Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers

divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

Duizend-en-één nacht in Londen

In de negentiende eeuw werd er nog lang niet zoveel gereisd als tegenwoordig. Wel werd het door de komst van treinen en stoomschepen gemakkelijker om bijvoorbeeld Noord-Afrika, Turkije en het Midden Oosten vanuit Europa te bereiken. Daar lag nog geen overdadig aanbod aan speciaal gemaakte souvenirs voor de toeristen klaar.

Portret van Frederic Leighton, James Tissot, 1872  

De Europese reiziger die een bezoek bracht aan islamitische landen, kon kiezen uit fraaie oude kunstvoorwerpen, die ongehinderd mee naar huis genomen konden worden. Een van de reizigers die van deze gelegenheid volop profiteerde was Frederic Lord Leighton (1830 - 1896), een gevierde Engelse kunstschilder.

Toen hij twee en twintig jaar oud was bracht hij voor het eerst een bezoek aan Marokko en was verrukt van het islamitische tegelwerk dat hij daar zag. In de vijf en twintig jaar die volgden zou hij regelmatig naar oosterse landen reizen en een bijzonder fraaie verzameling islamitische tegels bijeenbrengen.

 

 

Jong geleerd
Het reizen was Frederic Leighton al jong geleerd. Sedert zijn grootvader in St. Petersburg een fortuin had verdiend als lijfarts van de Russische tsarina, verkeerde zijn familie in welstand. De jonge Leighton reisde vanwege de gezondheid van zijn moeder regelmatig met het hele gezin naar kuuroorden in het buitenland. Zijn vader was eveneens arts, maar had daarnaast een brede belangstelling voor de kunsten.

Tijdens de reizen door Europa werd de kunstzinnige aanleg van Frederic ontdekt en kreeg hij les van de beste leraren die er te vinden waren. In 1852 ging hij voor enkele jaren in Rome wonen, waar in die tijd veel Engelse kunstenaars verbleven om de Italiaanse schilderkunst te bestuderen. Hier maakte Leighton een schilderij, dat in 1855 door koningin Victoria werd gekocht en hem - pas 25 jaar oud - op slag beroemd maakte.

Liever kunst dan logées
Na nog eens een verblijf van enkele jaren te Parijs, waar hij zich verdiepte in de Franse schilderkunst, vestigde Leighton zich in 1859 te Londen. Hij werd hier al snel opgenomen in het Londense societyleven: hij was jong en knap, sprak Frans, Duits en Italiaans, had goede manieren en was een favourite van de Engelse kroonprins.

Als kunstschilder werd hij vooral gewaardeerd om de fraaie wijze waarop hij mythologische scènes en oosterse onderwerpen kon verbeelden. Al deze kwaliteiten zouden ervoor zorgen dat hij door koningin Victoria in de adelstand werd verheven en in 1878 werd gekozen voor de eervolle positie van president van de Royal Academy te Londen.

  Leighton House

In 1864 kon Frederic Leighton het zich veroorloven om door een bevriende bouwmeester, George Aitchison (1825-1910), een huis te laten bouwen in de nieuwe Londense wijk Kensington. Dit werd volledig naar zijn eigen smaak en behoeften ingericht: het atelier werd het belangrijkste vertrek en het hele huis bood plaats aan Leightons prachtige verzameling schilderijen, keramiek en objets de vertu van over de hele wereld. Het is opmerkelijk dat er, behalve de kamers voor bedienden, slechts één slaapkamer in het nieuwe huis werd gemaakt: gasten werden royaal ontvangen, maar logeren vond Leighton kennelijk jammer van zijn tijd.

Een hal als oosters sprookje
Toen Leighton ruim tien jaar in zijn nieuwe huis woonde, was zijn verzameling islamitische tegels zodanig gegroeid, dat hij besloot om speciaal hiervoor aan zijn huis een uitbreiding te bouwen: de zogenoemde Arab Hall. De tegelverzameling bestond vooral uit grote, rijk versierde panelen die stamden uit de zestiende en zeventiende eeuw.

   

Voor het grootste deel zijn zij beschilderd met plantaardige motieven, want het weergeven van levende wezens was door de Islamitische wetten van het Ottomaanse rijk verboden. Bloemen en bladeren van anjers, rozen en tulpen zijn op de tegels meestal verwerkt tot een symmetrische compositie. Soms zijn zij sterk gestileerd toegepast in een vlechtwerk van slingerende ranken, het zogenoemde arabeskenpatroon, of verwerkt in een meetkundige figuur.

Vogels, vooral pauwen, en andere dieren komen wel af en toe voor en Leighton bezat behoorlijk veel panelen die uitsluitend zijn beschilderd met gekalligrafeerde Arabische spreuken. In het kleurenpalet van de tegels overheerst een heldere kleur blauw, maar we zien ook turkoois, rood, geel, zwart en groen.


