Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers

divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

Inheemse batiks verdrongen de Japanse rolschilderingen.

Buiten in de Dijsselhofkamer

Dijseelhofkamer
   
Spiegelende grachten, hollende dienstmeiden en spelende kinderen. Het Amsterdamse stadsleven van rond 1895 is nog altijd voelbaar in de doeken van George Breitner, Isaac Israëls en Willem Witsen. Terwijl zij hun blik op het straatbeeld richtten, bond hun vriend, de kunstenaar Gerrit Willem Dijsselhof (1866-1924), de strijd aan met de donkere en zwaar gestoffeerde interieurs die achter de gesloten Amsterdamse gevels verscholen gingen.

Dijsselhof schiep een uniek vertrek, dat in 1931 door het Gemeentemuseum Den Haag werd verworven en door de toenmalige directeur H.E. van Gelder zelfs ‘de apotheose der jongere Nederlandsche kunstnijverheid' werd genoemd. Een stijlkamer als een verkwikkende boswandeling.

Ooit kleurde het diepste indigo de blauwe regen. Het groen van de acacia was van een frisheid die de pelikanen zichtbaar hongerig maakte. De goudfazant koesterde zich in zijn nog warme, cachou-bruine veren. Al even sierlijk bogen overvolle varens en de ruisende takken van de treurwilg zich naar de grond. Nu, ruim honderd jaar later, heeft die gestileerde natuur misschien niet meer de frisheid van een vroege zomerdag in mei. Het gebladerte is verbleekt, de verenpracht getaand. Maar niet de stilte, niet de rust die deze roerloze wereld uitstraalt. Zelfs nu nog imponeren het experiment en de vernieuwingsdrang van weleer.

'Kijk om je heen', had de jonge Dijsselhof tijdens zijn academietijd al geroepen, ‘en zie hoe alles zielloos is'. Toen hij in 1895 werd benaderd door de Amsterdamse huidarts Willem van Hoorn om diens salon aan de Nieuwezijds Voorburgwal in te richten, pakte de kunstenaar de opdracht dan ook met beide handen aan. Jarenlang zou hij werken aan dit vertrek, dat een stilzwijgend protest werd tegen de stijlloze eeuw waarin hij was opgegroeid. Een aanval tegen valse illusies en schone schijn. Een ode aan het ambacht, dat onder de rook van walmende fabrieksschoorstenen verloren dreigde te gaan. Een eerbetoon aan de noest werkende middeleeuwer, aan de serene kunst van de Japanner en aan de natuur als de enige, ware leermeester.

Dijsselhofkamer
   
Eerder al had Dijsselhof gezocht naar een alternatief voor de barokke behangsels en de zware damasten wandbespanningen van zijn tijd. Gefascineerd door Japanse rolschilderingen begon hij aanvankelijk grote decoratieve panelen te aquarelleren. Maar al gauw ontdekte hij de charme van inheemse batiks, die het Etnografisch Museum in Amsterdam indertijd tentoonstelde. Het bewerken van grote lappen katoen met vloeibare was en het zoeken naar eerlijke, natuurlijke verfstoffen zouden de nodige inspanningen van hem vergen. Dat de heldere pigmenten van indigo, cachou en meekrap met het verstrijken van de tijd hun intensiteit verloren, kon de pionier toen nog niet bevroeden.

Vijf centrale panelen batikte Dijsselhof voor Van Hoorn. Vrijwel vlakke arrangementen werden het, gecomponeerd met motieven uit flora en fauna. Deze taferelen met wadende flamingo's, hongerige pelikanen, grazende reeën en een rustende marabou omlijstte hij met randen waarin vogels, vissen en klimranken in een strenge orde zijn gevangen. De inspiratie voor zijn wereld vond de kunstenaar vooral in de dierentuin van Artis. Het langgerekte paneel waarin een pauw zijn veren ontvouwt, verraadt tegelijkertijd een diepe bewondering voor het werk van de Engelse kunstnijveraars Walter Crane en William Morris. Om de losse batiks tot één geheel te smeden, werden de vakken ingeklemd tussen houten panelen die met snijwerk zijn versierd. Ook de ahornhouten lambrisering en de deuren werden met de guts bewerkt. Een bijzonder effect bereikte Dijsselhof door delen van het hout eerst zwart te beitsen voordat de decoraties werden uitgestoken. Hiermee creëerde hij een levendig spel van licht en donker.

De natuur bleef niet louter voorbehouden aan de wanden van de kamer. In de meubels die Dijsselhof in de loop der jaren voor het vertrek ontwierp, duiken eveneens florale en dierlijke motieven op. Spartelende vissen en slapende uilen, kruisbloemen en dierenhoefjes. Nooit overdadig of weelderig, maar eerder bescheiden en subtiel verlevendigen ze de eerlijke constructie van stoelen en tafels. Hoe schatplichtig Dijsselhof was aan zijn vroegere leermeester, de architect P.J.H. Cuypers, bewijst de zitnis met bijbehorende baldakijnstoel. Massief, gesloten en gedecoreerd met flamboyant houtsnijwerk grijpt het wandmeubel terug naar de ambachtelijke vormen van de gotiek. ‘In handwerk', zo zou Dijsselhof zijn levenlang bepleiten, ‘schuilt de ziel van onzen medenmensch'.

Yvonne Brentjens

Kunsthistorica Yvonne Brentjens werkt momenteel aan een monografie over Gerrit Willem Dijsselhof, die zal verschijnen bij de overzichtstentoonstelling van Dijsselhofs werk in het Gemeentemuseum Den Haag in 2002.