en bladeren van
de waterlelie.
Tiffany maakte de sierlijkste en sensueelste ontwerpen,
waarmee hij een rijke clientèle aansprak. Voor de vormen
keek hij net als zijn tijdgenoten vooral naar de natuur.
Zo kwamen de langhalzige rozenwatersprenkelaars en een
hele reeks vazen in de vorm van bloemen tot stand. Een
van de meest spectaculaire stukken is de bijna 45 cm grote
'Jack-in-the-pulpit' (een in Noord-Amerika voorkomende
aronskelk), die helemaal opengebloeid hoog op de steel
staat en zo fragiel lijkt dat je hem nauwelijks durft
aan te raken.
Lötz
Omdat Tiffany uitsluitend klanten bediende die voor zijn
creaties veel wilden betalen, opereerde hij in het hoogste
prijssegment. Daar nu rook Lötz zijn kans. Op de wereldtentoonstelling
in Parijs in 1900 kwam deze firma concurrerend voor de
dag met een collectie glas in ongeziene vormen en de zwierigste
dessins in het iriserende, alle kleuren van de regenboog
weerkaatsende oppervlak, het gebied waarin Tiffany een
bijna onaantastbare naam had opgebouwd. Lötz mikte met
lagere prijzen op een breed burgerpubliek en boekte daarmee
een ongekend succes. Voortaan werd Lötz in één adem genoemd
met Tiffany, en met Gallé en Daum, de belangrijkste glasmakers
uit Nancy in die periode. Eigenlijk hoort in dit rijtje
ook de naam van Max von Spaun (1856-1909) thuis, want
hij nam in 1879 van de weduwe Lötz de fabriek in Klostermühle
over en ging de uitdaging aan Tiffany te evenaren.
 |
 |
 |
| |
Johann Lötz Witwe,
Vase, 1902, Kunstmuseum Dusseldorf/ Glasmuseum |
 |
Aanvankelijk maakte Lötz
Tiffany's ontwerpen na, maar al spoedig voelde Von Spaun
zich capabel genoeg om even fraaie en artistiek hoogwaardige
vazen te maken. De imitaties maakten plaats voor een eigen,
robuustere esthetiek. Lötz' vazen zijn wat meer gedrongen
en evenwichtiger van vorm, hebben grote uitstulpingen
aan de mond en vertonen deuken en draaiingen. Je herkent
Lötz' werk gemakkelijk aan de decoraties van gekamde strepen
en golven, de grillige lijnen en druipeffecten. En aan
de unieke opgelegde dunne draden, een decor dat Phänomen
werd genoemd. Typisch Lötz zijn ook de weelderige decors
van druppels, tranen of vlekkenpatronen met de titel Schmetterling
(vlinder). Hiervan kwamen verschillende series uit, vlindervleugels
met veel geel en een zilveren weerschijn, kobaltblauw
met zilverkleurig blauw of hoofdzakelijk in robijnrood.
Rond 1900 had Lötz zo'n tweehonderd man in dienst,
blazers, schilders, slijpers en graveurs. De ontwerpers
zijn meest anoniem, maar ommigen kennen we wel: Koloman
Moser, Jutta Sika en Franz Hofstätter. Een brede voet,
meervoudige insnoeringen in het profiel en de bijzondere
stilering van florale motieven maken de charme van Hofstätters
ontwerpen uit. Zijn soms tot bijna 50 cm hoge vazen vereisen
een grote technische beheersing.
Adrie van Griensven
Literatuur: - V. Arwas,
Glass. Art Nouveau to Art Deco, Londen 1977 - J. Loring,
Tiffany's, 150 years, z.pl. 1987 |
 |