Homepage De Zilverbank zoekmachine van de Zilverbank Cachet: het tijdschrift voor liefhebbers van kunst Lezingen, excursies en cursussen Tentoonstellingen Zilverfeiten: informatie en weetjes over Zilver Zilverlinks: links naar andere websites met informatie over zilver en kunst
 
Cachet, tijdschrift voor kunstliefhebbers

divider
Heeft u vragen over zilver? Vraag het De Zilverbank!
divider
Nr 35: KONINKRIJK HOLLAND
divider

Nr 34: SCHIP AHOY!
divider

Nr 33: DUIVENVOORDE BELICHT
divider

Nr 32: STRALEND NOORDERLICHT
divider

Nr 31: DE GORDEL VAN SMARAGD
divider

Nr 30: EMAIL: DE KUNST VAN HET VERSIEREN
divider

Nr 29: KUNST UIT RUSLAND
divider

Nr 28: THEE: BRON VAN INSPIRATIE
divider

Nr 27: GERAAKT DOOR KLEUR
divider

Nr 26: PARTICULIERE COLLECTIES IN MUSEA
divider

Nr 25: ARTISTIEK DINEREN
divider

Nr 24: GLANSRIJK GEWONNEN
divider

Nr 23: HET PARFUM
divider

Nr 22: VROUWEN IN DE KUNST
divider

Nr 21: GOUD
divider

Nr 20: RIJKDOM DER ZEE
divider

Nr 19: LADING VAN DE VOC
divider
Cachet cover nr 18
Nr 18: RESTAURATIES
divider
Cachet cover nr 17
Nr 17: KUNST OP STILLEVENS
divider
Cachet cover nr 16
Nr 16: INTERIEURS
divider
Cachet cover nr 15
Nr 15: KUNST RONDOM DE AUTOMOBIEL
divider
Cachet cover nr 14
Nr 14: VOGELS
divider
Cachet cover nr 13
Nr.13: ART NOUVEAU
divider
Cachet cover nr 12
Nr.12: JAPONISME
divider

Nr. 11: SOUVENIRS
divider

Nr. 10: GEBOORTE
divider

VRAGEN OVER ZILVER
divider

Kraamkamergeheimen

Knus waren de kraamkamers in de zeventiende eeuw. Wat speelde zich in die geborgenheid af? Hoe zat de baker erbij en wat kreeg het kraambezoek te drinken? Een kijkje achter het tochtscherm, in de bakermat en in het kookboek van de kraamvrouw.

  Kraamkamer, Cornelis Troost, 1737, paneel, coll. Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam (detail)

Schilderijen en Hollandse poppenhuizen gunnen ons een kijkje in de kraamkamers van de welgestelden in de 17e en 18e eeuw. Wanneer je naar deze kraamkamers kijkt lijkt het wel of er alles aan werd gedaan om moeder en kind te verwennen. Dat de moeder en haar kind met zoveel zorg werden omringd kwam vooral door het hoge percentage kinder- en moedersterfte in het kraambed. De kraamvrouw met haar kind verbleef meestal zo'n zes tot acht weken in deze gezellige tochtvrije kamer.

Kraambed
Op het schilderij van Cornelis Troost is het kraambed te zien in een alkoof met prachtige gordijnen. Haar bed werd overigens zo min mogelijk verschoond om het lekker warm te houden. De kraamvrouw eet in haar bed waarschijnlijk soep of vollemelkse pap om aan te sterken. Wanneer de kraamvrouw niet in staat was zelf te eten kon ze het drinken uit een kraamterrine waaraan een tuitje zat.

Er waren prachtige terrines van porselein of zilver, de tuit had vaak de vorm van een dieren- of mensenhoofd. Tegen haar bed staat het kamerscherm, het kamerschut genoemd dat de tocht wanneer de deur geopend werd buiten moest sluiten. Voor dit scherm geeft de baker onder toeziend oog de baby te eten. Alles is onder handbereik, zoals de rieten wieg en de luiermand.

Kraamkamer uit het 17e eeuws poppenhuis van Petronella Dunois, coll. Rijksmuseum Amsterdam
Kraamkamer uit het 17e eeuws poppenhuis van Petronella Dunois, coll. Rijksmuseum Amsterdam  

Is schommelen gezond
In de kraamkamers van de poppenhuizen zoals in het poppenhuis van Petronella Dunois dat in het Rijksmuseum staat, is het hemelbed in de hoek bij de deur geplaatst. Het behang en de gordijnen van het bed zijn van sitsenstof, een beschilderd plafond laat in het midden een putto zien. De kraamvrouw en kraamheer zijn klaar om bezoek te ontvangen. De moeder is nog net zichtbaar in het bed, de baker heeft het kind op haar schoot, terwijl de kraamheer nota bene een pijp rookt!

De stoelen voor ontvangst staan klaar. We zien de luiermanden en de rieten wieg zoals deze eind zeventiende eeuw in Noord Nederland gebruikt werden gesloten met damastgordijnen en dwarsschommelend.

Wiegen en kinderlades
Dwarsschommelende wiegen zijn veel gebruikt in Nederland. In Italië zijn hobbelpaardsgewijs schommelende wiegen bekend. Van de 14e tot de 17e eeuw was het in Nederland gebruikelijk om de wieg aan touwen aan het plafond te hangen met een lijn verbonden aan het ouderlijk bed.

