 |
Van Gogh's Japonisme
'Kijk,
is dat niet bijna een ware religie die ons wordt geleerd
door de zo eenvoudige Japanners, die in de natuur leven
alsof ze zelf bloemen waren. En je kunt volgens mij
de Japanse kunst niet bestuderen zonder vrolijker en
gelukkiger te worden en die ons doet te- rugkeren naar
de natuur, ondanks onze opvoeding en ons werk in een
wereld vol conventies.' (brief van Vincent aan Theo,
september 1888)
Dit geïdealiseerde
beeld van Japan en de Japanners had Vincent van Gogh
(1853-1890) zich gevormd na het zien van vele Japanse
prenten en het lezen van verschillende publicaties over
Japan. Wanneer Van Gogh voor het eerst met Japanse kunst
in contact kwam, is niet precies bekend. Uit zijn brieven
weten we dat hij al tijdens zijn Hollandse jaren boeken
las waarin de Japanse prentkunst beschreven wordt. Een
actieve houding ten opzichte van deze kunstvorm nam
Van Gogh pas in de winter van 1885-86, toen hij in Antwerpen
verbleef en daar zijn eerste Japanse prenten kocht.
In die tijd was hij vooral gecharmeerd van het exotische
karakter van de voorstellingen en gebruikte hij ze ter
decoratie van zijn atelier. Het was in Parijs, waar
Vincent in de periode 1886-88 verbleef, dat hij een
serieuze belangstelling voor de Japanse prentkunst ontwikkelde.
Hij bracht daar, samen met zijn broer Theo, een omvangrijke
collectie Japanse prenten bijeen. Deze verzameling,
die ruim vierhonderd exemplaren omvat, bevindt zich
thans in het Van Gogh Museum.
 |
 |
 |
| |
De bloeiende pruimenboom,
coll. Van Gogh Museum |
 |
Vrije
kopieën
Van Gogh beperkte zich in zijn liefde voor de Japanse
kunst niet tot het verzamelen. Zo spoorde hij zijn kunstenaarsvrienden
Louis Anquetin (1861-1932) en Emile Bernard (1868-1941)
aan Japanse prenten te bestuderen, organiseerde hij
een tentoonstelling met prenten uit zijn eigen collectie,
gaf hij Japanse prenten weer in de achtergrond van enkele
van zijn eigen werken, en liet hij zich stilistisch
sterk beïnvloeden. Aanvankelijk kwam dit, zoals bij
veel kunstenaars in die periode, vooral tot uiting in
het gebruik van heldere kleuren, de keuze voor onverwachte
uitsneden en de beperkte toepassing van perspectief.
Een meer expliciete weerslag van zijn interesse in Japan
en de Japanse kunst komt tot uitdrukking in de drie
vrije kopieën die Van Gogh eind 1887 maakte naar Japanse
prenten.
 |
 |
  |
| De brug in de regen, coll.
Van Gogh Museum |
|
 |
Twee
zijn gebaseerd op prenten van Utagawa Hiroshige (1797-1858),
De bloeiende pruimenboom en De brug in de regen, de
derde is een interpretatie van De courtisane van Keisai
Eisen (1790-1848). Van Gogh kopieerde de voorstellingen
met behulp van overtrekpapier waar met potlood een raster
op getekend was. Dit raster stelde hem in staat de voorstelling
over te brengen en te vergroten op de drager van zijn
schilderij. In tegenstelling tot de twee prenten van
Hiroshige die hij zelf bezat, gebruikte hij voor De
courtisane niet de originele prent maar een reproductie
ervan die de omslag sierde van een aan Japan gewijde
uitgave van Paris Illustré (mei 1886).
Twee
van de drie overtreksels zijn bewaard gebleven en bevinden
zich, net als de drie schilderijen, in het Van Gogh
Museum. De methode van overbrenging doet vermoeden dat
de schilderijen nauwkeurige kopieën zijn van hun gedrukte
voorbeelden. Niets is minder waar. Zo veranderde of
intensiveerde Van Gogh de kleuren die in de prenten
voorkwamen met als gevolg dat ze sterker met elkaar
contrasteren.
Ook voegde hij aan de gekopieerde voorstelling decoratieve
randen toe. Bij De brug in de regen en De bloeiende
pruimenboom bevat deze omlijsting een reeks Japanse
karakters. Deze tekens heeft Van Gogh her en der van
andere prenten overgenomen en hebben niets met de voorstellingen
te maken. De rand om de figuur van de courtisane is
van geheel andere aard. Van Gogh voegde een compleet
landschap toe, bestaande uit een vijver met bamboe,
waterlelies, kikkers, kraanvogels en twee figuren in
een bootje. Ook hier haalde hij weer enkele elementen
uit andere prenten. Zo vinden we de dikke pad en de
kikker terug op een prent die zich in de oorspronkelijke
collectie van Vincent bevindt. Van Gogh kopieerde dus
in de drie Japonistische schilderijen niet strikt een
Japanse prent maar maakte er door wijzigingen in de
kleuren, door toevoegingen van elementen, en niet te
vergeten door zijn eigen, zeer herkenbare schilderstijl,
een eigen voorstelling van.
 |
|
 |
|
 |
 |
| Voorpagina Paris
Illustré, coll. Van Gogh Museum |
|
Overtek voor de Courtisane,
coll. Van Gogh Museum |
|
De courtisane, coll.VanGogh
Museum |
 |
Tentoonstelling
De courtisane en andere, door
Japanse kunst beïnvloede schilderijen van Van Gogh,
zijn opgenomen in de tentoonstelling Reflecties, Japan
en Japonisme waarmee het Van Gogh Museum het 400-jarige
contact tussen Japan en Nederland viert. In deze expositie,
die nog tot 17 september 2000 te zien is, wordt een
beeld gegeven van Japan zoals dat gezien werd door de
ogen van Van Gogh en zijn tijdgenoten. Dit gebeurt door
Japanse voorwerpen en prenten die in de tweede helft
van de negentiende eeuw in Europa verhandeld werden
(uit de collecties van het Rijksmuseum voor Volkenkunde
te Leiden en het Van Gogh Museum in Amsterdam) te tonen
naast fraaie op Japan geïnspireerde kunstvoorwerpen
van westerse kunstenaars.
Auteur: Marije Vellekoop
Conservator Tekeningen en Prenten van
het Van Gogh Museum in Amsterdam
Keuze uit de literatuur:
- Bogomila Welsh-Ovcharov, Van Gogh à Paris, tent.cat.
Musée d'Orsay, Parijs, 1988 - Charlotte van Rappard-Boon
e.a., Catalogue of the Van Gogh Museum's collection
of Japanese prints, Zwolle/Amsterdam 1991
|
 |