 |
Het leven begint met zilver
Een geboorte is een feest. Ook in de zeventiende eeuw was dat zo, temeer daar geboorte en kraam lang niet altijd voorspoedig verliepen. Als moeder en kind het goed maakten was er extra reden tot vreugde. En dat werd gevierd. Met mooi zilver bijvoorbeeld: speciale geschenken die het nieuwe leven extra glans gaven.
 |
 |
  |
| Luiermand, Gerloff Brouwer, Amsterdam, 1660, coll. Rijksmuseum Amsterdam. |
|
 |
Zoals vaak bij feestelijke gelegenheden,
werden er rond de geboorte zilveren voorwerpen vervaardigd.
Al vóór het kind ter wereld kwam, speelde
in de zeventiende eeuw in welgestelde kringen een zilveren
object een rol. Het betreft het zogenaamde
'Hansje in de kelder', een drinkschaal op een voet die
in huiselijke kring werd gebruikt om de komst van een
kind aan te kondigen.
Wanneer er drank in de schaal werd gegoten, klapte er in het midden een dekseltje open en kwam er een poppetje te voorschijn, het 'Hansje'. Dit poppetje stond symbool voor de boreling, die dan zonder problemen de moederschoot kon verlaten. Wanneer de schaal rondging en men op de goede afloop dronk, werd er gezongen 'Men drinkt, als 't komt te pas, kaneelwijn frisch en helder, Geluk aan de Echtgenoot met Hansje-in-de kelder'. Dit soort voorwerpen komt ook in glas en porselein voor, al is de vorm dan anders.
De luiermand
Een ander voorwerp dat al vóór de geboorte klaar moest staan, was de luiermand. Deze mand werd in de zeventiende eeuw door de schoonmoeder van de kraamvrouw gevuld met luiers en kleertjes voor de nieuwe spruit. Een mand van wilgentenen die aan de binnenzijde met stof werd bekleed, was gebruikelijk. Zeer welgestelde families gebruikten een zilveren exemplaar.
Aangezien er maar zes zilveren luiermanden van Nederlandse origine bekend zijn, mogen we aannemen dat het gebruik niet algemeen ingeburgerd was. Dergelijke prachtig gedecoreerde manden werden gebruikt om de doopkleding in klaar te leggen en als doopgeschenk aan het kind te geven. Een versiering met putti, zoals in de aan Gerloff Brouwer toegeschreven mand van het Rijksmuseum, is natuurlijk heel toepasselijk.
Doopschalen en geboortelepels
Onlosmakelijk met de doop verbonden zijn natuurlijk de zilveren doopschalen, waarvan er nog vele in ons land in gebruik zijn. Vaak zijn doopbekkens voorzien van een voorstelling ontleend aan een bijbelse doopscène. De doop van Christus door Johannes de Doper is algemeen, maar ook andere afbeeldingen van de doop komen voor. Op het doopbekken dat de Harlinger zilversmid Hotse Seerps Swerms voor de kerk in Kimswerd maakte, zijn maar liefst drie bijbelse dopen afgebeeld.
Niet alleen bij de doop was het feest, ook kort na de geboorte maakten de familie en de buurtgenoten hun opwachting om de nieuwe spruit te bewonderen. Dat bij deze gelegenheid het nodige te eten en te drinken was, vormde natuurlijk een prettige bijkomstigheid.
Boerenjongens
In Friesland was het gebruikelijk dat de kraamvisite werd vergast op boerenjongens. Deze drank, bestaande uit rozijnen op brandewijn, bevond zich in een brandewijnkom en met een gelegenheidslepel kon iedereen een schep nemen. Vaak wordt gedacht dat de kraamvisite de boerenjongens met de geboortelepel van de nieuw geborene weglepelde. Dit is onjuist aangezien de geboortelepels meestal gegeven werden wanneer het kind levensvatbaar was, dus soms pas na een paar jaar.
Op dergelijke lepels staat vaak de naam, de geboortedatum van het kind en soms de plaats waar het werd geboren. Bij sommige lepels staat ook de sterfdatum van het kind in de bak gegraveerd. Aangezien zilveren lepels duur waren, komen we ook hergebruikte exemplaren tegen. De oude gravering werd er soms uitgeslepen en een nieuwe aangebracht. Ook komt het voor dat de naam van de vroegere, vaak jong overleden naamgenoot, in de lepel blijft staan. De lepel kon door verschillende familieleden worden geschonken. Dikwijls gaf degene naar wie het kind vernoemd was de lepel cadeau, maar ook de grootouders konden als gulle gever optreden.
 |
 |
  |
| Geboortelepel, bekroning: de Liefde, Fedde Aeronins, Harlingen, en brandewijnkom, J.L. Spannenburg, Harlingen, 1785, beide coll. Gemeentemuseum Het Hanemahuis, Harlingen. |
|
 |
Brandewijnkommen
Vooral in Friesland ontstond in de achttiende eeuw een enorme diversiteit aan gelegenheidslepels, vaak met steelbekroningen die men nou niet direct met de geboorte van een kind zou associëren, zoals een schip of een jager met hond. Een afbeelding van een moeder met twee of drie kinderen, het symbool van de 'Liefde', is natuurlijk een heel passende bekroning.
