|
|
 |
 |
 |
 |
Het moderne zilver rond 1900
vond de Nederlander maar niets!
Vernieuwende Nederlandse zilversmeden
:De zilverfabrikant J.M. van Kempen
vroeg zich in 1851 af of zijn tijd een eigen stijl bezat
en of de negentiende eeuw een nieuwe stijl zou kunnen
voortbrengen. Net als het merendeel van zijn tijdgenoten
meende hij dat dit onmogelijk was.
| |
 |
 |
 |
 |
 |
| |
|
Frans Zwollo,
bloemvazen, 1898, h. 16,3 cm, coll. Museum Boijmans
Van Beuningen |
 |
Hij zocht naar een oplossing
voor het gemis aan een eigentijdse vormentaal, maar met
weinig succes. Nog veertig jaar lang zou het historisme
- door een Duitse zilverfabrikant ooit ‘de grootste stijlherhalingscursus
van de kunstindustrie' genoemd - hoogtij vieren. Een reactie
op de stijlimitaties en de slechte kwaliteit van machinaal
vervaardigde gebruiksvoorwerpen kon niet uitblijven.
Zweepslaglijnen
Omstreeks 1895 werden in Nederland
de eerste zilveren voorwerpen gemaakt in een nieuwe stijl
die aansloot op de internationale Art Nouveau met zijn
kenmerkende zweepslaglijnen en asymmetrische florale ornamentiek.
Aanvankelijk werden vertrouwde klassieke vormen versierd
met naturalistische, min of meer gestileerde motieven
zoals orchideeën, narcissen, lelietjes van dalen en irissen,
bloemen met langgerekte bladeren waarmee men de gewenste
modieuze lijnen kon verkrijgen. Zo heeft de vaas die Frans
Zwollo sr.(1872-1945) in 1898 maakte zijn moderne uiterlijk
alleen te danken aan de gedreven florale decoratie. De
vaas is geheel handwerk. Zwollo was op dat moment een
van de weinigen in ons land die alle ambachtelijke aspecten
beheerste. Niet voor niets werd hij in 1896 aan de Haarlemse
School voor Kunstnijverheid benoemd tot leraar in ‘artistieke
metaalbewerking'. Toen echter decoraties de vormen gingen
overheersen werd deze stijl voor Nederland eigenlijk te
extravagant. De decoratieve florale stijl bereikte haar
hoogtepunt in 1902 en ontaardde daarna in een wildgroei
van inferieure imitaties.
 |
 |
  |
| Jan Eisenloeffel, jardinière,
1904, l. 33,5 cm, Amsterdam, coll. Amsterdams Historisch
Museum |
|
 |
Klinknagels
Naast deze decoratieve richting
kende de Nieuwe Kunst in Nederland een tweede stroming
waarin sobere vormen met onopvallende geometrische versieringen
belangrijker waren dan uitbundige ornamenten. Op het gebied
van metaalbewerking was Jan Eisenloeffel (1876-1957) de
voornaamste voorvechter van deze constructieve richting.
Hij ontwierp zilveren en andere metalen voorwerpen die
waren aangepast aan de eisen voor serieproductie: de losse
onderdelen konden met behulp van machines worden gemaakt
en eenvoudig worden gemonteerd. Hij ging hierin zo ver
dat hij de onderdelen waaruit een gebruiksvoorwerp werd
samengesteld door middel van sierklinknagels benadrukte.
Op de wereldtentoonstelling
van 1900 in Parijs
waren in het Nederlandse paviljoen beide richtingen vertegenwoordigd.
De Koninklijke Utrechtse Fabriek van Zilverwerk van C.J.
Begeer toonde een zeer uitgebreid koffie- en theeservies
versierd met gestileerde distelmotieven naar ontwerp van
prof. A.F. Gips. Dit servies bevindt zich nu in de collectie
van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. De firma
Hoeker & Zoon uit Amsterdam presenteerde een aantal voorwerpen
naar ontwerp van Jan Eisenloeffel. Dit zilver met ongebruikelijke
geometrische geëmailleerde of ajour-gezaagde ornamenten
was vervaardigd in de werkplaats Amstelhoek, een atelier
voor moderne edelsmeedkunst dat Willem Hoeker in 1899
had opgericht en waar Eisenloeffel toen werkzaam was.
De vierkante, cirkel- en ruitvormige ornamenten die hij
veel toepaste, ontleende hij aan oude Japanse familiewapens.
 |
 |
 |
| |
Pagina uit catalogus van
J.M. van Kempen & ZN, Voorschoten, 1902 |
 |
Van onbemind tot zeer gezocht
Anders dan voor glas en keramiek
was de belangstelling voor modern zilver niet erg groot.
Daarom speelde de productie hiervan in de Nederlandse
zilverfabrieken slechts een ondergeschikte rol. De meeste
klanten gaven de voorkeur aan klassieke modellen die niet
snel verveelden. Het familiezilver moest immers van generatie
op generatie worden gebruikt zonder 'gedateerd' te zijn.
In de catalogus van J.M. van Kempen & Zonen te Voorschoten
uit 1902 staan tussen 21 klassieke modellen van theeserviezen
dan ook slechts drie in Art Nouveau stijl. (afb 00) Twee
jaar later werden opnieuw enkele moderne serviezen ontworpen.
De decoratieve naturalistische motieven maakten plaats
voor eigenzinnige mathematische vormen, die werden geaccentueerd
door geometrische ornamenten zoals cirkels, vierkanten
en ruiten. Maar het verhoopte succes bleef uit. Alleen
voor schepwerk dat niet bij een complete cassette hoorde,
zoals theelepels, taart- en asteischeppen, was wel veel
interesse. (afb.00) Zo komen in een catalogus uit 1917
te midden van 120 verschillende modellen theelepels maar
liefst 32 moderne ontwerpen voor. Destijds dus weinig
gewaardeerd en geproduceerd is het Nieuwe Kunst edelsmeedwerk
nu zeer geliefd bij verzamelaars.
| |
 |
 |
 |
 |
 |
| |
|
Enkele voorbeelden
van schepwerk, bij J.M. van Kempen & Zn ontworpen
tussen 1904 en 1906 |
 |
Annelies Krekel-Aalberse
Zilverdeskundige
Literatuur:
- Frans Zwollo sr. (1872-1945) en zijn tijd, Rotterdam
(Museum Boijmans Van Beuningen)/Arnhem (Gemeentemuseum)/Hagen
(Karl Ernst Osthaus Museum) 1982 - A. Krekel-Aalberse,
Modern zilver 1880-1940, Amsterdam 1989 - A. Krekel-Aalberse,
E. Raassen-Kruimel e.a., Jan Eisenloeffel 1876-1957, Laren
(Singer Museum)/Gent (Museum voor Sierkunst en Vormgeving)/Assen
(Drents Museum)/München (Die Neuwe sammlung), Zwolle 1996
|
 |
 |
 |
 |
|