Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers
 

Zoek op trefwoord in Artikelen uit Cachet
Type een trefwoord in en klik op 'Zoek'.

add search to your site
 

divider
divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

 

Zoek op trefwoord in Zilverfeiten
Type een trefwoord in en klik op 'Zoek'.
 

Japonisme in zilver en juwelen

Voor de edelsmeden in Europa en Amerika ging er een wereld vol inspiratie open bij het zien van de Japanse decoraties. De door de Japanse kunstenaars gebruikte technieken, die van een hoogstaand niveau waren, werden alom geïmiteerd.

Waterkan Wolfers
  Waterkan Philippe Wolfers, ca. 1885, part. collectie

Philippe Wolfers (1858-1929), de Brusselse kunstenaar die in 1956 door Tschudi Madsen in zijn boek Sources of Art Nouveau de Belgische Lalique werd genoemd, kwam op zeventienjarige leeftijd in het bedrijf van zijn vader Louis (1820-1892). De firma Wolfers leverde voornamelijk zilveren voorwerpen in diverse neostijlen aan de grote Europese juweliers van die tijd.

De belangrijkste taak van de jonge Philippe was aanvankelijk het werven van opdrachten. Tijdens de vaak lange treinreizen door Europa tekende hij zijn eerste eigen ontwerpen, het resultaat van een onderzoekende geest en een drang naar vernieuwing als reactie op de conventies en tradities van de negentiende eeuw.Hij liet zijn ontwerpen blijkbaar ook aan klanten zien en terwijl Lalique toen nog met zijn opleiding moest beginnen werd het talent van Wolfers reeds voorspeld.

Tijdens een diner op 1 januari 1900 ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de firma Wolfers memoreerde de Keulse juwelier Joseph Goldschmidt, die als klant, collega, oud-leerling en vriend aanzat, in zijn toespraak: 'Heute sind 25 Jahren verflossen, als Herr Philippe Wolfers, als vertreter der Firma Louis Wolfers, seinen ersten geschaftlichen Besuch in unserm Hause machte, und ist es mir noch sehr gut in der Erinnerung, wie er mit einem kleinen Kastchen, etwa 6 verschiedene Muster von Eislöffeln enthaltend, seine ersten Offerten machte. Meine verstorbene Mutter, die damals in dem Coblenzer Geschafte tatig war, erkannte sofort in dem Jüngling den werdenden Künstler, und ausserte sich: "Aus dem werd noch einmal ein tüchtiger Künstler werden!"' De oude mevrouw Goldschmidt kwam tot deze uitspraak omdat de modellen van de ijslepels waren uitgevoerd in een volstrekt nieuwe, Japanse stijl.

Schets theepot Wolfers
Ontwerpschets theepot 'Bambou', Philippe Wolfers  

Bamboe op een theepot
Sinds het - opnieuw - aanknopen van handelsbetrekkingen tussen Japan en het Westen in 1854 kwamen grote hoeveelheden Japanse kunst- en gebruiksvoorwerpen naar Europa en Amerika, waar ze enorme indruk maakten. Op de Wereldtentoonstelling van 1873 in Wenen waren voor het eerst veel Japanse voorwerpen te zien. Philippe Wolfers en zijn vader bezochten deze tentoonstelling en het was hier dat Philippe gefascineerd raakte door de vormgeving, decoratie en versieringstechnieken van de Japanners. Dit leidde tot een Japanse lijn in zijn oeuvre, die tot in de jaren negentig van de negentiende eeuw merkbaar zou blijven.

Theepot Wolfers
  Theepot 'Bambou', Philippe Wolfers, coll. Museum voor Sierkunst, Gent


Nog in 1899 liet hij bij zijn door Paul Hankar gebouwde huis in Terhulpen een indrukwekkende Japanse tuin aanleggen. Bovendien was hij geabonneerd op het bekende tijdschrift l'Art Japonais, dat de Japanse kunst en kunstnijverheid een brede bekendheid gaf. Het Japonisme bij Wolfers is vooral zichtbaar in een bewaard gebleven theeservies en een waterkan met bamboemotief. Zowel de vorm van de theepot als die van de waterkan is direct overgenomen van een origineel Japans voorbeeld. Hierin is Wolfers te vergelijken met de Nederlander Jan Eisenloeffel (1876-1957), bij wie het Japonisme nog omstreeks 1900 merkbaar was.

