|
Tafellinnen als reissouvenir
Herfst. Niet het meest ideale jaargetij om te reizen. En zeker niet in de zeventiende eeuw, als wegen door regenbuien veranderen in modderpoelen waar paarden moeizaam doorheen ploeteren. Nog zwaarder moet het voor de paarden geweest zijn, die het reissouvenir, linnengoed met een totale lengte van ruim drie kilometer, vervoeren, dat drie prinsessen als aandenken aan Holland krijgen. Er zal heel wat afgereisd worden in dit verhaal, dat zich vooral afspeelt in de oktober en novembermaand van het jaar 1611.
Er is hoog bezoek in aantocht: familiebezoek
met een politiek tintje. De leden van de Staten Generaal
zijn op de hoogte. Tijdens de vergadering van de Staten
Generaal op 25 oktober deelt Van Oldenbarnevelt aan
de leden mee, dat Prins Maurits dezelfde dag nog naar
Breda zal reizen om daar de gasten te verwelkomen van
zijn halfbroer Philips Willem, prins van Oranje en zijn
vrouw Eleonore van Bourbon, prinses van Condé.
 |
 |
  |
| Bovenstaand schilderij toont
twee van de drie vrouwen, die het geschenk van de
Staten Generaal ontvingen. Het schilderij stelt
een bal voor aan het hof van Brussel. |
|
 |
Bezoek
De bezoeksters zijn de moeder en schoonzuster van Eleonore.
Haar moeder, Charlotte Cathérine hertogin de
la Trémoîlle, is de weduwe van Hendrik
I van Bourbon-Condé en haar schoonzuster is Charlotte
Marguerite de Montmorency, echtgenote van Hendrik II
van Bourbon-Condé.
Vanwege de zeer hoge positie van
deze vrouwen in Frankrijk besluiten de Staten Generaal
op 10 november om de prinsessen van Condé en
de prinses van Oranje een passend cadeau te schenken.
Zij zijn namelijk van plan om naar Den Haag te reizen
en ze zullen daar ontvangen worden door de Staten Generaal.
Men besluit dat het geschenk "eenige Rariteyten
van manufacturen van dese Landen" zal zijn en wel
"Lynwaet" tot een waarde van twaalf duizend
gulden. Een duizelingwekkend bedrag in een tijd dat
het jaarsalaris van een kundig wever in loondienst ongeveer
200 gulden was. De geste van de Staten Generaal wordt
zeker niet alleen genomen uit beleefdheid, maar dient
een duidelijk politiek doel. Want door dit geschenk
hopen de Staten Generaal dat Hendrik II, de man van
Charlotte Marguerite, hen bij eventuele problemen in
de toekomst te hulp zal snellen.
Shoppen in Haarlem
En terwijl de prins van Oranje met de drie prinsessen naar Den Haag reizen, waar ze bij zijn halfbroer Frederik Hendrik zullen logeren, reist één van de leden van de Staten Generaal, burgemeester Ruychaver van Haarlem, terug naar zijn woonplaats om daar de volgende dag, 11 november, te beginnen met de aanschaf van dit uiterst luxe en prestigieuze geschenk.
Zilverwerk, tafelgoed en schilderkunst
Het is opmerkelijk dat de Staten Generaal voor damasten tafellakens en servetten kiezen om daarmee hun gasten te verblijden. Maar het luxe tafelgoed staat in deze tijd bijzonder hoog aangeschreven en vormt een passend geschenk tijdens staatsiebezoeken of missies met een diplomatieke inslag. Men kiest dus niet voor enkele mooie schilderijen gekocht van bijvoorbeeld beroemde Haarlemse meesters, noch zoekt men het op andere gebieden van de kunstnijverheid zoals fraai zilverwerk.
Haarlem is beroemd, op dit gebied
en het is niet voor niets dat de Haarlemse dichter Ampzing
in 1628 schrijft:
Wil 't land een gave doen en enig prins vereren
En d'ere van ons land met een die vorsten leren,
Te sien wat Holland heeft, men doet het met damast,
Men doet het met de vrucht die hier te Haerlem wast.
 |
 |
  |
| Detail servet met de roof
van Helena en de inname van Troje, eerste helft
17de eeuw |
|
 |
De Trojaanse
oorlog in damast
En dus houden de burgemeesters van Haarlem zich met
de opdracht van de Staten Generaal bezig, terwijl het
bezoek in Den Haag verblijft en enige uitstapjes maakt.
De prinsessen zelf maken hoogstwaarschijnlijk ook nog
een reisje naar Haarlem. We mogen wel aannemen dat ze
toen gezien hebben hoe het linnen damast daar geweven
werd.
In vier dagen tijd kopen de burgemeesters
bij tien damastwevers zo'n 950 meter linnen damast van
2.10 meter breed (= 3 el) voor tafellakens en ruim 2100
meter damast, van ongeveer 70 centimeter breed (= 1
el), ook voor het merendeel nog aan de rol waar ongeveer
2100 servetten van gemaakt kunnen worden. Op zes andere
adressen kopen ze ook nog 240 meter fijn linnen, wat
mogelijk bedoeld zal zijn voor de vervaardiging van
beddenlakens en kussenslopen. Het is veelzeggend dat
deze enorme hoeveelheid linnen gewoon op voorraad leverbaar
was! Er was dan ook een enorme productie van linnen
en damast in Haarlem.
Wever en weefgetouw
Al in 1598 beschrijft Carel van Mander in een lofied
op Haarlem dat er 4000 weefgetouwen in de stad werkzaam
zijn. Een wever kon per jaar, afhankelijk natuurlijk
van de fjnheid van het garen en de moeilijkheidsgraad
van het patroon ongeveer 380 meter weven. Op deze basis
berekend kochten de burgemeesters in vier dagen dus
de hoeveelheid linnen van acht à negen manjaren
werk.
Schouwspel
De rekening van deze aanschaf is bewaard gebleven, zodat
we weten welke wevers het damast leverden en wat de
ingeweven voorstellingen zijn. Behalve verschillende
soorten bloemmotieven en jachttaferelen krijgen de dames
ook damast met Bijbelse voorstellingen, zoals de geschiedenis
van Suzanna en de ouderlingen, David en Goliath en taferelen
uit de klassieke literatuur zoals de inname van Troje
uit de Ilias van Homerus.
 |
 |
 |
| |
Servet met de roof van Helena
en de inname van Troje, eerste helft 17de eeuw |
 |
In het bovenste gedeelte van het
servet is de roof van Helena, koningin van Sparta, te
zien. De Trojaanse prins Paris was verliefd op haar
en ontvoerde haar toen haar echtgenoot weg was. Dit
was het begin van de Trojaanse oorlog. In het onderste
gedeelte is een ander tafereel uit de oorlog weergegeven,
de inname van Troje met behulp van het houten paard.
Op de achtergrond wordt de stadspoort vernield en staan
de huizen in brand.
Auteur: Sanny de Zoete
Belangrijkste bronnen:
- Riggisberger Berichte 7, Leinendamaste. Produktionszentren und Sammlungen, Abegg Stiftung Riggisberg, 1999
- Burgers, C.A. Nogmaals Passchier Lammertijn, in Oud Holland 80, 1965, p 130-168
- Six, J., Passchier Lammertijn (Pasquier Lammartin), in Oud Holland 31, 1913, p. 85-109
- Rombouts H., (eindred.), Haarlem ging op wollen zolen. Opkomst, bloei en ondergang van de textielnijverheid aan het Spaarne, Schoorl 1995
|