De brandewijnkommen waaruit men de boerenjongens serveerde, werden ook wel gebruikt bij andere gelegenheden, zoals een huwelijk. De Rotterdamse kom die in 1644 door Abraham Verschueren werd gemaakt, bevat een tekst ontleend aan Jacob Cats: Bvicht Den Rys Groen, dus: 'voedt het kind goed op als het nog jong is'. Gezien de tekst zal deze brandewijnkom waarschijnlijk rond de geboorte van een kind zijn geschonken.
Zilveren rammelaars
Een nog altijd geliefd geschenk aan een nieuwe wereldburger is een zilveren rammelaar. In de late zestiende en vroege zeventiende eeuw bestonden de rammelaars of rinkelbellen uit een bol met een handvat, uitmondend in een fluitje. Aan de bol bevonden zich kleine belletjes en de rinkelbel werd bekroond door een halfedelsteen, een stukje bloedkoraal of ivoor, dat dikwijls de vorm van een wolfstand had. Aan een wolfstand werd een beschermende werking toegedicht en bovendien dacht men dat de kracht van de wolf op het kind zou overgaan.
Gaandeweg verdwijnt de bol, maar een fluitje voorzien van een ring met losse belletjes was tot ver in de negentiende eeuw te koop. Frappant is dat veel rammelaars zijn voorzien van een zilveren ketting; voor baby's niet zonder gevaar. Ook rammelaars van een grote zilveren munt of penning, waaraan een aantal belletjes hingen, waren in de zeventiende en achttiende eeuw in zwang. Een enkele keer werd een huwelijkspenning vermaakt tot rammelaar.
Net als huwelijkspenningen, bestaan er ook geboortepenningen, waarbij aan de voorzijde een familiewapen werd gegraveerd en aan de keerzijde de naam en geboortedatum en -plaats te lezen valt. Luiertangen of kraamschaartjes, in de vorm van een ooievaar, hebben ook direct met de geboorte te maken. De meningen lopen uiteen over de precieze functie van dergelijke tangetjes; werden ze gebruikt door de baker om luiers vast te pakken of dienden deze sierlijke voorwerpen als tangetje om de navelstreng vast te houden, zodat deze gemakkelijk kon worden afgebonden? Vooral de exemplaren waarbij in de borst van de vogel een gebakerd kindje is te zien en waarvan een poot steunt op een schildpad, het teken van lang leven, zijn interessant.
Negentiende eeuw
In de negentiende eeuw, wanneer zilveren voorwerpen binnen een bredere groep van de samenleving voorkomen, ontstaat het gebruik zilveren kinderbekers cadeau te geven. Dit zijn kleine, vaak tamelijk strak uitgevoerde bekertjes, voorzien van de naam of de initialen van de kleine eigenaar. Een populair geschenk voor grootouders, voor wie een kinderbestekje een goed alternatief was. Ook hierin werden vaak de initialen gegraveerd. Zo'n bestekje was echter, net als de kinderbekers, geschikter als present voor de eerste verjaardag dan als geschenk bij de geboorte.
Voorwerpen die in het echt nooit van zilver werden gemaakt, zoals wiegen en luierdroogmanden, komen wel in zilver voor als miniatuur. Hiermee is de variatie aan voorwerpen die op de een of andere manier met de geboorte van een kind verbonden zijn, behoorlijk groot. Kortom, het is een interessant verzamelgebied, al zijn zilveren luiermanden en 'Hansje in de kelders' buitengewoon zeldzaam. Zilver gemaakt voor de geboorte dat een Haags keur draagt, het ooievaartje, heeft een extra dimensie.
Auteur: Hugo P. Ter Avest
Literatuur:
- H.P. ter Avest, Harlinger zilver, Harlingen 1996
- A.L. den Blaauwen, Zilver op Sypesteyn, Nieuw Loosdrecht 1996
- A.L. den Blaauwen, Nederlands zilver/Dutch silver 1580-1830,'s-Gravenhage 1979
- Fries Zilver, Arnhem 1985
- J.R. de Lorm, Amsterdams Goud en Zilver, Amsterdam/Zwolle 1999
- N.M. Postema, Om 'e wivedei hinne, Bolsward 1984
- N.I. Schadee, Zilverschatten, drie eeuwen Rotterdams zilver, Rotterdam 1991
- I. Strouken, Beschuit met muisjes en andere gebruiken rond geboorte, Utrecht/Antwerpen 1991
- B.W.G. Wttewaall, Nederlands klein zilver en schepwerk 1650-1880, Abcou de 1994
Hugo P. Ter Avest is conservator in het Harlinger Museum Het Hannemahuis
|
 |