Een aantal van zijn theepotten zijn vrijwel exacte kopieën van een Japanse sakéketel, inclusief het verzonken deksel, de tuit die precies tot de rand van de pot komt en het hengsel van gevlochten riet. Ook van hem is bekend dat hij Japanse tijdschriften las en Japanse blokboekjes bezat, waarin de door de Japanners gebruikte ornamenten waren afgebeeld.

Edel en onedel gaan samen

Melkkan Christofle
Melkkan Christofle, 1889, coll. Museé des Arts Décoratifs, Parijs  

De Parijse zilversmid Christofle, die ook de tentoonstelling in Wenen bezocht en van wie u hier een melkkan ziet afgebeeld, liet zich niet alleen inspireren door de Japanse bloemdecoraties maar ook door de technieken van de Japanners, die van een opmerkelijke kwaliteit waren.

De Japanse kunstenaars gebruikten bijvoorbeeld ijzer en koper dat werd ingelegd met goud en zilver. Ook de Amerikaanse juweliers Tiffany en Gorham hebben een Japanse lijn gevoerd. Zij behoorden tot de weinige firma's die edele en onedele metalen combineerden, de waarborgwet liet dat in andere landen vaak niet toe. Van zowel Gorham als Tiffany is bekend dat zij vanaf 1877 Japanse zwaardsmeden, die zonder werk in eigen land zaten, in dienst hadden. De 'Japangekte' ging de hele wereld rond. In Engeland had Liberty in Regent Street zijn East India House, waar onder meer Japans zilver werd verkocht door Engelse verkoopsters in kimono's.De firma had ook Japanse jongens in dienst. De belangrijke Engelse ontwerper Christopher Dresser (1834-1904) bezocht Japan in 1876-77 gedurende drie maanden en schreef onder andere Japan, its Architecture, Art and Art Manufactures. Hij ontwierp voor de Engelse zilverfirma's F. Elkington & Co in Birmingham, J.W. Hutkin & J.T. Heath in Londen, James Dixon & Sons in Sheffield, maar ook buiten Engeland was er vraag naar zijn ontwerpen.

Theebus, Begeer
  Theebus, Cornelis Begeer, 1895. Part. collectie

De Nederlandse zilversmeden lieten zich nauwelijks aansteken door deze rage. Door de overvloed van oosterse gebruiksvoorwerpen in ons land, verscheept door de VOC-schepen, waren ze er misschien al mee vertrouwd? Cornelis Begeer (1883-1948) maakte tijdens een studiereis in 1893 door Amerika waar hij Gorham en Tiffany's bezocht, voor het eerst kennis met de Japoniserende stijl.

Na zijn terugkeer maakte hij in 1895 de afgebeelde theebus. Opvallend is de asymmetrie van de bloemafbeelding. De firma J.M. van Kempen & Zn te Voorschoten vervaardigde een kleine serie tafelzilver, waaronder het afgebeelde waaiervormige etui met ijs-lepels en ijsschep uit 1867. Mogelijk heeft de Japansche Winkel van Dirk Boer in Den Haag invloed op het ontstaan van deze serie gehad. De zilveren ijsset heeft een Japans geïnspireerde decoratie met vogels op takken met vergulde bloemen, en ook de heften doen Japans aan. De Japanse kunst kreeg in de tweede helft van de negentiende eeuw steeds meer bewonderaars.

Etui met ijsset
Waaiervormig etui met ijsset. 1887, coll. Van Kempen en Begeer, Zoetermeer  

De invloed op de westerse kunst ging bijzonder ver en kwam tot uiting in een terugkeer naar de gewelfde vorm, respect voor de vorm in het algemeen en de symbolische betekenis van het ornament, gecombineerd met zeer verfijnde versieringstechnieken, zoals het email-cloisonné, bepaald ciseleerwerk en het naast elkaar gebruiken van verschil-lende metalen. Het Japonisme kan dan ook worden beschouwd als een bevrijding van de negentiende-eeuwse conventies en tradities en dus als een radicale breuk met het verleden. De Japanse kunst zou één van de belangrijkste bronnen worden van de latere art nouveau.

Slechts haarkammen en -naalden
In juwelen was het Japonisme in eerste instantie minder duidelijk merkbaar en dat heeft alles te maken met het feit dat Japan van oudsher totaal geen juwelen en dus ook geen juweliers en goudsmeden kende. De Japanse vrouw droeg traditioneel slechts haarkammen en haarnaalden van hout, ivoor, hoorn of schildpad met een versiering van email, lak en parelmoer.