Huilde het kindje, dan wiegden ze het weer in slaap. Toch werd in de achttiende eeuw de schommelwieg minder populair. Men vond dit type wieg eigenlijk ongezond. Werden de kinderen door het schommelen vreemd, vroeg men zich af, of lastig of was het slecht voor de spijsvertering?

Wiegjes werden meestal gemaakt van gevlochten riet, hout soms van ijzer. In de 18e en 19e eeuw was de wieg vaak met groen damast bekleed want dat was zacht voor de ogen. Wanneer men zich geen kraamkamer kon permitteren werd het kind in een 'kinderlade' gelegd, die in de bedstede of beddekoets paste. Voor de moeders moet dit zeer praktisch zijn geweest.

W. de Passe, Baker in de Bakermat, ill. in Joh. de Bruna, Emblemata, pag. 17, 1636, Rijksprentenkabinet Amsterdam
  W. de Passe, Baker in de Bakermat, ill. in Joh. de Bruna, Emblemata, pag. 17, 1636, Rijksprentenkabinet Amsterdam

Het warmste plekje
Op de prent van W. de Passe ziet u de baker in de bakermat. Deze bakermat was een platte rieten mand voorzien van een hoge rug. In deze mand zaten de baker en kind wanneer het kind verschoond moest worden. De hoge rug zorgde er voor dat het kind bij het verschonen niet op de tocht lag, de mand werd voor de haard geplaatst. Na gebruik kon de bakermat aan de muur opgehangen worden. In de loop van de achttiende eeuw werd de bakermat vervangen door een laag bakerstoeltje, dat bij de vuurmand werd geplaatst.

In de kraamkamer stond nog een meubelstuk namelijk de luiermandskast of luiermandskabinet. In deze kast, die alleen was voorbehouden aan de welgestelden, werden alle benodigdheden voor de baby opgeborgen, deze was dus bestemd voor de luieruitzet. Deze kast was versierd met schitterend houtsnijwerk. De versiering bestond uit bloemranken of druiventrossen en op de afgebeelde Noord Hollandse luiermandskast uit 1650 zijn zelfs kraamvoorstellingen aangebracht, zoals wieg, luiers, kleertjes, bakermat.

Traditioneel: kandeel
5 gram pijpkaneel (1 stokje), 10 gram kruidnagelen, schil van een citroen. Laat dit in 2 deciliter water gedurende één uur zachtjes koken. Laten afkoelen en zeven. Klop 6 eidooiers schuimig met 100 gram witte basterdsuiker en roer het gekookte kaneelmengsel erdoor met 1 fles Rijnwijn. Al roerend au bain marie het geheel binden.

Vruchtbare muisjes
Wat werd het kraambezoek voorgeschoteld? Natuurlijk beschuiten met muisjes. Roze muisjes voor het meisje en wit voor het jongetje. De anijs die in de muisjes zat zou goed zijn voor het zog. Bovendien zou dat de boze geesten bezweren. De naam muisjes werd bedacht omdat ze op muizenkeutels lijken en bovendien zag men een muis als het symbool van de vruchtbaarheid.

Maar er werd ook geklonken op de pasgeborene. Men dronk kandeel, dat een verbastering is van het woord 'caldellum', het betekent warm drankje. Wanneer men deze drank dronk, droeg de kraamheer een satijnen muts met pluim en een gebloemde kamerjas om de boze geesten te verdrijven. Hij roerde de kandeel met een lange stok met strikken wanneer het een jongen was en een korte stok met strikken voor een meisje. De kandeel werd gedronken uit een kandeelbeker of kandeelglas, in de 18e eeuw kwamen er speciale porseleinen kandeelstellen.

Peetvaders hemd
Wanneer het kind geboren was werd er een peetvader en een peetmoeder benoemd. Een gebruik dat zelfs in de prehistorie reeds voorkwam. De peter speelde een belangrijke rol in het leven van zijn petekind. Het gebeurde wel dat wanneer het kind ziek was, het hemd van de peetvader werd aangetrokken om het kind sneller te laten genezen.

'Pillengift'
Bij de doop hield de peter zijn petekind ten doop en gaf daarna aan de ouders de 'pillengift' voor het kind. Vaak was het een muntstuk in een enveloppe vergezeld van bijbelteksten en verzegeld met een lakstempel, dit is in oude doopboeken terug te vinden. Men sloeg ook wel een geboortepenning met aan de ene kant het familiewapen en aan de andere kant de geboortedatum en plaats, soms met belletjes eraan voor het rinkelen. Wanneer de baby kleuter was geworden droeg het op hoogtijdagen deze penning aan een ketting. Indien nodig kon het te gelde worden gemaakt.

Er waren ook peetvaders, die een of meerdere zilveren lepels gaven. Uit Friesland komt het gezegde:" Hij is geboren met een zilveren lepel in de mond." (Hij was al rijk, toen hij nog in de wieg lag.) Later, vanaf de 17e eeuw, gaf men andere zilveren of gouden voorwerpen.

Mickey de Rooij

Literatuur:
- Th. H. Lunsingh Scheurleer, Enkele oude Nederlandse kraamgebruiken,
- Antiek zesde jaargang nr. 5
- Jet Pijzel-Dommisse, De 17de-eeuwse Poppenhuizen in het Rijksmuseum, 1994, ISBN 90-6611 233 6
- Maria van Lamoen, Oude Kraamgebruiken, 1981, ISBN 90-252-7198-7
- Ineke Strouken, Beschuit met muisjes, 1991, ISBN 90-215-1687-X