|
|
 |
 |
 |
 |
Wolfers gaf sieraden een naam
Tot Kunst verheven juwelen van Philippe
Wolfers
 |
 |
  |
| Philippe Wolfers (1858-1925) |
|
 |
'Brussel was toen nog een bruisende
stad', zong Jacques Brel ooit. Aan het eind van de negentiende
eeuw was de Belgische hoofdstad het middelpunt van de
avant-garde en in deze voor kunstenaars inspirerende omgeving
leefde en werkte de veelzijdige goudsmid Philippe Wolfers.
Politieke, sociale en economische
omstandigheden maakten Brussel
rond 1900 tot een centrum van kunst en cultuur. In zekere
zin speelde Brussel zelfs een belangrijkere rol in de
Art Nouveau dan Parijs. Architecten als Paul Hankar, Victor
Horta en Henry van de Velde ontwierpen en bouwden huizen,
terwijl talloze kunsthandelaren hun producten verkochten
aan een select, maar zeer geïnteresseerd en progressief
publiek. Schilders, beeldhouwers, musici en andere kunstenaars
maakten succesvolle carrières in de Belgische hoofdstad.
In 1881 publiceerden de Brusselse advocaten en kunstkenners
Octave Maus en Edmond Picard het eerste exemplaar van
L'Art Moderne, een tijdschrift over de ontwikkeling van
de moderne kunst. En in 1884 begon Maus concerten te organiseren
in combinatie met tentoonstellingen. Van Gogh, Gauguin,
Seurat en Pissarro exposeerden er hun werk, terwijl componisten
als César Franck, Debussy en de Rus Scriabine, hun muziek
- soms voor het eerst – hier ten gehore brachten. In november
1895 opende de Duitse kunsthandelaar Samuel Bing in Parijs
de galerie 'L'Art Nouveau', de naamgever van de nieuwe
beweging. Maar al in 1893 had Edmond Picard in Brussel
een vergelijkbaar initiatief genomen onder de naam 'Maison
d'Art'! Hij combineerde het met een theater waar kunstenaars
symposia konden houden om hun werk te bespreken.
In dit voor de kunst en kunstnijverheid
ideale klimaat
leefde en werkte de goudsmid Philippe Wolfers (1858-1929).
Wolfers werd geboren in een welgestelde familie van zilversmeden
en hofjuweliers van Nederlands / Duitse afkomst. Na zijn
studie aan de Académie Royale des Beaux Arts ging hij
in 1876 in de leer bij zijn vader Louis Wolfers (1820-1892),
die was gespecialiseerd in zilver in verschillende neostijlen
en daarom in Brussel bekend stond als 'Louis XV Wolfers'.
De firma, die toen nog geen eigen winkels had, leverde
haar producten aan alle grote juweliers in Europa, waaronder
Cartier in Parijs, Goldschmidt in Keulen en Bonebakker
in Amsterdam. De jonge Philippe bezocht deze klanten een
paar keer per jaar.
Zelf interesseerde Philippe zich
al vroeg voor oosterse kunst, de
renaissance en vooral de natuur en in zijn vrije tijd
experimenteerde hij met nieuwe materialen en technieken.
Zo was hij rond 1890 een van de eerste Europese kunstenaars
die met ivoor ging werken, dat hem ter beschikking werd
gesteld door koning Leopold en dat afkomstig was uit Belgisch
Congo. Vrijwel gelijktijdig nam hij in Parijs les bij
de emailleur Louis Houillon in de moeilijke techniek van
het vensteremail. In 1885 trouwde Philippe met Sophie
Willstädter, een dochter van een klant uit Mannheim, die
hij op een van zijn reizen had leren kennen. Sophie was
zeer gefortuneerd en bracht een grote bruidsschat mee,
die gedeeltelijk in het bedrijf werd gestoken.