Haarkammen
  Haarkammen, diverse materialen, Japan 19de eeuw

Maar die kammen waren wel zo belangrijk dat zelfs de beroemde kunstenaar Katsushika Hokusai (1760-1849) twee boeken met ontwerpen ervoor uitgaf. Wat Japan wel kende waren de smeden die de wapenuitrustingen voor de samoeraikrijgers vervaardigden. De versieringen hiervoor bestonden uit een combinatie van zilver en koper (shibuichi) of goud en koper (shakudo), die in beide gevallen nog door middel van zuren werden voorzien van verschillende kleuren. Maar toen in 1877 de shogun dit elitecorps afschafte en de regering het dragen van zwaarden verbood, waren de bewuste smeden brodeloos. Om toch in hun onderhoud te kunnen voorzien, begonnen zij kleine plaatjes te vervaardigen in deze traditionele technieken, die werden geëxporteerd naar het Westen, waar ze in Amerika en Europa in sieraden werden verwerkt. Het hier afgebeelde Engelse medaillon van omstreeks 1885 is daarvan een voorbeeld.

Tsuba shakudo. Japan 19de eeuw, part.collectie  

De samoeraikrijgers zelf waren dikwijls om financiële redenen genoodzaakt hun wapenuitrusting te verkopen en de klings of tsuba's van hun zwaarden zijn tegenwoordig geliefde verzamelobjecten. Inmiddels werd de wisselwerking tussen Japan en het Westen steeds groter. In Japan ontstonden de eerste juweliers die 'Japanse' juwelen vervaardigden voor de westerse markt en tijdens de Wereldtentoonstelling van 1884 in Chicago waren er zelfs al twintig Japanse juweliers vertegenwoordigd met dergelijke sieraden. Ook op andere gebieden werd de invloed naar beide kanten merkbaar. In Europa droeg men kimono-achtige jurken en schilderde Breitner zijn Meisje in rode kimono, terwijl uit Japan prenten bekend zijn van vrouwen in westerse crinolines.

Email-cloisonné

De mooiste voorbeelden van Japonisme in Europese juwelen zijn de ontwerpen van de Parijse goudsmid Lucien Falize (1838-1897), die zich vrijwel zijn gehele leven toelegde op de techniek van het email-cloisonné. Bij deze emailsoort wordt een draadmotief aangebracht op een metalen ondergrond en hierin wordt het email aangebracht.

Zijn vader Alexis (1811-1898) was oorspronkelijk met de techniek gestart, maar richtte zich in de eerste plaats op technische perfectie, terwijl Lucien zich concentreerde op het ontwerp en een nieuwe frisse kijk had op de natuur als inspiratiebron. Zijn eerste kennismaking met Japanse kunst was tijdens de Wereldtentoonstelling van 1862 in Londen. Een geplande reis naar Japan werd echter door zijn ouders verboden. Deze reis had Lucien willen maken om kunst en voorwerpen te bestuderen, maar ook om een Japanse emailleur te vinden, die hem zou kunnen helpen bij de uitvoering van het email-cloisonné. Uiteindelijk vond hij in Parijs de emailleur Antoine Tard met wie hij de rest van zijn leven zou samenwerken en die grotendeels verantwoordelijk werd voor de uitvoering van zijn emails. De juwelen van Lucien Falize doen soms denken aan kleine Japanse prentjes, waarvan de grote voorbeelden sinds ongeveer 1860 via Parijs over Europa werden verspreid. Meestal zijn de sieraden aan beide zijden voorzien van een geëmailleerde voorstelling van bloemen of vogels en tegenwoordig zijn de ontwerpen van Falize relatief zeldzaam en dus vrij kostbaar.

Hanger Falize
  Hanger, goud en email, Alexis Falize. Parijs ca. 1880, coll. Vredevoogd Amsterdam

Een hanger zoals op de afbeelding, met een diameter van slechts drie centimeter, haalt op een grote internationale veiling op dit moment al gauw een prijs van zo'n twintigduizend gulden.

Cartier en het japonisme

Het Japonisme wordt over het algemeen beschouwd als een negentiende-eeuwse stroming in de kunstgeschiedenis en als een van de aanleidingen tot het ontstaan van de art nouveau. Toch is er ook nog in de eerste decennia van de twintigste eeuw een grote oriëntaalse invloed merkbaar geweest, voornamelijk veroorzaakt door een groot aantal oosterse tentoonstellingen in Europa.