Oriëntaals droombeeld
Hoewel de islamitische tegels in de nieuwe Arab Hall optimaal tot hun recht moesten komen, verlangde Leighton geen precieze imitatie van een bestaand oosters gebouw. Zijn voornaamste doel was om een schitterend droombeeld op te roepen van de Oriënt. Een belangrijke inspiratiebron vormden mogelijk de Sprookjes uit Duizend en één Nacht, die juist in deze tijd werden vertaald door Sir Richard Burton (1821-1890), ontdekkingsreiziger en een goede vriend van Leighton.

Architect Aitchison baseerde zijn ontwerp voor de Arab Hall weliswaar op de eetzaal van een Moors paleis in Palermo, maar schakelde ook bevriende Engelse kunstenaars in om versieringen te ontwerpen. Walter Crane (1845-1915), bekend boekillustrator en ontwerper van kunstnijverheid, ontwierp de goudkleurige mozaïekfriezen in Perzische stijl en de Londense kunstpottenbakker William de Morgan (1839-1917) maakte de tegels met doorzichtig pauwblauw glazuur voor het aangrenzende trappenhuis.

  Arab Hall

Het resultaat is van een oogverblindende schoonheid: oosters, maar ook heel typerend voor de Victoriaanse smaak. In het midden van de Arab Hall ligt een marmeren bad met fontein en daaromheen een vloer met fraaie mozaïeken. De muren zijn ingedeeld door puntige bogen en pilaren en voor het grootste deel bekleed met de oosterse tegels, maar ook met ingebouwde banken en een wandkast van zwart gelakt hout

Voor de ramen zijn fraaie smeedijzeren hekken geplaatst. Het geheel wordt nog eens bekroond door een indrukwekkende koepel, waarvan de aanzet is opgetrokken uit afwisselend donkere en lichte steen. Leighton maakte goede sier met deze nieuwe ruimte in zijn huis en gaf hier ieder jaar zijn befaamde muzikale afternoonparty.

Islamitische kunst als inspiratie
In zijn bewondering voor de keramiek uit het Nabije Oosten stond Leighton niet alleen. In kunstenaarskringen ontstond al vóór 1850 een groeiende belangstelling voor islamitische kunstvoorwerpen. Europese kunstliefhebbers en ontdekkingsreizigers maakten reizen naar oosterse landen en sommigen brachten er zelfs jaren door. Oosterse stoffen, tapijten en voorwerpen van keramiek, glas en gedreven metaal vonden hun weg naar kunsthandelaren, privé-verzamelingen en musea.

De versieringspatronen op de oosterse voorwerpen werden door kunstenaars met steeds meer belangstelling bekeken. Baanbrekend was de studie die de Engelse architect Owen Jones (1809-1874) omstreeks 1835 maakte van de Moorse architectuur en versieringskunst in het Alhambra te Granada, in het zuiden van Spanje.

Alhambra

Het Alhambra met op de achtergrond de Sierra Nevada  

Het Alhambra is het enige Moorse paleis dat in Spanje bewaard is gebleven nadat Granada, na 777 jaar Moorse overheersing, in 1492 als laatste emiraat was overgedragen aan de katholieke koningen van Spanje. Als paleis van de emirs en vestingstad tegelijk omvatte het baden, een moskee, een fort en prachtige tuinen.

 

Het is een meesterwerk van Arabische bouwkunst en werd door keizer Karel V zo mooi gevonden dat het als enige Moorse bouwwerk in Spanje gespaard bleef.Het stond er omstreeks 1830 verlaten bij, toen het door enkele kunstenaars werd herontdekt. Owen Jones publiceerde tussen 1836 en 1845 een indrukwekkende serie kleurenlitho's met afbeeldingen van het Alhambra. Later verwerkte hij zijn bevindingen in het boek The Grammar of Ornament, dat in 1856 voor het eerst verscheen en enorm veel invloed had op bouwmeesters en sierkunstenaars. Het islamitische ornament bood volgens Jones het allerbeste voorbeeld voor de eigentijdse bouwkunst en sierkunst. De publicaties van Jones werden zo bekend, dat het waarschijnlijk is dat in ieder geval Aitchison de opvattingen van Jones heeft gekend.

Frederic Leighton heeft nog bijna twintig jaar kunnen genieten van zijn oosterse tegels, nadat deze in zijn sprookjesachtige Arab Hall waren verwerkt. Toen hij op 25 januari 1896 was gestorven hebben zijn zusters ervoor gezorgd, dat zijn huis een museum werd. Om financiële redenen hebben zij echter wel het grootste deel van het interieur moeten verkopen, zodat Leighton's kunstverzameling verspreid is geraakt. Jaren later zijn de vertrekken weer zo goed mogelijk in stijl ingericht, met onder andere schilderijen van Leighton zelf en van tijdgenoten. De Arab Hall bleef ongeschonden: Leightons souvenirs aan het rijk van de Duizend en één Nacht zijn nog steeds te bezichtigen in het Leighton House Museum aan 12 Holland Park Road te London.

Auteur: Christien Smits

Gebruikte literatuur:
- Charlotte Gere, Nineteenth-Century Decoration. The Art of the Interior, London 1989.
- Leighton House Museum, Londen z.j.
- M. Simon Thomas, De Leer van het Ornament. Versieren volgens voorschrift, 1850-1930, Amsterdam 1996.