Inmiddels was voor Philippe
Wolfers de natuur een
van de belangrijkste inspiratiebronnen geworden. Zijn
tekeningen van bloemen zijn juwelen op zich. Voorbeelden
haalde hij uit zijn eigen tuinen, eerst bij zijn huis
op de Brusselse Sqaire Marie-Louise en na 1899 vooral
bij zijn door Hankar gebouwde huis in Ter Hulpen.
 |
 |
 |
 |
  |
Gipsmodel
|
|
Femme-paon of Métamorphose,
ca. 1900
|
|
  |
Na de dood van zijn vader
in 1892 werd Philippe Wolfers artistiek directeur van
de firma 'Wolfers Frères', die hij samen met twee broers
leidde. Zijn werkzaamheden werden nu tweeledig. Enerzijds
bleef hij ontwerpen leveren voor het bedrijf, dat omstreeks
1905 ruim tweehonderd werknemers in dienst had. Daarnaast
was Wolfers door de inkomsten van dit bedrijf in staat
om op een ontspannen manier zijn eigen idealen te verwezenlijken.
Dit resulteerde in ongeveer tweehonderd ontwerpen, waarvan
het grootste deel slechts eenmalig werd uitgevoerd. Tussen
1894 en 1905 noteerde Wolfers deze unieke ontwerpen in
een schrift, de Catalogue des Exemplaires Uniques, een
nu zeer waardevol document, hoewel hij het toen slechts
voor eigen gebruik samenstelde. De Catalogue omvat voornamelijk
juwelen, maar ook enkele zilveren voorwerpen, kristallen
vazen, een waaier, een lorgnet, een fotoalbum met standaard
en zelfs een tafellamp in de vorm van een vrouwenfiguur
met een pauw, genaamd Junon. Officieel bevat de Catalogue
151 ontwerpen, waaraan veel later door Philippe's zoon
Marcel (1886-1976) nog enkele ontwerpen werden toegevoegd.
 |
 |
 |
| |
Boucle plume-de-paon, 1898 |
 |
De tafellamp was niet het enige
voorwerp dat een naam
kreeg. Wolfers gaf vrijwel al zijn ontwerpen een titel.
Dit was omstreeks 1900 voor kunstvoorwerpen weliswaar
niet ongebruikelijk, maar bij goudsmeden kwam het veel
minder voor. Zo noemde Wolfers zijn zwaanhanger uit 1901
Le Chant du Cygne. De zwaan met zijn
geknakte hals is stervende en symboliseert daarmee de
beroemde zwanenzang. Van deze hanger zijn tot nu toe vijftien
exemplaren bekend en daarom werd hij ook niet opgenomen
in de Catalogue des Exemplaires Uniques. Om dezelfde reden
zijn ze alle ongesigneerd. De unica van Wolfers zijn altijd
aan de achterzijde voorzien van het monogram P W en een
schildje met 'Ex:unique'. Dit in tegenstelling tot het
oeuvre van de firma Wolfers Frères, waarvoor een driehoekig
meesterteken met drie vijfpuntige sterren werd gebruikt.
Dit meesterteken maakt op een bescheiden en enigszins
verborgen wijze de maçonnieke betrokkenheid van de firma
Wolfers Frères duidelijk. Philippe Wolfers, zijn vader,
een broer en later zijn zoon waren actieve leden van de
vrijmetselarij, die aan het eind van de negentiende eeuw
in België ook grote politieke invloed had en waarvan veel
vooraanstaande kunstenaars lid waren. Bij de ontwerpen
van Philippe Wolfers is deze betrokkenheid soms door een
bepaalde motiefkeuze reeds herkenbaar.
In zijn boek Sources of Art
Nouveau uit 1956
noemt Tschudi Madsen Wolfers 'de Belgische Lalique' en
inderdaad zijn er overeenkomsten tussen beide kunstenaars,
die elkaar bovendien gekend hebben. Zo was Wolfers in
het bezit van een haarkam met een pauwenmotief van Lalique.
Toch behoorde Wolfers niet tot de in Frankrijk bekende
'Ecole Lalique', of tot het nog bekendere 'Genre Lalique'.
Wolfers toonde een geheel eigen gezicht, werkte gestileerder
en zijn werk was over het algemeen draagbaarder.
Lalique werkte met een groot aantal medewerkers
en van zijn ruim 2200 ontwerpen is een belangrijk deel
meerdere keren uitgevoerd. Bovendien kreeg hij zijn grootste
bekendheid tijdens de Wereldtentoonstelling van 1900 in
Parijs. België deed hieraan niet mee en Wolfers had bij
het vervaardigen van zijn beperkte oeuvre slechts de hulp
van vijf specialisten. Toch is het opmerkelijk dat Philippe
Wolfers tijdens een feest in 1900 door vrienden werd toegezongen
met een lied, waarvan het tweede couplet luidde:
'Dir Philippe, dir waren die Musen hold,
Du bist ein Künstler in Silber, in Gold.