Met name het juweliershuis Cartier in Parijs heeft in die tijd ontwerpen geleverd die tot het Japonisme kunnen worden gerekend. Zo werd in 1907 een broche ontworpen in de vorm van een typisch Japanse strik. Het juweel werd meerdere keren uitgevoerd in platina en goud en bezet met diamantjes en robijntjes. De strikvorm is in feite afgeleid van een Japanse papieren knoop, die volgens de traditie niet erg gemakkelijk kan worden geopend, waardoor hij van oudsher symbool was van liefde en huwelijk. Wellicht werden deze juwelen dan ook door Cartier verkocht als huwelijksgeschenken.

broche
Broche, Cartier 1910, coll. Cartier, Genève  

Cartier vervaardigde naast juwelen ook luxe-objecten en hiertoe kan men het bonsai-achtige voorwerp in de vorm van een tak appelbloesem rekenen. Niet alleen het gouden en geëmailleerde takje zelf, ook het tafeltje waarop het is bevestigd en de glazen stolp zijn door Japan geïnspireerd.

Het object dateert eveneens van 1907, maar werd in de jaren twintig opnieuw in productie genomen en door Cartier verkocht als 'Pommier Japonais'. Dat men ook in Japan zelf in deze stijl geïnteresseerd was blijkt wel uit het feit dat het afgebeelde exemplaar in 1907 werd verkocht aan de Japanse zusters Yznaga, die trouwens grotendeels in Parijs en Londen leefden, en van wie de laatstlevende het voorwerp in 1949 schonk aan het Musée des Arts Décoratifs te Parijs.

Object  Pommier Japonaise
  Object Pommier Japonaise, diverse materialen. Cartier, Parijs ca.1920, coll. Cartier, Genève

Een tempelpoort als klok

Tenslotte vervaardigde Cartier in 1923 een zogenaamde 'pendule mysterieuse' in de vorm van een Japanse Shintoschrijn-poort. Het voorwerp werd uitgevoerd in goud, email, koraal en bergkristal en het mysterie bestaat hierin dat in eerste instantie niet is te zien hoe de overbrenging van het uurwerk naar de wijzers plaatsvindt. De klok is er een uit een serie van zes, die werden vervaardigd tussen 1923 en 1925 en die zich tegenwoordig alle zes weer bevinden in de historische collectie van Cartier in Genève. Bovenop de Japanse poort zit een bergkris-tallen figuurtje dat enigszins doet denken aan een Chinese Boedha, maar door Cartier werd beschreven als 'Billeken, the Anglo-Saxon God of happiness'.

Dit moet echter zijn verzonnen, want een dergelijke god komt in de Anglo-saksische en Noorse geschiedenis helemaa niet voor. Waarschijnlijk is het figuurtje, dat verigens als antiek object door Cartier werd aangekocht, geïnspireerd door Hotei, de Japanse dikbuikige geluksgod.

Pendule
'Pendule mysterieuse', diverse materialen, 1922 coll. Cartier, Genève  

Een vergelijkbare figuur is te vinden in de Tsutenkaku, een soort Eiffeltoren in het centrum van Osaka, die in 1943 door brand werd verwoest, maar in 1980 werd herbouwd. Deze figuur wordt 'Piriken' of 'Piliken' genoemd. Hij heeft een offerdoos voor zijn voeten, en wie daar geld ingooit mag een wens doen die altijd uitkomt. In 1926 kwam de Parijse juwelier Van Cleef & Arpels et een vergelijkbare Japanse tempelpoort als klok op de markt, maar Cartier is met deze late vorm van Japonisme toch wel het meest beroemd geworden. Dergelijke klokken zijn tegenwoordig uiterst zeldzaam en vrijwel onbetaalbaar. Het afgebeelde exemplaar werd een aantal jaren geleden tijdens een veiling van Sotheby's in Genève voor ruim twee miljoen gulden door Cartier teruggekocht.




Auteurs: Klaas Martijn Akkerman & Mickey de Rooij met dank aan Annelies Krekel-Aalberse

literatuur:
- Sigrid Barten, René Lalique 1890-1910, Munchen, 1977
- Siegfried Wichmann, Japonism, the Japanese influence on Western art since 1858, Londen 1981 - A. Krekel-Aalberse, Modern Zilver 1880-1940, Amsterdam, 1989
- J.R. de Lorm en K.M. Akkerman, Imitatie en Inspiratie, Amsterdam, 1992
- A. Krekel-Aalberse en E. Raassen-Kruimel, Jan Eisenloeffel, 1876-1957, Zwolle/Laren/Assen, 1996
- Wim Nys, Van Belle Epoque tot Art Nouveau, Antwerpen, 1998