Du führtest die Firma von Siege zum Sieg'
Du bist heut' in Belgiën die zweite Lalique'.
Het vakmanschap van Wolfers
werd op dat moment dus al internationaal herkend. Zijn
ontwerpen onderscheiden zich van die van zijn meeste collega's
door een opvallende symmetrie, zoals te zien is in de
hanger Nike. Ook het gebruik van vierkant en rechthoekig
geslepen stenen is een kenmerk van Wolfers. De camee in
het centrum van dit juweel is gesneden in regenboogkwarts
of 'pierre d'iris' uit Brazilië en Wolfers was de enige
die dit materiaal in zijn juwelen verwerkte.
Wolfers maakte voor elk juweel
eerst een tekening. Tussen ontwerptekening en uitvoering
maakte hij dikwijls gebruik van een gipsmodel, waarin
hij stenen en parels plaatste en met waterverf de kleuren
van het email aangaf. Hoewel hij zijn zoon Marcel opdracht
gaf om deze gipsmodellen na zijn dood te vernietigen,
zijn er enkele bewaard gebleven, zoals van de hanger Femme-paon
of Métamorphose. Het juweel zelf werd enkele jaren geleden
getraceerd op een veiling in Londen. De vrouwenfiguur
is uitgevoerd in ivoor en Wolfers heeft zich bij het onderwerp
laten inspireren door de literatuur van zijn tijd, waarin
vrouwen dikwijls veranderden in bloemen of vogels. De
druppelvormige steen aan de onderzijde - waarschijnlijk
een smaragd - is verdwenen en de rechthoekige smaragd
is ooit vervangen door een goedkoper exemplaar. Dergelijke
stenen van hoge kwaliteit brachten immers veel geld op,
terwijl men met de rest van het juweel niet zo veel meer
kon dan het bewaren.
Wolfers exposeerde zijn werk
regelmatig in binnen-
en buitenland en hij had dan ook een internationale klantenkring,
waaronder de Franse gravin De Ganay die ook bij Lalique
kocht, de Engelse Lady Chadwick, de echtgenote van de
toenmalige Belgische minister-president Madou, madame
Fierens van de Parijse Opéra en de Belgische industriëlen
Solvay en Stoclet. Soms ruilde hij juwelen tegen schilderijen
van tijdgenoten, waarvan hij een verwoed verzamelaar was.
Toch is het opmerkelijk dat een aantal belangrijke stukken
onverkocht bleven. Volgens de gegevens in de Catalogue
werd een aantal van deze juwelen door hem zelf gedemonteerd,
waarschijnlijk om de stenen opnieuw te kunnen gebruiken.
Andere schonk hij aan zijn echtgenote Sophie. Zo bezat
zij bijvoorbeeld de gesp Cyclamen, maar ook een schitterende
gesp in de vorm van een pauwenveer en bezet met opalen
en robijnen is op deze manier in de familie bewaard gebleven.
En dat is eveneens het geval met een hanger in de vorm
van een tak fresia's, een van de lievelingsbloemen van
Wolfers, die samen met een tweede hanger en een gesp met
dit motief voorkomt op een tekening, waarop de fresia
zelf ook is afgebeeld .
Gelukkig zijn er de laatste jaren een aantal van
zijn ontwerpen aangekocht door internationale musea. Zo
kocht het Victoria & Albert Museum in Londen een haarsieraad
in de vorm van een orchidee. De ontwerptekening
van dit sieraad is gedateerd 23 december 1905. Aan de
ene zijde van het enigszins doorschijnende BFK-Rives papier
heeft Wolfers de bloem geaquarelleerd en op de andere
zijde het juweel, waarbij hij de robijntjes en briljanten
heeft aangegeven. Dit driedimensionale juweel behoort
tot de topontwerpen van Wolfers. In het vensteremail smolt
hij kleine stukjes goudfolie mee - de zogenaamde 'paillons'
- die bij het bewegen van het sieraad een letterlijk schitterend
effect vertonen.
Klaas Martijn Akkerman
|
 |
 |
 |
 |
|